DIEKSTRA/ALS LEZEN HEELT

Zijn grote schare fans houdt het volste vertrouwen in de Leidse hoogleraar psychologie René Diekstra, auteur van succesvolle boeken als 'Als leven pijn doet', die net even te veel uit werk van anderen citeerde. De regionale kranten verbraken woensdag definitief alle banden met hun columnist en later deze maand doet een commissie een uitspraak over Diekstra's toekomst bij de universiteit. Twee vragen blijven over: waar moeten zijn lezers het zoeken? En wat moet Diekstra zelf?

BAS DEN HOND

John Guitoneau, voormalig PTT'er, vertrouwt Diekstra, plagiaat of niet. “Hij komt op mij heel sympathiek over. Angst, depressie, liefdeleven, seks, hij probeert dat op een gewone manier op een rijtje te zetten. Paniek bijvoorbeeld, wat je dan voelt. Daar heb ik ook mee geleefd. Ik had hartkloppingen, pijn, ik durfde niet de straat op. Hij heeft geschreven dat je die dingen moet gaan relativeren, op een luchtige manier erover moet gaan denken. Als ik nu buiten ben en ik dreig weer in paniek te raken, dan denk ik aan dat stukje. En dat helpt.”

De hoofdredactie van de Geassocieerde Persdiensten (GPD), het samenwerkingsverband waaraan de meeste regionale dagbladen in Nederland deelnemen, heeft vorige week vrijdag de handtekening van Guitoneau en nog zevenhonderd anderen in ontvangst genomen. Maar de GPD ging niet in op hun eis: de Denkwijzer terug! Initiatiefnemer Hans Kuiper uit Norg: “De GPD heeft die column gestopt vanwege de heisa. Toen ik dat merkte, heb ik een advertentie gezet in het Nieuwsblad van het Noorden: mist u de columns van Diekstra ook zo? Daarna is er heel veel gebeurd. Allerlei mensen reageerden: docenten die het in de les gebruikten, gezinnen die het gebruikten om bepaalde tere dingen bespreekbaar te maken, ouderen, zelfs psychologen die het in hun behandeling toepasten.”

Zo nu en dan belt Kuiper met de hoogleraar, die volgens hem nog steeds uiterst aangeslagen is onder wat hem is overkomen. “Hij had dit nooit verwacht. Hij mag geen interviews geven zolang hij nog met de onderzoekscommissie bezig is. En tot die tijd kan hij ook nog geen plannen maken.” Kuiper heeft ook zijn twijfels gehad: “Toen bijvoorbeeld de onthulling kwam dat hij 'Je verdriet voorbij' helemaal zou hebben overgeschreven. Toen heb ik hem gebeld en gezegd: als dat waar is, dan stop ik met de actie, dat kan echt niet. Ik mocht toen naar hem toe komen en ik heb de contracten gezien die hij met die Amerikaan McEnery sloot. En de kwitantie: hij heeft vijftienhonderd gulden gekregen voor maximaal 6 500 verkochte boeken. En hij is genoemd in het voorwoord, op de kaft en op de derde bladzij, drie keer dus. Op basis daarvan zeggen wij: hij is een integere professor, elk volksgericht wijzen wij af, en als hij fouten heeft gemaakt, moet hij dat maar uitzoeken met de rechterlijke macht.”

Het auteursrecht van een of andere Amerikaan zal de lezers die Diekstra in dankbaarheid gedenken trouwens worst wezen. John Guitoneau: “Hij heeft het niet bewust gedaan. Hij had gegevens nodig, die is hij gaan opzoeken en overschrijven. Hij komt heel veel in Amerika, daar vindt hij boeken die hier nooit komen.” Zijn vrouw Marion: “Hij heeft gedacht: daar hebben mijn lezers wat aan. En waarom zou dat niet mogen? Wat een concertpianist speelt, is toch ook van Chopin? John: “Hij heeft durf gehad, dat is het. En klakkeloos overgeschreven heeft hij het zeker niet, daar heeft hij te veel kennis voor.”

Diekstra, dat is hem duidelijk gebleken uit zijn columns en uit het televisieprogramma 'Het onderste boven', is erop uit de mensen te helpen. “Dat is toch prachtig? Hij komt met een boek, hij probeert daarvoor ook reclame te maken, mensen lezen het en dat scheelt dan weer in het ziekteverzuim. Wat is daar tegen? En van wie zou ik het anders moeten lezen? De psychiater wil altijd dat je zelf met oplossingen aankomt. De huisarts, als je bij hem komt en je zegt: ik heb pijn op mijn borst, vraagt: wat denk je er zelf van? Maar sommige dingen wéét je gewoon niet.

“Door dat werk van Diekstra te lezen, leerde ik bepaalde handelingen te verrichten. Bijvoorbeeld bij paniekaanvallen wèl naar buiten gaan, kijken wat me overkwam en dan niet op een negatieve manier. Dat lukte natuurlijk niet meteen. Ik moest het als het ware in mij opnemen en ernaar gaan handelen. Ik heb dat stukje wel in mijn binnenzak gehad, als ik het dan te kwaad kreeg, kon ik het meteen weer even lezen.”

Patiënten missen hem, collega's missen hem. “Ik ben trots op zo iemand in mijn vak. Hij heeft een heel nuttige maatschappelijke invloed, daarvan hoop ik dat die gehandhaafd kan worden.” Psycholoog J. Oskam las de boeken van Diekstra graag, evenals de column, in het Utrechts Nieuwsblad. “De klanten vinden het prettig om boeken van hem te lezen. Ik verwijs ze wel eens naar hem, of in ieder geval naar soortgelijke boeken. En mijzelf bracht hij op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in mijn vak. Zijn stukjes in het Utrechts Nieuwsblad verbaasden me, zo belezen als hij was. En het was heerlijk om dat allemaal te lezen, zonder al die referenties.”

“Waar Diekstra vanuit gaat is de rationeel-emotieve therapie, en dat is ook echt de trend in de psychotherapie: niet al dat in het verleden duiken, het gaat om verandering in je gedrag en in je beleving nu, en dat kun je leren. Bijvoorbeeld als je depressief bent: wat zijn de ideeën die daarachter zitten, zijn die zinnig, zijn die realistisch? Dat iemand plagiaat pleegt... Bij voorlichtingsmateriaal vind ik dat minder erg. Diekstra's kracht is dingen oppikken en doorgeven. Hij kan beoordelen of iets zinnig is, hij staat ergens voor en daar heb ik vertrouwen in. Hij is nu eenmaal een gedreven iemand, hij wil een boodschap uitdragen. Psychologie ìs toch ook een vak waar heel veel bevrijdende dingen in zitten: je kunt greep krijgen op je eigen bestaan, je eigen cognities onder ogen zien.”

En er is meer: niet alleen de boodschap is goed, erover lezen is al de helft van de oplossing. Want lezen heelt. Oskam: “Dat heet bibliotherapie. En het past in de trend in de psychotherapie naar kortere therapieën. Zelfs als mensen dergelijke literatuur op hun eentje gebruiken, kunnen ze erdoor geholpen worden.”

Oskam heeft bibliotherapie in zijn eigen behandelingen ook een plaats gegeven. Maar er is geen psychologisch keurmerk voor boeken, je moet het allemaal zelf uitzoeken. “Een boek als 'Niet morgen maar nu', van Wayne Dyer, dat zit consistent in elkaar en dat kunnen mensen snappen. Maar er zijn ook boeken die doorslaan, die beweren dat je kanker kunt wegdenken of zoiets. Ooit, als ik met pensioen ben, zou ik wel eens een lijst willen maken van boeken die geschikt zijn.”

Louise Beijer weet zo'n boek. “Ik zal U er een stukje uit voorlezen. 'Leef enthousiast', heet het, het is al van ver voor de oorlog: Wilt ge meester worden in de levenslust, schakel dan enthousiasme in bij alles wat ge doet. Denk en leef, spreek, handel enthousiast. Berusten is goed, zolang gij niets kunt doen. De levensstrijd eist actie, steeds maar weer actie.

Beijer, secretaresse, vond de column van Diekstra “ècht een Denkwijzer. En daar heb ik heel veel behoefte aan, ik mis zijn stukjes. Maar ik heb begrepen dat ze gebundeld zijn, daar heb ik naar geïnformeerd, dus die ga ik nu kopen.”

De Denkwijzer was een wekelijkse oppepper. “Ik heb een drukke baan, waar moet ik dat soort dingen anders vandaan halen? Er zijn wel mensen, ook op mijn werk, die een dergelijke diepgang hebben, maar ik vind dat toch ook wel heel erg in zijn manier van schrijven. Het is begrijpelijk, en het gaat over dingen waar ik behoefte aan heb. Je zoekt iets in je leven en dat is heel moeilijk te vinden: een goed gesprek, iemand die naar je luistert - dat vind je gewoon niet gemakkelijk.”

Niet elke maandag was Diekstra even raak: “De ene week denk je: verdorie, dit is het niet echt. Maar dan wachtte ik op de volgende week, en meestal was hij dan weer wel in mijn straatje. Een stukje dat ik me bijvoorbeeld nog heel goed kan herinneren, ging over een relatie. Ik herkende dat en hij bevestigde ook hoe dan dan verliep, man en vrouw tegenover elkaar. Zijn laatste stukje vond ik heel vervelend. Dat was onbevredigend. Hij schreef dat hij in een vliegtuig zat en wilde dat het neerstortte. Ik dacht: wat heeft-ie, zit hij in de problemen? En toen kwam dat nieuws over hem.”

Met letters bracht Diekstra zijn wanhoop naar buiten. En met letters, belooft de bibliotherapie, kun je een mens aan de knoppen leren draaien om wanhoop te temperen of weg te nemen. Met name in de VS, het land waarin Diekstra zoveel inspiratie opdeed, wint die geachte methode terrein. In Nederland is dr. Pim Cuijpers, hoofd van de afdeling preventie van het Riagg West-Noord-Brabant in Roosendaal, een van de weinigen die zich in de effecten van bibliotherapie hebben verdiept. En die zijn niet mis. “Als ik er een lezing over geef, vertel ik graag dat bibliotherapie net zo effectief is als een traditionele therapie met tien, twintig zittingen. Dan zie je een golf van verontwaardiging door de zaal gaan. Maar als ik dan uitleg hoe ik dat bedoel, dat de bibliotherapie een plaats moet krijgen in hun werk naast andere therapievormen, dan zakt dat wel weer.”

De cijfers uit met name Amerikaans onderzoek pakken in ieder geval buitengewoon gunstig uit voor de schriftelijke therapievormen. In het tijdschrift Gedragstherapie publiceerde Cuijpers eind vorig jaar een meta-analyse, een statistische bundeling van zeven gepubliceerde studies waarin bij depressie een vergelijking werd gemaakt tussen bibliotherapie en enkele andere behandelvormen. De conclusie: bibliotherapie deed niet onder voor individuele of groepstherapie.

Interessant vindt hij die uitslag, en ook wel sporend met de neiging onder psychologen om minder waarde te hechten aan de precieze manier waarop een therapeut zijn werk aanpakt. “Het wordt steeds duidelijker dat psychotherapie helpt bij depressies, maar dat alle soorten therapie eigenlijk hetzelfde effect hebben. Je blijkt een methode enorm te kunnen uitkleden zonder dat hij zijn effectiviteit verliest. Heel lang is bijvoorbeeld gedacht dat de relatie met de therapeut van doorslaggevend belang was. Maar het blijkt dus ook te kunnen met een boek dat je iemand laat doorwerken, waarbij de therapeut eens in de week opbelt of het allemaal duidelijk is. Het is heel boeiend, het is zó kneedbaar, ook binnen de bibliotherapie weer: er is een onderzoek waarin een therapie op basis van een boek van driehonderd pagina's werd vergeleken met een brochure van veertig pagina's waarmee mensen voor zichzelf hun levensdoelen op een rijtje moesten zetten: géén verschil!”

Die golf van verontwaardiging onder zijn gehoren van psychotherapeuten begint begrijpelijk te worden. En is zelfs wel terecht: je moet uitkijken met de conclusie dat bibliotherapie dus gelijkwaardig is aan andere therapie: “Het gros van de mensen die zich voor hulp bij het Riagg melden, is nog steeds het meest gebaat bij gewone psychotherapie. Dat zijn namelijk andere patiënten dan die in de studies die zijn gedaan met mensen die op een oproep in de krant reageerden. Maar dat is niet erg, want we weten dat de helft van alle depressieven onbehandeld blijven omdat ze geen hulp vragen. Die kun je dus met bibliotherapie bereiken!” Met andere woorden: bibliotherapie is tot nu toe alleen op de lichtere gevallen uitgeprobeerd. “Er moet nog veel meer onderzoek worden gedaan. Maar het zou niet ethisch zijn iemand die zwaar depressief is, weg te sturen met een boekje.”

Zelf past Cuijpers bibliotherapie toe in cursusvorm. Hij heeft een Amerikaanse methode bewerkt voor Nederland, het boek is verschenen onder de titel 'In de put, uit de put'. Een bewerking voor Teleac is in de maak. En juist diegenen die zich niet als depressief beschouwen maar ondertussen wel hondsberoerd door het leven gaan, zijn er volgens hem mee te bereiken. “We hebben de cursus aangeboden voor wie zich depressief voelen, maar ook voor mensen met een chronische ziekte, want die hebben een grote kans om depressief te worden. Maar hùn cursus heette 'omgaan met een chronische ziekte', en we hadden het woord 'depressie' er helemaal uit geschrapt. We hadden het over 'technieken om je stemming te beïnvloeden'. En wie meldden zich? Mensen met depressie, er was helemaal geen verschil!”

Volgens Cuijpers zal er altijd wel een fundamenteel onderscheid blijven tussen dergelijke cursussen en boeken als die van Diekstra. “Wat hij doet, is een populaire vertaling geven van wetenschappelijke inzichten. En dat heeft een therapeutisch effect. Maar dat is iets anders dan therapie. En dat is maar goed ook. Het is gevaarlijk als mensen echt kunnen gaan winkelen voor een therapie. Iemand die bijvoorbeeld zwaar depressief is en er zonder begeleiding aan begint, loopt kans dat hij de cursus niet afmaakt, en er dan dus weer een nieuwe faalervaring bij heeft. Dus of mensen kunnen genezen doordat ze iets van Diekstra lezen. . . Ik denk dat het lezen van zo'n stukje een schakel is in een heel proces. Ik kan me voorstellen dat het wegvallen daarvan een gemis is, maar verder kan ik daar geen uitspraken over doen.”

Zo bezien kan Diekstra toch niet echt ontevreden zijn over zijn loopbaan als popularisator van de psychologie. Hij stond met zijn boeken op de rand van een krachtige vorm van psychische hulpverlening. Veel van zijn lezers hebben minstens het gevoel gehad bij hem in bibliotherapie te zijn, hebben zich geholpen geweten bij problemen die het leven behoorlijk kunnen vergallen. Maar dat is een schrale troost voor iemand die geslagen en praktisch gekooid zit af te wachten wat een academische commissie over zijn loopbaan zal beslissen. Wat moet iemand doen die van zo'n hoog voetstuk is gevallen?

Het semi-professionele advies van Pim Cuijpers, de onderzoeker die gelooft in de kracht van het woord: “Hij moet zich vooral op zijn wetenschappelijke werk storten, en maar even ophouden met het doen van populair-wetenschappelijke dingen. Maar verder heb ik echt geen adviezen voor hem. Iedereen maakt in zijn leven ingrijpende gebeurtenissen mee - het verlies van een naaste, betrapt worden op plagiaat, in een rolstoel terechtkomen: het hoort ondeelbaar bij het leven en er is geen advies te geven hoe je daarmee om moet gaan. Je moet de gevoelens die dat oproept in kaart brengen, maar verder zijn er geen algemeen geldende adviezen te geven, zoals er veel over praten ofzo. Daar is onderzoek naar gedaan, bij rouwverwerking bijvoorbeeld. Iedereen doet dat anders, en in principe zijn al die manieren goed.”

De wens van Louise Beyer, die elke week hoopte dat zijn stukje in haar straatje zou zijn: “Ik heb een vreselijk positieve instelling. Deze man moet toch proberen zijn gedachten zo positief mogelijk te houden. Dat is gemakkelijk gezegd, maar anders komt hij er niet uit. . . Ik zou hem zo dat boekje van me willen geven, 'Leef enthousiast'. Hij moet niet berusten, maar misschien aanvaarden dat hij dat gedaan heeft. Maar dan positief.”

De goede raad van J. Oskam, de psycholoog die via Diekstra de ontwikkelingen in zijn bevrijdende vak bijhield: “Hij moet voortaan wat zorgvuldiger met zijn referenties omgaan. Ik hoop dat het de leesbaarheid niet al te zeer aantast. En gewoon weer hoogleraar worden, verder gaan met schrijven. Hij moet niet in discussie gaan met collega's, gewoon zich concentreren op zijn werk. Dat kan hij best, hij is geen psychopaat of een afwijkend iemand, hij zal zijn nuchtere verstand gebruiken. Misschien schrijft hij er een interessant boek over.”

En een boodschap van John Guitoneau, die de straat heroverde met een stukje van Diekstra veilig in zijn binnenzak: “Ik zou zeggen: moed houden. Misschien moet hij uit het schrijven de kracht vinden om op de been te blijven, daar zal hij ook wel mee bezig zijn. Ja, eigenlijk moet hij zijn stukjes toepassen op zichzelf! Hij heeft heel mooi geschreven over wat het voor een mens betekent als hij ontslagen wordt. En hij moet weten dat heel veel mensen achter hem staan. En dat we hem niet vergeten. Kom op man, we houden van je!”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden