Dieetgoeroes zijn niet de oplossing

Morgen is het de Dag van de diëtist. Dan wil deze beroepsgroep zichzelf in het zonnetje zetten. Dat is hard nodig, zeggen ze. Diëtisten voelen zich buitenspel gezet.

Kees de Vré

Terwijl ze een broodje smeert in de keuken naast haar diëtistenpraktijk, vraagt Wilma Koghee: ,,Weet je wat dieet K is?’’ Ze reageert onmiddellijk op de opgetrokken wenkbrauwen. ,,Dagelijks speklappen uit eigen voorraad op het menu.’’ Ze glundert en het verraadt het plezier dat ze heeft in haar werk. ,,Als je afvalt, eet je iedere dag een deel van je eigen vet op. Je bent dan een beetje je eigen kannibaal.’’

Ondanks de passie waarmee ze spreekt over het diëtistenvak is er veel loos, vindt ze. ,, De zorgautoriteit bepaalde enkele jaren terug dat het tarief van de zelfstandig gevestigde diëtist wel 27 procent lager mag liggen dan de tarieven van de thuiszorgdiëtist, zorgverzekeraars bieden contracten aan waarover niet te onderhandelen valt en bieden tegelijkertijd concurrerende producten aan. We zijn met 2500 beroepsbeoefenaren maar een kleine groep. We zijn te bescheiden, worden gemakkelijk weggedrukt en de politiek laat ons – zelfstandig gevestigde diëtisten – aan ons lot over. Vrije-marktwerking roepen ze dan.

Wat ze vergeten dat ze wij door relatief simpele en goedkope ingrepen de gezondheidszorg een hoop geld kunnen besparen. Gezonde mensen werken beter, leren beter. Dat geeft overal een betere sfeer. Maar preventie heeft in onze gezondheidszorg nog steeds geen prioriteit.’’

Koghee zit 28 jaar in het vak. Ze heeft gewerkt voor ziekenhuizen en in de thuiszorg. Nu heeft ze een zelfstandige praktijk, werkt daarnaast als bedrijfsdiëtist en is voorts nog voorlichtster van de Nederlandse Hartstichting. De naam Sonja Bakker wil ze eigenlijk vermijden, maar die valt natuurlijk wel. Ze aarzelt, maar dan toch: ,,Iedereen kan afslankmethoden of afslankmiddelen onder de naam '*.dieet' op de markt brengen, want een dieet is geen beschermd product. Niet zelden geeft zo’n dieet gezondheidsschade.

Wat Sonja doet is een groot verschil creëren tussen wat je inneemt aan energie en wat je verbruikt. Dat verschil kan oplopen naar wel 1000-1500 kcal. Dat verklaart voor een deel haar succes. Maar waaraan in haar afslankadviezen niet voldoende gedacht wordt is de dekking van de nodige voedingsstoffen. Door de extreem lage energie-inname creëer je tekorten. In een voeding die uitgaat van weinig koolhydraten wordt bij voorbeeld het eten van brood afgeraden. Denk ook maar aan Atkins, Montignac, South Beach.

Veel mensen volgen in hun leven achtereenvolgens verschillende afslankrages. Als gevolg daarvan krijg je bij voorbeeld te weinig jodium binnen. Jodiumtekorten kunnen leiden tot schildklierproblemen en dat heeft weer zijn effecten op vele organen. Schildklierhormonen sturen namelijk vele lichaamscellen aan. Die effecten komen echter pas veel later aan het licht. Het lichaam zit prachtig in elkaar en het kan heel lang onze leefstijlfouten opvangen. Maar dan? Als men klaar is met de afslankkuren en het boek aan de kant gaat, want het helpt allemaal niet meer? Zo gaat dat uiteindelijk met al die rages. Dan komen ze bij ons. Ja, dan komen ze gelukkig toch nog bij de diëtist.’’

Voeding lijkt zo gewoon, maar het is onderdeel van een leefstijl en dat is doorgaans een ingewikkeld geheel, zegt Koghee. ,,Mensen die bij mij komen hebben vaak al lichamelijke klachten. Ziek zijn heeft echter ook psychische gevolgen. Mensen worden boos of verdrietig, zijn onzeker over hoe hun lijf werkt. Als zieke moet je je weg in de omgang met je lijf weer zien terug te vinden. In dat complexe veld moet je als diëtist niet alleen beschikken over veel vakkennis en mensenkennis, maar ook een dosis communicatieve vaardigheden. Ik moet in eenvoudige taal mijn cliënten duidelijk maken wat de relatie is tussen hun ziektebeeld en voeding. Bedenk dan dat geen mens hetzelfde is. Pas na intensieve gesprekken kan ik een advies geven dat op maat is gemaakt.’’

Zoiets doe je niet even uit een boekje. Dat zegt ze niet, maar denkt ze wel. Even later blijkt dat. ,,Cijfers op een caloriewegwijzer bij voorbeeld, zijn maar cijfers.’’ Ze haalt nu een houten houder met wel vijftien reageerbuisjes tevoorschijn. Dat geeft voor vijftien voedingsmiddelen weer hoeveel vet mensen binnen krijgen. Ze haalt er een buisje uit. ,,Kijk dit zijn de vetten uit een plakje cake. Zo ziet men met eigen ogen hoeveel vet daarin zit. En of het veel of weinig van het goede vloeibare of slechte harde vet levert. Op de computer kan ik klanten precies laten zien dat wijzigingen in hun eigen dagmenu invloed hebben op de dieetsamenstelling. Op deze manier geef je mensen inzicht, maakt ze nieuwsgierig en dat werkt heel goed. Het doet iets met de bereidheid te veranderen.’’

Gedragsverandering is waar het steeds weer op aan komt, benadrukt Koghee wel enkele malen. ,,Je moet de oplossing voor je problemen niet buiten jezelf zoeken. Dat is toch wat er gebeurt als je je overgeeft aan weer een nieuwe dieetgoeroe. De oplossing zit in jezelf. Wat vind jíj belangrijk. Een geschoolde diëtist helpt je bij het maken van andere keuzes.’’ Hoe zit dat dan met de omgeving die de consument geen moment loslaat bij het aanbieden van ongezonde producten?

,,Dat is zo. Onze samenleving is ingesteld op consuméren, op overconsumptie, het overal en altijd maar kunnen eten en drinken. Bij die overdaad is het lastig goede keuzes te maken. In het omgaan met die prikkels kunnen diëtisten een grote rol spelen. Ouders zijn de voorbeelden voor kinderen. Ik zou ouders al willen benaderen als ze het meest ontvankelijk zijn voor informatie. Dat is als ze op het punt staan om kinderen te krijgen. Betrek diëtisten bij gesprekken met aanstaande ouders. Dat is een kans die we niet moeten laten liggen. Dan de scholen, heel belangrijk. Het is natuurlijk van de gekke dat er op scholen, net zoals in ziekenhuizen trouwens, automaten staan met ongezonde voeding. Ik wil pleiten voor een schooldiëtist. Die kan de schoolleiding adviseren hoe om te gaan met voeding op school en deskundige voorlichting geven aan de leerlingen en hun ouders.’’

Koghee ervaart het soms als een moeizaam gevecht tegen de heuvel op, terwijl er toch met een beperkte inzet veel te bereiken is. ,,Als ik zie hoeveel ik in al die jaren met cliënten van me voor elkaar heb gekregen, hun kwaliteit van leven heb verhoogd. Ik kan die hele wereld van overconsumptie niet veranderen, maar ik zou willen dat wij als voedingsdeskundigen meer structureel worden ingezet. Preventief. Extreem anders hoeft het echt niet. Het gaat maar om een kleine switch. Nederlanders komen jaarlijks gemiddeld 1 tot 1,5 kilo aan, ofwel 20 tot 30 kilocalorieën per dag. Dat is één lange vinger. Draai dat eens om. Eet elke dag 20 tot 30 kcal minder. Dat scheelt per jaar een kilo en in tien jaar dus tien kilo. Mijn motto is dan ook: Geniet meer van een beetje minder.’’

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden