Dierproeven moeten soms, met pijn in het hart

Activisten voor dierenrechten misleiden het publiek. Wetenschappers die dierproeven doen, zijn geen amorele sadistische dierenbeulen.

Raymond van Es en lezer te Leiden

Dierenrechten staan de laatste tijd steeds meer in de belangstelling. Activisten voor dierenrechten lijken het tij mee te hebben. Hun politieke tak heeft twee zetels in de Tweede Kamer. Hun militante tak heeft het voor elkaar gekregen dat een projectontwikkelaar zich heeft teruggetrokken uit een project in Venray waar dierproeven zouden plaatsvinden. Gooi ik nu alle dierenrechtenactivisten op een hoop? Ja, dat doe ik en dat doe ik met reden. Activisme zoals van de Partij voor de Dieren lijkt onschuldig en sympathiek, maar daar kun je de nodige vraagtekens bij zetten.

Het gedachtengoed van al deze nobele dierenbevrijders komt in grote lijnen op hetzelfde neer. Het gaat voor een groot deel terug op de denkbeelden van de Australische filosoof Peter Singer. Deze schreef in 1975 zijn beroemde boek ’Animal Liberation’. Zijn uitgangspunt is dat mens en dier aan elkaar gelijk zijn. Wanneer we dieren slechter behandelen doen we aan discriminatie op grond van soort. Verder stelt Singer dat het feit dat dieren minder intelligent zijn dan mensen ons niet het recht geeft om dieren slecht te behandelen. Dieren kun je op dit punt vergelijken met zuigelingen of geestelijk gehandicapten die je ook menselijk behandelt.

Dieren mag je dus geen onnodige pijn toebrengen. Het houden van dieren voor menselijke consumptie is op zijn minst dubieus. We zouden bij voorkeur vegetariër of nog liever veganist moeten zijn. Vivisectie is volgens Singer slechts toegestaan als de baten opwegen tegen de kosten. Eigenlijk mogen dierproeven alleen bij wijze van uitzondering, voor medische doeleinden als er echt geen andere mogelijkheden zijn.

Hierbij wordt voorbij gegaan aan het feit dat wetenschappers de nodige ethische uitgangspunten hanteren en dierproeven zoveel mogelijk proberen te beperken. Soms zijn er ook geen alternatieven voor dierproeven. Wetenschappers gaan doorgaans zeer zorgvuldig om met dierproeven. Onderzoekers zijn gehouden aan de drie V’s: verfijning, vermindering en vervanging.

Bij verfijning moet je denken aan het verminderen van het ongerief bij de proefdieren. Vermindering betekent dat je minder proefdieren gebruikt. Vervanging betekent dat je het gebruik van proefdieren overbodig maakt.

Activisten hebben er een handje van wetenschappers die aan dierproeven doen af te schilderen als sadistische dierenbeulen en schrikken er niet voor terug om het grote publiek te misleiden met onjuiste informatie met betrekking tot dierproeven. Die zijn lang niet altijd wreed.

Veel mensen zijn tamelijk sentimenteel als het om dieren gaat . Activisten voor dierenrechten kunnen makkelijk scoren door daar op in te spelen. Sommige groepen vinden dat manipuleren niet effectief genoeg, en gaan over tot geweld en intimidatie. Nu hebben ze in Nederland met het stilleggen van het project in ’Venray hun eerste betreurenswaardige succes behaald.

Het is tijd voor een tegenbeweging. Laten we zorgen dat boeren gewoon eerlijk hun brood kunnen verdienen en wetenschappers ons verder vooruit kunnen blijven helpen bij het bestrijden van ziekten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden