Dierbaarste altaar zit bij Maria Hartog onder haar bed

Binnen en buiten moeten voor Maria Hartog ’met elkaar kloppen’. „Daarom heb ik altaren. Ik wil me thuis voelen in de wereld.”

Boven haar Groningse yogacentrum woont Maria Hartog (58) in een devotioneel huis. „Mijn hele woning is een altaar”, zegt ze, lopend langs beelden van haar hindoeïstische lievelingsgoden Ganesha en Krishna, de heilige Franciscus en een gedenkplek voor haar lievelingspoes Polleke. „Ik houd van versieren. Ik zou een slechte protestant zijn.”

Hartogs vader was koster en voedde zijn dochter katholiek op. Ze had een moeilijke jeugd; haar ouders sloegen haar. „Tegenwoordig zouden ze het mishandeling noemen”, zegt Hartog die boven op haar slaapkamer een hoekje heeft ingericht met spulletjes van haar vroege jeugd. „Op deze foto was ik twee; de tijd voordat mijn ego zich ontwikkelde. Toen was ik nog onbeschadigd.”

Met de emotionele beschadiging ontwikkelde Hartog ook een eetstoornis. Ze leed dertig jaar lang aan anorexia. „Ik ben uiteindelijk bij de dood weggehaald”, vertelt ze. Ze koos toen, zegt ze, bewust voor het leven.

Yoga hielp haar langzaam van de anorexia af. Hartog ontwikkelde het bewustzijn dat niets van haarzelf is en dat ze een kind is van God. „Er zijn andere dingen belangrijker dan de dingen waar ik me druk over maak.”

Het boze, het ontevredene, de wetenschap van imperfectie is altijd in haar aanwezig. Hartog is zich daar voortdurend van bewust. Met behulp van tastbare symbolen brengt ze zichzelf terug naar binnen, naar gevoelens van liefde. „Ik wil me verbonden voelen met mijn kern. Deze spullen zijn letterlijk her-inneringen aan wat liefdevol en dierbaar is in mezelf.” Op haar slaapkamer richtte Hartog een altaar in met foto’s, halfedelstenen en cadeautjes van vrienden; herinneringen aan mensen en momenten.

Een afbeelding van knuffelgoeroe Amma herinnert Hartog aan de omhelzingen die ze van de vrouw, die de wereld over reist om mensen te knuffelen, mocht ontvangen. „Het is een klein opdondertje. Toen ik haar zag, liepen de tranen mij over de wangen. Ik had pijn toen ik weer weg moest.”

Van sommige halfedelstenen heeft een vriend of vriendin de wederhelft. Een piepklein doosje met het gekleurde stof van een mandala herinnert Hartog aan de keer dat ze monniken meehielp het geometrische patroon te maken in Groningen. Een schildering van een monnik op een steen wijst haar erop dat ze altijd op pad is: „Want het leven is een reis.”

Hartog beschrijft haar geloof als een ’mengelmoesje’ van alle religies. „Ik heb iets met alle mystieke vormen van religieuze stromingen”, zegt ze. De gedachte die daarachter ligt is dat er ’iets wijzers, iets mooiers moet zijn dan mensen. Iets totaal anders. „Ik verbind me met de innerlijke vormen van godsdiensten, met de liefde en de goddelijke wereld.”

Hartog doet dat twee keer per dag heel bewust als ze mediteert voor haar altaar. „Alle dingen die op mijn altaar liggen, hebben een eigen verhaal en daar verenig ik me dan mee”, zegt Hartog. „De voorwerpen halen me weer terug naar mezelf, alsof ze zeggen ’ga maar weer naar binnen, naar je ziel’. Ik houd de hoop dat de stem van mijn ego minder krachtig wordt.”

Volgens Hartog is devotie een manier bij uitstek om voorbij het ego te gaan. „Maar ik ben niet zo ’offerig’. Elke dag ontsteek ik hier een lichtje en wierook, maar écht devotioneel? Nee daar ben ik toch te egocentrisch voor.”

Een beeld van degene die zijn ego het zwijgen op heeft kunnen leggen, staat midden op het witte altaarkleed: Boeddha. „Zijn parel in de lotusbloem staat voor het wezenlijke in de mens”, legt Hartog uit. „Dat wat ik ten diepste ben, moet naar buiten.”

Haar meest betekenisvolle altaar onttrekt zich echter aan het zicht. Hartogs dierbaarste ruimte bevindt zich onder haar verhoogde bed. Achter een gordijn in een poortje in de wand, toont ze een soort hut met tientallen dagboeken, foto’s en andere voorwerpen; alle van mensen die belangrijk zijn in haar leven, of dat zijn geweest. „Hier kom ik als ik verdrietig ben, of juist heel blij. Alleen mensen die gevoelsmatig heel dicht bij me staan, laat ik dit altaar zien. Dan vertel ik ze over ieder dingetje dat hier staat.”

Zittend in haar heiligste domein legt Hartog uit dat ze met de voorwerpen op haar altaren iets terug wil geven van wat ze in het leven ontvangt. „De altaren helpen me licht te zijn en levendig. Ze maken me gelukkig en het is gewoon leuk om ze te hebben. Mensen denken vaak dat ik heel erg Indiaas ben. Dat is niet zo, maar ik hou wel van het kleurrijke van die cultuur.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden