Opinie

Dieren en planten vluchten wèl voor opwarming

Beeld reuters

Dieren en planten ontvluchten de warmte, schrijft Science. Die conclusie klopt. Het natuurbeheer moet rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering.

Plant- en diersoorten schuiven hun leefgebied gemiddeld 17 kilometer per tien jaar op naar de polen als gevolg van klimaatopwarming, schreef Trouw (19 augustus) op de voorpagina, met het gerenommeerde wetenschappelijke tijdschrift Science als bron.

Hoe realistisch is het opschuiven van soorten? En vooral: wat betekent het? Wat mij betreft toont deze gedegen publicatie meer dan ooit aan dat klimaatverandering een factor is waar nu al rekening mee moet worden gehouden, ook en vooral in het natuurbeheer.

De Science-studie waar het hier over gaat is een mijlpaal, zeker in historisch perspectief. De eerste studies naar de effecten van klimaatverandering op de natuur werden 25 jaar geleden weliswaar nog louter gedaan met vegetatiemodellen en klimaat-scenario's maar toen al werd duidelijk dat de vegetatie in de wereld sterk kon gaan veranderen. Halverwege de jaren negentig verschenen de eerste studies die meldden dat verschillende soorten zich al verplaatsten, vooral planten in de Alpen en vlinders, korstmossen en vogels.

In 2001 besteedde het IPCC, het VN klimaatpanel, voor het eerst aandacht aan deze waargenomen effecten. Dat was echter op basis van slechts twintig studies, die aangaven dat de gemiddelde snelheid van verplaatsing zes kilometer per decennium was. Dit was te weinig om de verwachte klimaatverandering bij te houden. Na 2001 zijn er veel waarnemingen gepubliceerd die laten zien dat soorten veel sterker reageren op klimaatverandering.

In het laatste Science-artikel is hiervan een synthese gemaakt en de conclusie is dat de gemiddelde snelheid hoger is, maar ook dat er een grote spreiding is tussen verschillende soorten. De kracht van deze studie is dat alle waarnemingen worden verklaard binnen één kader.

Hieruit blijkt dat gebieden met een grotere opwarming grotere verschuivingen laten zien dan gebieden met minder opwarming.
Ook in Nederland worden vele veranderingen waargenomen. Wil Tamis van het Rijksherbarium is in 2005 gepromoveerd op het verklaren van veranderingen in de Nederlandse flora gedurende de 20ste eeuw. Vooraf verwachtte hij eigenlijk niet dat klimaatverandering al een grote invloed zou hebben. Vermesting, verdroging en versnippering van het landschap zouden de meeste veranderingen verklaren.

Uit zijn voortreffelijke analyse blijkt echter onomstotelijk dat sinds 1990 klimaatverandering wel degelijk een grote invloed heeft op veranderingen in onze flora. De gemiddelde jaartemperatuur in De Bilt lag de afgelopen tien jaar 1,4 graden hoger dan vóór 1990.

Het is dan ook geen verrassing dat warmteminnende soorten profiteren van de temperatuurstijging. Nieuwe soorten vestigen zich of komen op meer plaatsen voor en de aantallen individuen per soort nemen toe. Een voorbeeld hiervan is de schadelijke eikenprocessierups die zich in de laatste twintig jaar over het hele land heeft verspreid. Daarnaast hebben koudeminnende soorten het moeilijker gekregen. De spotvogel komt bijvoorbeeld veel minder vaak voor (zie ook natuurberichten.nl).

De Science-studie gaat niet in op het mogelijke uitsterven van soorten. Uitsterven van soorten als gevolg van klimaatopwarming is waargenomen, maar beperkt zich tot soorten van bergtoppen, poolgebieden en koraalriffen. Verder blijkt uit een groot Europees onderzoek naar het effect van klimaatverandering op 122 algemene vogelsoorten dat er drie keer zo veel soorten achteruitgaan als vooruit. Klimaatopwarming verhoogt dus de stress op vele soorten.

De modellen en scenario's laten zien dat met de verwachte klimaatopwarming, zonder dat daar een effectief klimaatbeleid tegenover wordt ontplooid, het uitsterven van soorten over enkele decennia zal gaan toenemen. Dan gaat het over het algemeen niet om de meest voorkomende soorten, maar juist om die met een beperkt levensgebied en een langzame verspreiding.

Als we de geobserveerde klimaatopwarming in de verbeterde modellen stoppen, laten de resultaten vergelijkbare veranderingen zien zoals die momenteel ook in werkelijkheid worden waargenomen. Dit geeft aan dat de modelresultaten over toekomstige veranderingen en uitstervingsrisico's waarschijnlijk robuust en reëel­­ zijn­­­­­­­.

Dat is inderdaad een alarmerende, maar ook een belangrijke waarschuwing. De conclusie van al deze wetenschappelijke inzichten is daarom dat we nu toch echt moeten gaan nadenken hoe we met de veranderingen in flora en fauna moeten omgaan. Het natuurbeheer moet niet alleen rekening houden met de traditionele bedreigingen, maar zeker ook met klimaatverandering.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden