Opinie

Dierenliefde / Eigenliefde

null Beeld

Journalist en natuurliefhebber Cyriel van Rossum bracht een paar dagen door bij de Rotterdamse Vogelopvang en zag met hoeveel toewijding de onooglijkste wezentjes in leven worden gehouden. "Toch dringt zich steeds weer die vraag op: waarom doen wij dit?"

Hij loopt nog steeds mank, constateert Ingrid. Het klinkt als een zakelijke constatering, maar in werkelijkheid is het een oordeel. Een oordeel over leven en dood. De zwaan laat zich moeiteloos optillen en wegdragen. Zwanen zijn 'watjes': ze maken veel misbaar, maar hun gesis en geklapwiek stellen weinig voor. Als je ze eenmaal vast hebt bij hun hals, zijn ze zo mak als een lammetje. Verhalen over botbreuken toegebracht door zwanen zijn fabeltjes. Ik heb zelfs eens een klap gehad: niet eens een blauwe plek.

'Inslapen'
Ingrid zondert zich af met de patiënt. Een minuut later is hij overleden. Een zwaan met een gebroken heup zal zichzelf nooit meer in het wild kunnen redden en de vogelopvang is geen tehuis voor invalide dieren. Ingrid is gediplomeerd paraveterinair, net als Monique en Hetty. De drie dames, die de opvang leiden, zijn de enigen die vogels mogen laten inslapen.

Dat wil zegen: de nek omdraaien, de klassieke manier om een dier snel en pijnloos te herenigen met de Schepper. Een andere manier is vergassen met koolstofdioxide, maar het vergasapparaat dat ergens in een hoek staat, wordt nauwelijks gebruikt. Alleen voor ganzen eigenlijk, want hun nek is niet in een handomdraai te breken.

Het alleenrecht op laten inslapen is een teer onderwerp. Chauffeur Kees is het er niet mee eens, vertelde hij onlangs op een ritje naar een meeuw die een vishaak had ingeslikt. Hij heeft een keer een zwaan opgehaald met een afgerukte vleugel. "Dan weet je meteen al: die laten ze inslapen. Waarom mag ik hem dan niet ter plekke uit zijn lijden verlossen en moet dat arme beest eerst nog een rit van een half uur maken?"

Betoverende schoonheid
Ingrid roept de vrijwilligers rond de ingeslapen zwaan. Ze vertelt over de anatomie van de vogel en laat de vrijwilligers voelen hoe hij in elkaar zit. Hij is nog warm, zijn veren zijn zacht en zijn lichaam is van een betoverende schoonheid. Straks zal hij in een vuilniszak worden gestopt en aan zijn diepgevroren lotgenoten worden toegevoegd in de vrieskist in de schuur.

Eens in de week leeg ik met de chauffeur de vriezer: de grijze zakken brengen we weg naar het vrieshuisje van de dierenambulance. Daar komt het destructiebedrijf ze ophalen. Elke week sjouwen we al gauw vijftig kilo kadavers de bus in.

Anderskleurige zakken moeten worden bewaard: die zijn voor het Natuurhistorisch Museum. Spechten gaan naar de universiteit, omdat ze interessant zijn voor onderzoek naar een middel tegen hersenbloedingen. Misschien geven ze het geheim prijs van hun ijzersterke breintjes.

Egeltjes
We rijden naar een mevrouw die in haar schuurtje zielige egeltjes opvangt. De vogelopvang zal dat werk overnemen, want ze stopt ermee. Dat betekent heel wat werk erbij, want zieke egels vergen een uitzonderlijk intensieve zorg. "Dit egeltje haalt het waarschijnlijk niet", zegt de egelvrouw en ze zet een schattig exemplaartje op het aanrecht. Het diertje valt om de haverklap om. Ze denkt dat het aan het wobbly hedgehog syndrome lijdt. Dat is ongeveer een doodvonnis: een niet te behandelen hersenziekte.

Begin november noteerde de vogelopvang al de vijfhonderdste egel van dit jaar. Vele man- en vooral vrouwuren zullen opgaan aan het verschonen, voeden en toedienen van medicijnen aan deze kleine hartenbrekers. Ze heeft ook nog een verzwakte duif, die werd aangevallen door egels, zegt de vrouw.

Geen idylle
Ze ziet mijn afgrijzen. Tja, zegt ze: egels zijn ook kleine rovertjes. Ze heeft wel eens meegemaakt dat jonge egeltjes waren begonnen aan de pootjes van een verzwakte soortgenoot. Ik wist het wel: de natuur is geen idylle noch een moreel evenwicht. Ze is een schijnbaar cynische balans van krachten in een harde, onaandoenlijke wereld. Moeilijk te rijmen met mijn grote liefde voor de natuur. Wie zuinig is op zijn romantische voorstelling van de natuur, kan beter niet met wilde dieren gaan werken.

Dit artikel zou eigenlijk een verhaal moeten zijn over leven en hoop. Er is veel leven op de opvang, en veel dood. Dood en leven kruisen elkaar voortdurend. Een op de acht vogels die worden gebracht, is er te slecht aan toe en sterft nog dezelfde dag in Ingrids of Moniques handen. Een kleine dertig procent overlijdt later alsnog, ondanks de goede zorgen.

Er zijn een paar duiven klaar gelegd. "Ze zullen nu wel ontdooid zijn", zegt Marco, een goeie jongen met een rijke verzameling piercings aan zijn hoofd, bekroond met een indrukwekkend nest van dreadlocks. We knippen allebei een duif doormidden. De sperwers hebben honger.

Voer voor roofvogels
Ik heb eens tegen een man die een evident stervende duif kwam brengen gezegd dat als het beestje het niet zou redden het nog altijd dienst kon doen als voer voor de roofvogels. "Niet meer doen, hoor", vermaande Ingrid me. "Daar spreken we niet over. Die man was zo begaan met dat duifje, zoiets hoeft-ie niet te weten."

Het is hartverwarmend hoe de kerkuil met zijn immer verbaasde gezicht afvliegt op de muizen die je voor hem neerlegt. Hoe parmantig de gerevalideerde reiger weer door zijn buitenverblijf schrijdt. Hoe die ongelukkige prop uitgroeit tot een ranke merel met diepgele snavel. Maar ook met hoeveel toewijding de mensen hier de onooglijkste wezentjes met een pincetje krekels voeren of babypap met een spuit.

Cynisme
En toch dringt zich steeds weer die vraag op waarom wij dit doen? Dat we het voor de natuur doen, lijkt mij een even nobele als onhoudbare stelling. Als een vogel te zwak is om op eigen kracht te overleven, te traag om uit de klauwen van een kat te blijven, of wordt verstoten door zijn soortgenoten, dan is hij kennelijk een drop out van het onverbiddelijke selectieproces dat de soort sterk moet houden. Ik kan het niet helpen: sinds ik hier werk, bekruipt een zeker cynisme me.

Ik leg de vragen voor aan beheerder Monique. Ze brengen haar geen moment in verlegenheid. "Wij beseffen heel goed dat we ze in de natuur niet achterna kunnen lopen met pillenpotjes. En dat doen we hier ook niet. Een vogel die na een ontwormingskuur last krijgt van een ontsteking zullen we natuurlijk wel medicijnen toedienen, maar op een gegeven moment houdt het op. Dan is het zinloos."

De mens

Vergeet niet, zegt ze, dat de meeste dieren hier niet als kneusjes geselecteerd zijn door de natuur, maar in problemen zijn gekomen door de mens. "Mensen gooien een boterham uit hun autoraampje, dat trekt meeuwen aan, die worden doodgereden en de kadavers trekken vervolgens weer aaseters en roofvogels, die vervolgens ook weer worden aangereden. Dat heeft niks met natuurlijke selectie te maken, toch?" Nee, niets.

Het stelt me gerust. Monique kent de twijfels over het nut van de opvang. Ze denkt anders dan vroeger over dierenleed, weet dat je dieren soms niet kunt helpen. Of eigenlijk: alleen maar helpen door ze uit hun lijden te verlossen.

Elk diertje telt
Naar Hellevoetsluis voor een jonge kleine mantelmeeuw die niet meer van de grond komt, naar Simonshaven voor een zieke stadsduif: ritten van tachtig km heen en terug voor één vogel zijn geen uitzondering. Elk diertje telt, elk leven is de moeite van het redden waard, zo prent ik me in, als we over de Haringvlietdam rijden om een nóg ziekere duif op te halen. Dat is het nobele uitgangspunt van dit werk, en dat moet ook wel want ware dierenliefde discrimineert niet.

Sluitingstijd nadert. "Kan ik nog wat doen?", vraag ik aan Monique. "De roofvogels moeten nog worden gevoerd. Kijk maar even op de lijsten wat ze moeten hebben." Bosuil: 2 muizen, 1 kuiken. Torenvalk: 2 muizen. In de koelkast staan een soort taartdozen tjokvol ontdooide kuikens en muizen. "Elk diertje telt", klinkt in mijn hoofd terwijl ik een emmertje vul met de slappe lijkjes.

Ons geluksgevoel
Vandaag krijgen vijf jonge zwanen de vrijheid. Ze liggen keurig op een rijtje te wachten op de bus, de poten en vleugels gekneveld met klittenband. Ik kniel erbij neer en doe wat iedereen doet: ze toespreken. "Gaan jullie lekker de wijde wereld in, hè? Ooow wat fijn", hoor ik mezelf zeggen terwijl ik er een onder zijn wangetje kroel. De zwaan leunt met zijn kop in mijn.

Ik verheug me ontzettend op hun vrijlating. Jonge zwanen chillen meestal in de monding van een rivier, dichtbij de zee. Als ze daar eenmaal een partner gevonden hebben vliegen ze het binnenland in om nooit meer van elkaar te scheiden.

Van Kees moet ik ze met de kop in de rijrichting leggen. "Anders worden ze wagenziek. Dat had ik laatst een keer: die zwaan kotste de vloer onder." We rijden naar Rozenburg, ooit een eiland, nu een groene zone te midden van de procesindustrie en haven aan de Nieuwe Waterweg. Naast mij staat een kooitje met een koekoek die vandaag ook aan de natuur wordt teruggegeven.

De najaarszon schijnt uitbundig en het water strekt zich voor ons uit als een idyllisch meer. Ik open mijn handen en de koekoek vliegt in een rechte lijn het gele lover in. De zwanen glijden na wat paniekerig gestuntel over de basaltblokken het water in. Een van de dieren stijgt magnifiek uit het water op. We staren hem na. "Daar doen we het voor, Kees", zeg ik. Ik denk erachteraan: voor ons geluksgevoel. Maar dat zeg ik niet.

Cyriel van Rossum is journalist. Vogelklas Karel Schot werd dertig jaar geleden in Rotterdam opgericht ter nagedachtenis aan de pionier en schoolmeester Karel Schot, die met schoolkinderen vogels opving op school.

Cijfers

Bij de Rotterdamse opvang worden jaarlijks tussen zeven- en achtduizend dieren binnengebracht. Dat zijn vooral vogels. Verder krijgt de dierenopvang nogal wat vleermuizen en egels te verzorgen. Hoe vergaat het ze uiteindelijk? Een klein statistisch overzicht.

Dood bij aankomst: 25 %

Direct in laten slapen: 12 %

Overleden ondanks goede zorgen: 28 %

Totaal dood: 65 %

Losgelaten: 29 %

Tweederde dood: kleine statistiek van de dierenopvang

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden