Dienstplicht: het laatste echte mannending

Ajola AdarBeeld Patrick Post

Over de tijd dat ze in dienst moesten om een 'echte kerel' te worden, hoor je alleen nog mannen van boven de veertig. Is dat jammer? Ex-huzaar Johan Nebbeling sprak met militair historicus Casper van den Broek en zocht vier beroepsmilitairen op.

Hoe het zo'n dertig jaar geleden stond met de sneuvelbereidheid van onze jongens zullen we - bij gebrek aan een echte oorlog - nooit weten. Maar volgens journalist, militair historicus en ex-dienstplichtige Casper van den Broek was het dienstplichtigenleger van de jaren tachtig 'het beste Nederlandse leger ooit.' Hij schreef er een boek over.

Hoe goed waren we?
"Héél goed. Nooit eerder in tweehonderd jaar was ons leger zo goed bewapend als in de jaren tachtig, de soldaten zo gemotiveerd en getraind. Nederlandse dienstplichtigen scoorden altijd hoog bij internationale wedstrijden tussen legereenheden en waren daarmee de trots van de generaals."

Hoe kwam dat?
"Vanaf eind jaren zeventig werd onder druk van de Koude Oorlog stevig geïnvesteerd in moderne wapensystemen. Door die technische vernieuwing waren minder dienstplichtigen nodig: van bewapende mannen naar bemande wapens. Het aanbod van geschikte jongemannen bleef echter onverminderd groot, waardoor nog maar vier van de tien jongens in dienst hoefden. Defensie heeft dat doelbewust gebruikt om potentiële lastpakken te weren. Hun werd een aantrekkelijke uitweg geboden via de Wet gewetensbezwaren. Zo bleven alleen gemotiveerde dienstplichtigen over. Voor het kader, de beroepsmilitairen, was dat een verademing. Het veranderde de hele sfeer in het leger. Minder kadaverdiscipline, meer teamwork."

Waarom ging jij in dienst?
"Ik geloofde in de dienstplicht. Het was een eerlijk systeem, waarin de verdediging van het land niet werd overgelaten aan ingehuurde beroepssoldaten, maar zaak was van de hele bevolking. Democratischer kan niet. Dan moet je als burger ook bereid zijn je plicht te doen."

In je boek ben je erg positief over de dienstplicht. Ik had als soldaat vooral het gevoel in een absurdistisch theaterstuk te spelen. Liepen we in het bos in een drafje achter een sergeant en als hij riep 'flitsboem!' was zogenaamd de atoombom gevallen en moest je plat op de grond gaan liggen. Zo zou je het overleven.
"Dat absurdistische herken ik wel. Wij moesten een heuvel aanvallen en bij gebrek aan oefenmunitie 'prrt prrt' roepen. Losse flodders waren te duur. Exercitie was ooit nuttig, maar dient tegenwoordig geen enkel praktisch doel meer. Toch is het belangrijk voor de discipline, die je in een leger nu eenmaal nodig hebt. Omdat ik dit soort achtergronden kende, kon ik me bij veel ogenschijnlijk zinloze regels wel neerleggen. Ik stond er vrij ontspannen in."

Je boek leest ook een beetje als een coming of age-drama: jongen maakt ontwikkeling door tot man. Ben je een echte kerel geworden in het leger?
"Ik ben er in elk geval volwassener geworden. Voor mij en de meeste andere dienstplichtigen was het de eerste keer dat we onder moeders vleugels uit waren en onder de hoede van volwassen mannen werden gesteld. Die pakten ons soms hard aan, maar voelden zich ook verantwoordelijk. Het waren een soort vaderfiguren. Zeker in de jaren tachtig, toen vaders nog niet zo'n grote rol hadden in de opvoeding, was dat belangrijk voor mij en veel andere jongens. In die zin kun je de dienstplicht wel zien als een inauguratie, zoals bij natuurvolken oudere mannen de jongens via het opleggen van een beproeving inwijden in het 'man zijn'."

De huidige generaties jongens missen dat allemaal. Jammer?
"Ja en nee. Ik vind het jammer voor ze dat ze die ervaring niet meer opdoen. Ik had het mijn eigen zoon, die nu 14 is, graag gegund. Maar het opvoedkundige karakter van de dienstplicht was altijd bijzaak. Het primaire doel was: landsverdediging. Door het einde van de Koude Oorlog is dat minder belangrijk geworden.

Dienstplichtigen zijn niet meer nodig. Het leger als opvoedingsinstituut vind ik geen goed idee: je moet doel en middelen niet door elkaar halen. Overigens is de dienstplicht in 1996 alleen opgeschort, niet afgeschaft. Ik sluit niet uit dat de dienstplicht ooit weer wordt ingevoerd als de situatie in de wereld daartoe aanleiding geeft."

In mijn tijd waren feministen erg actief. Vrouwen hadden het altijd maar over gelijke rechten. Maar als het op de dienstplicht aankwam, hielden ze zich muisstil. Waarom hoefden vrouwen niet in dienst?
"Volgens de Grondwet is iedere Nederlander verplicht bij te dragen aan de landsverdediging, dus ook vrouwen. De Dienstplichtwet maakt wel onderscheid tussen mannen en vrouwen. In de jaren negentig heeft de legertop nog uitgebreid gediscussieerd over de dienstplicht voor vrouwen. Daar is om praktische redenen vanaf gezien: wie zou er in geval van oorlog voor de kinderen moeten zorgen? Daardoor bleef de dienstplicht tot op het laatst wat het altijd al was: een mannenzaak. Achteraf gezien was het zelfs het laatste echte mannending in een samenleving waarin vrouwen steeds meer invloed kregen."

Casper van den Broek: 'Het beste leger; verplicht soldaat in de jaren '80', uitgeverij Aspekt. € 19,95.

Linda van VessemBeeld Patrick Post

De mooiste tijd van je leven
"In het leger maken ze een man van je." Generaties jongens hebben dat te horen gekregen van hun vaders, ooms, broers en al die anderen die hen graag van ongevraagd advies voorzagen. En als die jongens dan eindelijk (godzijdank!) waren afgezwaaid, gaven ze zelf ook graag een wijsheid van twijfelachtig allooi door aan de volgende generatie dienstplichtigen: "Joh, het is de mooiste tijd van je leven."

De dienstplicht was twee eeuwen lang een fenomeen in Nederland en de meeste andere westerse landen. Met dank aan Napoleon, die in zijn onuitputtelijke behoefte aan vers kanonnenvlees de dienstplicht niet alleen in Frankrijk invoerde, maar ook in de door hem ingelijfde landen.

Populair was de dienstplicht nooit in ons land; wie het zich ook maar even kon permitteren betaalde een zogeheten remplaçant - meestal een arme sloeber - om voor hem dienst te nemen. Vanaf 1898 was dat niet meer mogelijk, toen de algemene persoonlijke dienstplicht werd ingevoerd. Wat ook weer niet betekende dat iedereen 'voor zijn nummer' moest opkomen: bij gebrek aan voldoende plaatsen voor dienstplichtige militairen werd tot 1938 in het openbaar geloot. Waarbij de winnaars deze keer de verliezers waren.

Jarenlang gold in Nederland een dienstplicht van 18 maanden voor soldaten en 21 voor officieren en onderofficieren, maar de dienstplicht heeft ook 20 en 16 maanden geduurd. Vanaf 1983 was het 'nog maar' 14 maanden voor gewone soldaten en 16 voor (onder)officieren, waar later nog eens 2 maanden vanaf ging.

In 1996 werd de dienstplicht niet afgeschaft, zoals velen denken, maar opgeschort: in theorie kan hij relatief snel weer worden ingevoerd. De Koude Oorlog was gewonnen door het Westen, waardoor het belang van directe landsverdediging afnam. Het leger werd kleiner en kreeg andere, meer gespecialiseerde (internationale) taken. Die konden beter worden uitgevoerd door beroepsmilitairen, ook omdat dienstplichtigen niet tegen hun zin mochten worden uitgezonden én zelfs op de vliegtuigtrap mochten zeggen: "Weet je, ik ga toch maar niet."

Stefan BrandBeeld Patrick Post

'Ik ben een man geworden'
Naam: Alard van Keulen
Leeftijd: 25
Rang: Korporaal 1
Functie: verkenner/schutter
Militair sinds: 2005

"Je zou het nu niet meer zeggen, maar ik was vroeger een behoorlijk vet ventje. Soldaat worden was nooit mijn streven. Ik dacht meer aan kok. Maar bij een infostandje van Defensie dacht ik: zou ik dat kunnen? Toen besloot ik in dienst te gaan. Ik ging trainen en leerde mijn grenzen verleggen. Je kunt wel zeggen dat ik in het leger een ander mens ben geworden. Volwassen, een man, ja. Ik werd soldaat om mezelf te verbeteren en dat is me gelukt. Daar ben ik trots op. De rest is eigenlijk bijzaak. Ik ben in 2007 en 2009 in Afghanistan geweest. Ik heb daar zowel de mooiste als de rotste tijd van mijn leven gehad. De mooiste tijd, omdat ik daar mijn werk kon uitoefenen zoals het is bedoeld. Daar train je altijd voor. Maar het was ook de rotste tijd, omdat maten gewond zijn geraakt. Dat is heftig. Ik wil nu onderofficier worden. Hopelijk kan ik volgend jaar aan de opleiding beginnen."

'Angst houdt je scherp'
Naam: Stefan Brand
Leeftijd: 24
Rang: Korporaal 1
Functie: chauffeur genie
Militair sinds: 2007

"Ik was zo'n jongetje dat altijd soldaatje speelde, van jongs af aan geïnteresseerd in het leger. Toch wist ik na mijn middelbare school niet wat ik wilde. Tot ik bij een voorlichtingsstand van Defensie kwam. Dienst nemen leek me spannend, veel meemaken. Ik had ook het idee dat ik als militair echt iets kon betekenen. Ik voelde me meteen thuis. In het leger zijn je collega's meer dan alleen collega's. Je werkt samen onder risicovolle omstandigheden en moet volledig op elkaar kunnen vertrouwen. Dat schept een hechte band. Ik ben uitgezonden naar Afghanistan. Daar ben ik soms bang geweest, ja. Maar angst is gezond. Het houdt je scherp. Bij de genie gaan we juist af op ons onderbuikgevoel. Ik heb de opleiding afgerond voor onderofficier aan de Koninklijke Militaire School, maar vond mezelf nog een beetje te jong om leiding te geven. Binnenkort ga ik terug naar de KMS en dan wil ik wel doorgroeien naar een leidinggevende functie."

'Dit is helemaal mijn ding'
Naam: Linda van Vessem
Leeftijd: 26
Rang: Korporaal 1
Functie: verzorgende/hulpverlener geneeskundige troepen
Militair sinds: 2006

"Mijn familie en vrienden keken niet raar op toen ik als meisje dienst nam. Ze vonden het wel stoer; het paste bij me. Voor mij was het een bewuste keuze. In de burgermaatschappij kan ik dit werk ook doen, maar dan blijf je altijd op dezelfde plek. En ik hou juist van afwisseling. In het leger werk je steeds onder andere omstandigheden. Ik assisteer de artsen en verpleegkundigen op de hulppost als er zieken of gewonden binnenkomen. Het mooie van mijn werk is dat ik echt iets voor anderen kan betekenen. Ik ben in 2008 uitgezonden naar Afghanistan. Dat was écht, niet te vergelijken met een oefening. Ik vind het vooral fijn dat ik er veel heb kunnen doen voor burgers. Ik merkte tot mijn eigen verbazing dat ik tijdens grote stress uiterlijk heel rustig blijf. Die rust straalt af op de patiënten. Ik wil absoluut verder in dit werk en bij het leger: het is helemaal mijn ding."

'Kameraadschap groeit bij gevaar'
Naam: Ajola Adar
Leeftijd: 25
Rang: Korporaal 1
Functie: verzorger geneeskundige troepen
Militair sinds: 2008

"Een kantoorbaan is niets voor mij. Ik ben sportief ingesteld en graag fysiek bezig. Dat kan hier de hele dag. In het leger gaan, soldaat worden, is een beetje een jongensdroom van me. Ik heb er nog geen dag spijt van gehad. Ook niet toen ik in 2010 voor vijf maanden naar Afghanistan werd uitgezonden. Het was vanaf de eerste dag duidelijk dat je uitgezonden kon worden. Dan ga je ook niet moeilijk doen als het zover is. En je bent goed getraind. Dit is waarvoor je het doet. Het was natuurlijk best spannend. Ik heb er veel gezien en meegemaakt. Maar het was een mooie ervaring. Juist als het echt gevaarlijk wordt, groeit de kameraadschap. Als het zou moeten, zou ik zo weer gaan. Ik ben trots op mijn werk, echt. Maar met mijn familie en vrienden praat ik er niet veel over. Want ik vind: werk is werk en thuis is thuis."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden