Die vervloekte Kale Berg

(\N)

De voorlaatste etappe van de Tour de France eindigt vanmiddag op een berg met een vreeswekkende historie. De welhaast mythische Mont Ventoux staat model voor alles wat een bergetappe moet hebben: angst, pijn, heroïek, legendes, triomf, tragiek. Ja, zelfs de dood.

Ferdi Kübler reed in de zomer van 1955 in een moordend tempo de Mont Ventoux op. In zijn kielzog probeerde medevluchter Raphaël Géminiani hem tevergeefs tot rede te brengen. „Ferdi, pas op”, schreeuwde de Fransman naar de Tourwinnaar van vijf jaar eerder. „De Ventoux is geen berg als alle anderen.” De overmoed kwam Kübler duur te staan. Een totale inzinking luidde het einde van zijn carrière in.

Het voorval van de Zwitser, die gisteren zijn negentigste verjaardag vierde, viel in het niet bij het misfortuin van Jean Malléjac. In dezelfde rit, van Marseille naar Avignon vonden omstanders hem in doodsnood. De Franse renner maalde in de berm in trance in het luchtledige. Hoewel rondedokter Dumas hem het leven redde, fietste Malléjac nooit meer. Zijn krachten bleven achter op de flanken van de klim.

Dergelijke momenten droegen bij aan de mythevorming rond de ’Reus van de Provence’. „Op de Ventoux is Ferdi gestorven”, verwoordde Kübler het collectief ontzag voor de laatste uitloper van de Alpen. De dood van de Brit Tom Simpson in 1967 versterkte dit gevoel dat het midden houdt tussen eerbied en vrees. Op weg naar de top betreed je een schemerzone.

In het peloton ebde de beklemmende angst met het verstrijken van de jaren langzaam weg. Het laatste beroemde slachtoffer was de Belg Eddy Merckx. Na zijn ritzege in 1970 raakte hij buiten westen. Zelf doet de vijfvoudig Tourwinnaar het incident af als theater. Hij veinsde naar eigen zeggen een flauwte om te ontsnappen aan de toegestroomde media.

De afzwakking van Merckx, recentelijk uitgesproken, paste beter bij de moderne tijd. Sportieve heroïek en intriges gaven kleur aan de laatste keren dat de Mont Ventoux in het rittenschema werd opgenomen. Sterfgevallen bleven beperkt tot ongetrainde en slecht voorbereide toerfietsers die om de zoveel maanden op de steile weg bezwijken.

Op 13 juli 2000 zorgde een verbale tweestrijd tussen twee kampioenen voor vuurwerk. Lance Armstrong kwetste Marco Pantani diep door hem de overwinning te laten.

Hoewel de Amerikaan zijn rivaal wilde eren voor zijn terugkeer op de fiets na een periode vol misère, vatte de inmiddels overleden renner de geste op als een vernedering. Pantani zwoer wraak te nemen.

Zijn woede over de gebeurtenis voor de finishlijn op de Mont Ventoux kostte hem de kop. In de zestiende rit naar Morzine tastte hij op de Jaux Plane te diep in zijn reserves. Een klein kwartier na winnaar Richard Virenque kwam Pantani over de streep. Een dag later leverde de rasklimmer gedesillusioneerd zijn rugnummer in.

De dertiende, en tot vandaag laatste keer dat de Tour de kruin van de berg in de Vaucluse passeerde, zorgde eveneens voor ophef. Hoewel Virenque in magnifieke stijl solo de finish passeerde, kreeg hij alleen applaus van landgenoten. De Fransman loog net zo lang over het gebruik van verboden middelen binnen zijn oude ploeg Festina tot de rechter hem geen keus liet. Tot ergernis van eenieder.

Hoewel ongelukken reeds lang uitbleven, wekt de Mont Ventoux bij renners nog steeds onprettige gevoelens op. „Een eng ding”, zegt Michael Boogerd huiverend. „Je voelt je nietig. Alsof je op de maan komt. De kalkstenen en het Observatoire, de kenmerkende witte toren met de cilinder op het dak, geven het landschap een grimmig karakter.”

Gevaarlijk wil de oud-prof en winnaar van twee etappes in de Tour de klim niet noemen. Van acuut zuurstofgebrek of uitdroging merkte hij nooit iets. „De lucht is ijl, maar niet zodanig dat je een kapje op je mond hoeft te doen”, vertelt Boogerd. „Waarom dat in het verleden wel gebeurde? Het kan een truc zijn geweest. Pure zuurstof bevordert het herstel van je lichaam.”

Over de tocht naar de top bevestigt hij de mare. „Heel steil, vrijwel zonder haarspeldbochten. Het stuk bos, na Saint-Estève, is het zwaarste deel.”

Hij kan geen vergelijkbare rit bedenken. „Boven de boomgrens kan het verschrikkelijk waaien. Het verschilt per keer, net als de temperatuur. In 2000 was het aan de voet 35 graden en boven slechts 3. Twee jaar later gaf de thermometer 26 graden aan.”

Boogerd herhaalt een gesprek met zijn fysiotherapeut om de weerbarstigheid te benadrukken. De man zag onlangs met eigen ogen hoe een koers plotseling werd afgelast. Deelnemers moesten uit alle macht hun fiets op de grond duwen om te voorkomen dat hevige windvlagen het materiaal weg zouden blazen. „Je weet het nooit daar.”

Deze wijsheid achtervolgt Armstrong tot op de dag van vandaag. Na zijn gentlemandaad in 2000 kwam ritwinst op de blikvanger van de Provence nooit meer in zicht. Noch in de Tour noch in het Critérium du Dauphiné Libéré. Merckx waarschuwde hem hier al voor. „De Ventoux geef je niet weg”, zei de Belg destijds. „Wie weet krijg je nooit meer een kans.”

De beste zijn op de ’Kale Berg’ heeft niet alleen het peloton in zijn greep. Tienduizenden gewone stervelingen komen jaarlijks naar Zuid-Frankrijk om de hellingen te bedwingen. Zanger Huub van der Lubbe van popgroep De Dijk vatte de essentie van dit fenomeen in de slotregels van het gedicht Mont Ventoux treffend samen.

„Maar bovenop vervallen de verschillen, talent is ook een vorm van heel graag willen.” Vrij vertaald betekent dit: op weg naar de top komen de werelden van de anonieme fietser en de topcoureur samen. Het tempo mag variëren, het doel is hetzelfde. Je zet door, tegen beter weten in, of je faalt.

De humanist Petrarca documenteerde op 26 april 1336 in een brief aan de augustijner monnik Dionigi de Ventoux als eerste. Het verleggen van zijn fysieke grenzen leidde tot diepe, religieuze inzichten. De queeste, zoals hij de reis zelf zag, eindigde in het besef dat de innerlijke strijd hem dichter tot God bracht. Losgekomen van alle aardse beslommeringen, werd zijn geest puurder.

Bijna 700 jaar later gebruiken (hoofdzakelijk) veertigplussers de Mont Ventoux om minder verheven redenen. Het fietsen naar de top geldt als ultieme remedie tegen het proces van ouder worden en stress in het dagelijks leven. Het succes van het Nederbelgisch Genootschap De Kale Berg, opgericht in 2003, onderschrijft de magie hiervan. Vechten tegen rimpels kun je het beste doen in de Provence.

Hennie Kuiper verbindt de symboliek van de berg direct met de dood van Simpson. Krampachtig optreden van officials creëerde onbedoeld een mythe. Zonder de amateuristische afhandeling van het tragische incident had de beklimming volgens de voormalig coureur (1972-1985) nooit zo veel terugkerend drama opgeleverd. De Tourorganisatie zette de zwarte randen aan door een taboesfeer rond de dood te scheppen.

„Dat fenomeen konden ze geen plaats geven”, zucht Kuiper, tegenwoordig gastenbegeleider bij Rabobank. „Niet voor niets meed de Tour tijdens mijn carrière de Ventoux angstvallig. Een volwassen benadering had de cultus voorkomen. De zwaarte van de rit moeten we niet overschatten. L’Alpe d’Huez opfietsen bij een temperatuur van dertig graden heeft hetzelfde effect.”

Of de renners vanmiddag eenzelfde mening zijn toegedaan, valt te betwijfelen. Ferdi Kübler zéker niet. De Ventoux is geen berg als alle anderen.

De Luxemburger Charly Gaul won op 13 juli 1958 de tijdrit van Bedouin naar de Mont Ventoux. Een weekje later zou hij de gele trui overnemen en die niet meer afstaan. (FOTO ANP)
Lance Armstrong met in zijn kielzog Marco Pantani, die op 13 juli 2000 de etappe naar de Mont Ventoux zou winnen. (FOTO AFP)Beeld AFP
Op 9 juli 1965 won Raymond Poulidor op de Mont Ventoux. Jan Janssen (rechts) feliciteert hem. (FOTO AP)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden