'Dieet maakt van Stella Jongmans herboren atlete'

“Hang me aan een ketting en ik duik in het ravijn.” De zucht naar avontuur kenmerkt atlete Stella Jongmans nog altijd, maar de onevenwichtigheid in welbevinden en prestaties lijkt dankzij een dieet verdwenen. Ze werd tweede in Boedapest, en triomfeerde na een turbulente week in Berlijn en Gent. Tijd om volgende maand tijdens de WK indoor in Barcelona de Olympische kater weg te spoelen. Maar eerst dit weekeinde de NK in Den Haag.

ROB VELTHUIS

Vlak voor de Olympische Spelen van Barcelona '92 brak Stella Jongmans met een geweldige piek internationaal door op de 800 meter. In Hengelo kon ze destijds eindelijk ontspannen diepgaan, totdat de gedachte aan doodgaan bij haar opkwam. Maar het gevoel van macht was van korte duur. In de euforie werd vergeten hoe exact de prestatie-curve haar grillige functioneren pleegde te volgen. “Hoe beter het ging, hoe dieper het dal waarin ik erna viel.”

Als kind van vijf zag Stella Jongmans de Olympische Spelen van Montreal ('76) op de televisie voorbijtrekken. Van wat atletiek was, had ze geen flauw benul. Maar ze werd geobsedeerd door de dodelijke stiltes op de momenten dat de sprinters in de startblokken zaten. “Zoveel duizenden mensen en het was muisstil. Na het startschot juichte en gilde iedereen. Dat wilde ik ook, ik zag mezelf daar al lopen. Voor de atletiekclub was ik echter nog te klein, ik moest nog drie keer jarig worden.”

Vanaf die tijd droomt Jongmans van de Spelen, “al kom ik nooit verder dan de openingsceremonie”. Instemmend knikt ze als wordt opgemerkt dat het in de realiteit van Barcelona niet veel verder was: roemloos uitgeschakeld in de series. In de sprankelende stad klaagde ze steen en been. Ze miste haar vriendje, ze wilde haar moeder zien en ze verveelde zich stierlijk. “Voor het eerst in mijn leven was ik echt verliefd en ik zag Robert (tienkamper De Wit - red.) niet. Een ramp. Ik hecht aan mijn familie. De mensen rondom me in het Olympisch dorp kende ik wel maar waren me toch vreemd. Ik sliep op een kamer met Karen van de Kooy, die liever haar surfplank had meegenomen dan dat ze hardliep. De anderen waren ook sprintsters, die vormen sowieso altijd één blok. Ik voelde me daar echt verloren.”

Dat gevoel heeft Jongmans (23) vaker gehad. Zeker in de periode dat ze lopen combineerde met handbal, de veel beoefende sport binnen haar familie. Regelmatig had ze zo de balen van het trainen, dat ze overwoog om te stoppen. “Ik was een flierefluiter, haalde veel kattekwaad uit en speelde alleen met jongens. Op school zat ik te dagdromen, ik heb altijd een rijke fantasie gehad.” In de pubertijd konden over vriendjes giebelende vriendinnen haar niet uit een identiteitscrisis tillen. De extroverte Jongmans vond een ouder iemand om haar spraakwaterval op te richten. Haar docent Nederlands, die niet alleen haar studie-resultaten een beslissende wending gaf.

Hij zag dat de relatie met haar toenmalige trainer Theo Sijbrandij doodbloedde. Jongmans: “Theo heeft die moeilijke tijd meegemaakt. Hij wilde me beschermen tegen invloeden van buitenaf. Daardoor leefde ik geïsoleerd op een wolkje, niet in de realiteit. Ik was onzeker over mezelf. Wat me op de been hield, was de drang om ergens goed in te worden. Ik ben een bijter zoals alle atleten op de 800 meter dat zijn, hoezeer ze ook van karakter kunnen verschillen. Ik ben alleen een slow-starter, ik moet ergens ingroeien, obstakels overbruggen en ik neem altijd een omweg. Dat was op school al zo. In de eerste klas overwogen ze me naar een Lom-school te sturen; toen ik in de zesde klas onvoorbereid een toets moest doen, werd ik geschikt bevonden voor huishoudschool, misschien Mavo. Van uitstel kwam afstel, maar op de beslissende momenten moest ik per se slagen. Dat kwam door die docent, die sloeg de spijker op z'n kop. Die Mavo haalde ik met achten en negens, daarna deed ik MEAO, bij Schoevers management en nu studeer ik 's avonds sociale economie aan de Hogeschool in Eindhoven. Wat ik ook doe, ik maak het altijd af.”

Van de vaderfiguur Sijbrandij kwam Jongmans bij de als hard bekend staande Haico Scharn. “Die overgang was een opluchting. Ik had me op het ergste voorbereid, je hoorde verhalen dat hij atleten de baan opschold. Vroeger ging hij er inderdaad flink tegenaan maar hij is milder geworden. Bovendien scheld ik gewoon terug als hij begint. Natuurlijk zijn die zware trainingen niet altijd leuk, vooral met het lange werk heb ik moeite. Ik geniet als ik in vorm ben, dan gaat het hard en makkelijk. Haico kan me alles laten doen, ik ben bijna nooit geblesseerd. Dat vind ik zo jammer van Ellen van Langen. M'n voorbeeld op sportief gebied, ook al heeft ze een totaal ander karakter. Een van de grootste talenten op de 800 meter. Jammer dat ze ook zo heel veel talent heeft voor blessures.”

Zo wisselvallig als het Van Langen de afgelopen jaren fysiek verging, zo weinig constant was Jongmans mentaal. De atlete zelf schreef dat toe aan concentratie-gebrek. Totdat ze eind vorig jaar sprintgoeroe Henk Kraaijenhof om raad vroeg. Hij concludeerde dat alles wat ze aan voeding tot zich nam fout was. Tastbare suikers werden afgezworen, minder zout, bakken in olijfolie, rode kool, broccoli. De Hollandse pot werd afgezworen. “Vroeger ging alles met pieken en dalen. Dan vielen Haico's ogen uit de kassen, zo subliem liep ik in training, waarna het dal deste dieper was. Nu ben ik in mijn training constant en heb ik al drie wedstrijden achtereen prima gelopen. Tweede in Boedapest omdat ik te langzaam startte en overwinningen in Berlijn en Gent, waarbij ik niet de minsten versloeg. En ik haalde de WK-limiet, dat was de grootste overwinning”

Jongmans voelt zich als herboren. “Vroeger kon ik met zulke dikke ogen opstaan, hoe goed ik ook had geslapen. Ik had stemmingen die wisselden als het weer, stuiterend als een pingpongballetje. Nu voel ik me elke dag goed. Ik ben vrolijker geworden, zit goed in mijn vel en ben gelukkig. Ik heb tegen Henk gezegd, leg me er maar niets over uit, ik snap het toch niet. Maar het komt er op neer dat suikers meteen door de hersenen worden opgenomen. Dat werkt bij iedereen anders, maar je kan in korte tijd enorm veel energie krijgen en daarna in een dal wegzakken. Dat kan mentale schommelingen veroorzaken.”

Na de 1.58,61 van 1992 kon Jongmans haar “kont niet keren of de telefoon ging”. Een stroomversnelling van bijzaken maar de benen blokkeerden. “Ik werd overweldigd, ik moest ineens uitkijken wat ik ging zeggen, ik was gewend er alles uit te flappen.” Maar ze past er voor de gebaande paden van een sportkluizenaar te kiezen. Onder het motto “het leven moet leuk blijven”, tekende ze een contract bij Playboy. “Ik wist dat het veel stof zou doen opwaaien, dat vond ik wel grappig. Zoals ik bij uitnodigingen voor de tv niet voor slappe spelletje kies. Het moet avontuurlijk zijn, hang me maar aan een ketting en ik duik in het ravijn. Ik heb bewust mijn sponsorcontracten zelf geregeld. Ik wil later het zakenleven in, dus die ervaringen waren een verrijking. Thuis had ik de boel met een advocaat doorgenomen en daar zat ik dan in mijn uppie tegenover de hoofdredacteur, de marketingmanager en een advocaat. Ik wil dit en ik wil dat. Daar moest ik erg om lachen en het streelde mijn eergevoel.”

De week voor Berlijn en Gent was verre van rustig. Vader ontslagen, zijn auto gestolen. Jongmans die zeven dagen lang in een “space-pak” op de RAI haar automerk staat aan te prijzen. Het kwam in de wedstrijdplanning ongelukkig uit maar het was eenmalig. “Voor wat hoort wat. Ik kan als atleet niet van mijn startgelden leven. Komt Arie Kauffman (bondsdirecteur - red.) langs, die informeert of ik geen wedstrijden heb, of ik niet moet trainen. Doe ik hier achter op het veldje, antwoordde ik. Hij vond het maar vreemd, dat voel je. Alleen al daarom was het goed dat ik me in die wedstrijden bewees. Ik kan nu eenmaal niet alleen met atletiek bezig zijn. Ik zoek daarbuiten ook afleiding, dat kan geen kwaad al moet je uitkijken hoe ver je gaat. Veel atleten beseffen niet dat sponsors iets meer terug willen zien dan die ene minuut per jaar die je op tv komt. Die snijden zichzelf in de vingers.”

De tijden zijn commercieel, Jongmans past zich vlot aan. Waar de KNAU met de problemen van het trustfonds zit, een erfenis uit de overgangsperiode van amateur- naar profatletiek, richtte de atlete het bedrijfje Jongmans Promotion op om de hoge belastingtarieven te ontlopen. Een praktische aanpak, die ze bij de Unie mist. Er zijn zaken verbeterd, zoals de verscherpte selectie. Maar waarom wordt niet op logische wijze de beste kennis gemobiliseerd. “Van Kraaijenhof wordt geen gebruik gemaakt, die is te duur. Robert heeft met zijn computerkennis en behulp van vrienden een snelheidsmeter ontwikkeld. Maar de KNAU trekt mensen uit het buitenland aan om dat soort dingen voor duizenden guldens te leveren. Er is zoveel talent in eigen land, maar alles moet uit het buitenland komen.”

Het is Jongmans niet te doen om te schoppen. Ze wil slechts de vreemde bochten in het beleid signaleren. Als wordt gevraagd hoe de stemming in de ploeg was, die vorig jaar tijdens de EK faalde, rolt onverwacht het standaard antwoord over haar rappe lippen: “hartstikke goed”.

Bij ons bestaat de indruk dat vanuit de ploegleiding nauwelijks inspiratie uitgaat.

“Daar kan ik hele verhalen over vertellen. Maar dat moet je binnenskamers oplossen. Vraag het aan iemand die is gestopt, zoals Robert die er dezelfde mening over heeft als ik. Ik wil alleen maar zeggen dat bepaalde mensen niet op de plaats horen waar ze nu zitten. Die plaatsen horen ex-topsporters in te nemen. Ik heb dat laatst met Bert Paauw (technisch directeur - red.) besproken. Die zei dat het nog nooit zo keihard op tafel was gekomen. Nee hoor, hij was niet kwaad. Hij vond het heel positief.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden