Interview

Digitaliseren kun je leren

Het kunstwerk 'Kill Your Darlings' van Jeroen van Loon: een serie lieve meisjesfoto's met daaronder de meest walgelijke rotopmerkingen die dezelfde meisjes impulsief op Twitter hadden gezet.

Het klonk zo mooi: internet laat ons informatie delen. Maar dat 'delen' betekent al te vaak privacy opgeven, aan Facebook bijvoorbeeld. Toch is de Nijmeegse filosoof Marcel Becker optimistisch. Verzet is mogelijk.

Vanaf de zestiende verdieping van de Erasmustoren heeft Marcel Becker ruim zicht op de tijdloze omgeving van de Nijmeegse Radboud Universiteit: achter een paar blokken rijtjeshuizen strekken de bossen zich uit tot aan de horizon. Het moet een rustgevend uitzicht zijn voor wie zich bezighoudt met zo'n actueel thema als digitale ethiek. Er gaat immers geen dag voorbij of de macht van internet werpt nieuwe vragen op. Zoals: heeft het nog zin het recht op privacy te verdedigen? Of moeten we erbij neerleggen dat elkaar bespioneren helemaal geaccepteerd is?

In uw boek in wording citeert u Google-topman Eric Schmidt. Hij vindt dat we niet meer zo aan privacy moeten hechten. Als je iets niet openbaar durft te maken, zegt hij, dan moet je het sowieso maar laten.
"Als filosoof ben ik geen activist, maar ik maak wel bezwaar tegen zulke sussende geluiden. Alsof de gevolgen van de digitale revolutie - zoals verlies aan privacy - onvermijdelijk zijn. Het idee 'dat we niets kunnen doen' vind je trouwens ook bij uitgesproken pessimisten, die zich het liefst van de nieuwe techniek afkeren. Maar zo'n passieve houding verlamt de discussie. De vraag hoe we met die nieuwe digitale middelen omgaan wordt helemaal niet meer gesteld. Stel je voor dat we met de opkomst van de auto hadden besloten dat we geen verkeersregels konden maken? Dat was een chaos geworden. Maar nee, zeiden we, die auto is een fantastisch ding, maar dan moeten we wel heel strak regels gaan opstellen."

Die verkeersregels kwamen er toch vanzelf? Daar hebben we geen filosoof voor nodig.
"Niet alleen deterministen vergissen zich, hetzelfde geldt voor mensen die denken dat wij over de techniek wél controle hebben. Dat klopt ook niet. Techniek verandert ons denken en doen. Het verandert ons idee van vriendschap, van privacy, van auteursrecht en debat. Neem alleen al die privacy. Die zien we vaak als een fysieke afscheiding: privacy heb je thuis. We vergeten dat je in de openbare ruimte ook het recht hebt niet beloerd te worden. Als er een stelletje op een bank zit te zoenen, ga je daar als voorbijganger niet met je neus bovenop staan. Je gunt ze hun privacy, zelfs in dat openbaar toegankelijke park. Maar als boven hen een camera hangt, wat steeds vaker gebeurt, kijkt er dus wel iemand mee. Zo verdwijnt privacy uit de openbare ruimte."

Dat probleem bestond al vóór de digitale revolutie. Wat heeft internet dan precies veranderd aan ons idee van privacy?
"Internet is een rare mengeling van publiek en privé. Heel lang dachten we dat intimiteit betekent dat je lichamelijk bij elkaar bent in één ruimte. Maar nu delen pubers vanuit de slaapkamer hun hartsgeheimen met ontelbaar veel anderen. Die impulsiviteit kán werken, bijvoorbeeld bij internettherapie. Maar ze heeft ook een zwarte kant. Die spontane emoties komen in het ijzeren geheugen van internet.

"Kunstenaar Jeroen van Loon verzamelde onder de titel 'Kill your darlings' via Twitter een serie lieve meisjesfoto's en zette daaronder de meest walgelijke rotopmerkingen die dezelfde meisjes impulsief op Twitter hadden gezet."

Wat doe je ertegen? Geen internet in huis?
"Nee, we moeten kinderen opvoeden. Er is een verschil tussen de informatie die je deelt met je vriendin als je samen op je kamer zit te roddelen en informatie die je deelt met je ouders of met anonieme onbekenden. Overigens ben ik daarover optimistisch: over een generatie hebben pubers dat wel geleerd."

Dus het is allemaal een kwestie van opvoeding? Bent u niet een beetje te aardig voor grote bedrijven als Google?
"Ook zulke giganten kun je aanpakken. In 2014 heeft de Europese rechter een groep mensen gelijk gegeven die eisten door Google vergeten te worden. Weliswaar houdt Google zich niet altijd aan de belofte, maar daar kun je zo'n bedrijf wel op aanspreken."

Maar waar trek je de grens: dit mag u niet van mij weten?
"We moeten steeds kijken wat de relatie tussen mensen is en welke informatie-uitwisseling daarbij hoort. Je salaris bespreek je wel met je baas, maar niet met je vrienden. Je diepste problemen misschien eerder met je psychiater dan met je vrouw. Dát is privacy, maar dan moeten we dat digitaal wel zo organiseren. Als ik weet dat mijn medische gegevens in een databank staan waar allerlei mensen bij kunnen, durf ik niet meer naar de psychiater. De vertrouwensrelatie moet in stand blijven."

En dat gaat nogal eens mis?
"Inderdaad. Het is momenteel een soort wildwest. Daarom is het ook zo leuk een boek te schrijven over onze nieuwe verantwoordelijkheid. Als je zegt 'het gebeurt allemaal toch' of 'we kunnen als mensen alles in de hand houden', dan kom je daar niet aan toe."

U bent zo genuanceerd. Wordt u ook weleens boos?
"Jawel, en niet alleen over passievelingen. Mij stoort ook het vaak onbewezen enthousiasme over internet. Als docent beroepsethiek praat ik met juristen, artsen en bestuurders in spe en overal vind je mensen die met veel aplomb beweren dat digitalisering alles gaat veranderen. Bijvoorbeeld: 'het digitale loket brengt de overheid dichterbij de burger'. Maar wat op de ene plek werkt, werkt niet overal. En zo'n digitaal loket maakt digitale achterblijvers juist hulpeloos. Je kunt digitalisering dus niet zomaar uitrollen in de hoop dat het we er vanzelf vrijer, socialer en mondiger van worden.

"Maar als we weten hóe de digitale techniek ons beïnvloedt, kunnen wijzelf ervoor zorgen dat het zich gedraagt zoals wij willen."

'Ethiek van de digitale media' verschijnt eind augustus bij uitgeverij Boom.

Drie gevallen ter overdenking

1. Privacy: Het ontslag van Kimberley Swann
Mag je werkgever meekijken op internet? In 2009 werd de Engelse Kimberley Swann (16) op staande voet ontslagen. Op Facebook had ze geschreven dat ze haar nieuwe werk 'extreem saai' vond. Die verzuchting was bedoeld voor vrienden, maar kwam terecht bij haar werkgever, ironisch genoeg een computerbedrijf. Internet verzwakt het besef dat we het recht hebben op verschillende identiteiten.

2. Auteursrecht: De tirannie van Walt Disney
Moet het auteursrecht op de schop? Nadat de rechten op de figuur van Donald Duck al zeventig jaar waren verstreken, zette Walt Disney politici onder zware druk om dat copyright nog met tientallen jaren te verlengen. Daarmee, klonk de kritiek, miskent Walt Disney het karakter van intellectueel eigendom. Kunst en wetenschap profiteren ervan dat iedereen er gratis van kan genieten. Auteursrecht is bedoeld voor nog levende kunstenaars.

3. Democratische vrijheid: Blackberry verboden
Internet is niet alleen het troetelkind van hervormingsgezinde burgers. Het wordt ook gebruikt door geheime diensten. In 2009 kregen burgers van Saudi-Arabië die een Blackberry-telefoon gebruikten een update waarin spyware verborgen zat. Toen de producent aangaf hiermee problemen te hebben, dreigden de regeringen van Saudie-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten de verkoop van Blackberry's te verbieden. De producent haalde bakzeil.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden