diep20zaterdag

Daan Westerink

Het was Valentijnsdag 2008. Vormgeefster Jolanda Kok (25) had de trouwjurk al klaarliggen. Familie bereidde de toespraken voor haar en Joost van Wielink (35) – trainer gespecialiseerd in rouwverwerking – voor. Toen zeiden ze het tegen elkaar: we gaan uit elkaar en kiezen het religieuze leven in een klooster.

Deze week nemen ze afscheid van hun gewone leven, van familie en vrienden. Eén keer willen ze het vertellen, voor ze op 1 maart intreden. Dat wat bijna niemand snapt.

Jolanda Kok voelde zich 'hemels' toen ze als kind in het kerstspel Maria mocht spelen. Op haar zestiende kwam ze in een katholieke kerk terecht, waarom weet ze niet meer, maar het protestantse meisje voelde dat ze tijdens de Eucharistieviering 'thuiskwam'. Haar moeder moedigde haar aan naar een hervormde kerk te gaan, maar daar voelde ze zich niet thuis. Ze liet zich in de rk kerk dopen en bezocht een wek later een roepingenweekend bij de Karmelietessen in Sittard. „Daar is het zaadje, dat al was geplant, gaan ontkiemen.”

En toen ontmoette ze Joost. „We werden verliefd, maar Sittard bleef sluimerend aanwezig. Regelmatig dwaalde ik met mijn gedachten af en meende ik de geur van de gangen, van het klooster te ruiken. Het was pijnlijk, want ik kon geen keuze maken.”

Bij Joost van Wieling thuis heerste 'Brabants katholicisme’: over geloof praatte je niet, je deed het. In de brugklas kwam voor Joost de 'kentering', toen hij zich voorbereidde op het vormsel. „We kregen allemaal de vraag: 'Waarom wil jij het vormsel ontvangen?' De meeste kinderen zeiden: Om de mooie cadeaus. Dat vond ik ontluisterend.” Met zijn ouders bezocht hij Lourdes en Fatima, tijdens zijn studie internationaal recht in Tilburg ging hij na een avondje stappen en een kort nachtje toch naar de kerk.

Hij kreeg een goede baan, een paar langdurige relaties en succes.

Tijdens bezoeken aan Atjeh na de tsunami en aan Afrika ontmoette hij berooide mensen, . „Het enige wat ze nog hadden, waar ze over spraken was God, op wie ze vertrouwden. Dat was de helende kracht van geloof.”

Joost besloot daarop 'dichter bij zichzelf' te willen komen. Hij ontmoette Augustijnen die ’midden in de wereld staan’. Joost wilde zich bij hen aansluiten, maar het kwam er niet van. Ook omdat hij Jolanda had ontmoet.

Het stel sprak nauwelijks meer over hun religieus verlangen. Joost: „We werden boos als we elkaar bijvoorbeeld zagen bidden. Het was te confronterend. We wilden toch een leven met elkaar opbouwen?”

Drie jaar geleden bezocht Joost met een koor de abdij van Heeswijk. „We zongen daar en ik liep inwendig huilend door de refter. Ik voelde: hier wil ik zijn, maar hier kan ik niet zijn. Ik kon toen de keuze nog niet maken.”

Jolanda herinnert zich Joosts thuiskomst scherp. „Hij huilde. Het was heel confronterend. We wilden zo graag dat die ander houvast zou bieden, niet net als jij ging twijfelen. Daarom praatten we er eerst ook niet over. Sommige mensen denken dat het daarom zover gekomen is, dat onze relatie niet goed was. Maar dat is het niet. Ik wist al vier jaar lang dat hij priester wilde worden. Dankzij Joost leerde ik dat er meer in me zat dan ik zelf wist. Het geloof is eigenlijk mijn hele leven al belangrijk voor me. Ik durfde alleen steeds niet te kiezen voor een religieus leven. Tot die huwelijksdag in 2008 eraan kwam, toen voelde ik dat het niet de goede weg was. Ik voelde me verscheurd.”

Een gesprek met een studentenpater, na een barbecue, bracht Jolanda duidelijkheid. „De volgende ochtend vertelde ik Joost dat ik een ander verlangen heb dan bij hem zijn, dat ik niet kon trouwen."

Die mededeling was een klap voor Joost, zegt hij. Maar ook een opluchting, al waren de voorbereidingen voor het huwelijk al in volle gang. „Ik voelde heel intens: het is niet onze relatie die niet klopt, het klopt niet dat ik een relatie heb.” Tot dan toe werd hij 'verscheurd' tussen het leven van ‘gewone’ mensen, en religieuze, toegewijde leven.

Joost: „Op een religieuze weg ligt geen rode loper. Ik heb me wel eens wanhopig afgevraagd: prima dat ik een roeping heb, maar kan het niet wat makkelijker? Alle hevige worstelingen zijn langs gekomen, en ik voel dat ik nu thuis mag gaan komen bij de gemeenschap waar ik intreed, op weg met God.''

Toen ze beiden wisten dat intreden hun bestemming was, rees de vraag: en waar dan?

Joost: “Ik kon me eerst niet voorstellen dat er een klooster bestond dat mij wilde accepteren. Ik ben enthousiast, uitbundig, vaak eigengereid, maar met een verlangen naar stilte en gebed.” Joost ging het gesprek aan met leden van de gemeenschap in Heeswijk. „Tijdens het gezamenlijk gebed kreeg ik het vertrouwen: hier mag ik mezelf zijn. Sterker: je moet jezelf blijven. Uiteindelijk wist ik het zeker. Ik wil Norbertijn worden.”

Ook Jolanda moest op zoek naar een klooster. „Bij de Blauwe Zusters was er direct een klik. Dat kon ik met de logica beredeneren en ook met mijn hart. Je mag er jezelf zijn, ook met je rare fratsen. Stoer of meisjesachtig: prima. Het is fijn dat er veel leeftijdsgenoten zijn, dat heeft herkenning. In maart ga ik naar het klooster in Brunssum, om me voor te bereiden op het noviciaat. Later ga ik naar Italië, om daar het noviciaat te doen. Dan starten de vormingsjaren. Er is veel aandacht voor spiritualiteit en filosofie. Ik kijk er naar uit.”

De reacties uit hun omgeving kunnen 'pijnlijk' zijn, zegt Joost.. Kritische vragen beantwoordt hij graag. „Maar als iemand niet verder komt dan 'Brouwen jullie ook bier?', dan denk ik: Is dat nou het enige wat je kunt vragen? De stilte van anderen is nog confronterender. Gelukkig zijn er ook mensen die het wel willen begrijpen, en ons steunen in de keuze.

Mijn vader ziet dat ik hier heel gelukkig van word, mijn moeder vreest dat dat niet zo zie. Ze was erg emotioneel, ook omdat ze ziet dat ik kies voor een kerk waar zij zich niet meer in herkent.

Gelukkig hebben zij beiden geen last van het kleinkindsyndroom. Mijn zus gaf me het grootste compliment: Je gaat eindelijk doen wat je hart verlangt. Ik heb veel te lang gezwabberd in het leven, het werd tijd voor een echte keuze.”

De ouders van Jolanda hebben het volgens haar 'heel moeilijk' met de aanstaande intrede. „Zij hebben altijd heel hard moeten knokken, werken en carrière is belangrijk. Zij snappen niet waarom ik bij wijze van spreken van een huwelijk naar een klooster ga. Ik sta met lege handen als ik met hen over het geloof praat. Ik hoop dat het anders wordt als ik straks intreed. Dat ze zien dat ik echt gelukkig ben. Gelukkig willen ze me wel volgen, willen ze weten wat ik doe, dat is voor mij heel belangrijk. Mijn broer heeft het gevoel dat hij zijn zus straks kwijtraakt.”

Door kloosterling te worden, geven Jolanda en Joost niet alleen hun carrière en relatie op, maar ook de kans op kinderen. Jolanda: "Ik wilde heel graag moeder worden. Daar zal ik mee om moeten leren gaan. Ik ben nog jong, maar ik voel dat het geestelijk moederschap voor mij mooier is dan biologisch moederschap. Er is een andere rol voor mij weggelegd. De rol van moeder van iedereen, zoals Maria die heeft. De liefde doorgeven. Dat maakt me gelukkig."

Jooste verwacht dat hij het vaderschap wel gaat missen. Lang dacht hij dat hij ooit „de babygeur van mijn eigen kind op zou snuiven, dat mijn kinderen bij mij een schuilplek zouden vinden. Maar ik voel ook dat ik me straks vader mag voelen van heel veel mensen. Deze weg, met Christus, moet ik gaan. Maar ik kies ook voor een leven in de maatschappij, al woon ik straks in het klooster. Ik wil me blijven verbinden met mensen. Ik gooi niet weg wat ik had, ik ga het alleen op een andere manier doen.”

KADER

Joost van Wielink treedt op 1 maart in bij de Orde van Prémontré, oftewel de Norbertijnen van de Abdij van Berne in Heeswijk. Deze Norbertijnengemeenschap is de oudste kloostergemeenschap van Nederland en werd in 1134 gesticht in Berne aan de Maas. Kenmerkend voor de wijze van leven is de combinatie van contemplatie - de stilte van het gebed - en actie. De Norbertijnen organiseren onder meer lezingen, ontvangen gasten, hebben in diverse parochies een basispastoraat ingericht, geven boeken uit en werken internationaal samen met broedergemeenschappen. Er zijn over de hele wereld meer dan 1500 Norbertijnen, mannen en vrouwen. Joost is nu nog postulant. Op enig moment, zal hij de abt verzoeken om toelating tot het noviciaat. Mocht hij toegelaten worden, dan is hij vijftigste Norbertijn in Nederland. De gemeenschap kent een vitale leeftijdsopbouw. Meer informatie: www.abdijvanberne.nl

KADER:

Jolanda Klok treedt op 1 maart in bij het instituut Dienaressen van de Heer en de Maagd van Matará (SSVM). Dit is de vrouwelijke tak van de Religieuze Familie van het Mensgeworden Woord, die in 1984 in Argentinië werd gesticht door pater Carlos Miguel Buela. De zustertak ontstond in 1988 en wordt ook wel de Blauwe Zusters genoemd door de habijten die de zusters dragen. Zij wordt geleid door de Nederlandse zuster Maria de Anima Christi van Eijk en telt inmiddels 835 zusters in 24 landen, waaronder 13 in kloosters in Brunssum, Heiloo, Valkenburg en Den Haag. De gemiddelde leeftijd van de zusters ligt rond de dertig jaar. Samen met de paters verzorgen de zusters een uitgebreid apostolaat wat betreft het geven van scholing aan kinderen en jongeren in lager- en voortgezet onderwijs, het geven van catechismusles en de verspreiding van de pro-life boodschap. Meer informatie: www.blauwezusters.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden