Review

'Die valse beschuldigingen hebben er goed ingehakt'

In jeugdinstellingen klagen de jongeren tegenwoordig over het risicomijdende gedrag van hulpverleners. Als in een instelling voor jeugdzorg vroeger een kind 's nachts niet kon slapen, was het absoluut niet raar wanneer de groepsleider een kind bij zich in bed nam. Nu mag de groepsleider niet meer alleen met een kind in één kamer verkeren.

Lichamelijke aanraking wordt tot het uiterste vermeden. De instellingen hebben leergeld betaald door de talrijke klachten over ongewenste seksuele intimiteit. In 'Intimiteit, bedreigd of bedreigend' presenteren Prakken en Driest de voor- en nadelen van de toegenomen voorzichtigheid. Als er al voordelen zijn, blijven die in het algemeen ongenoemd in de vele gesprekken die de twee met hulpverleners hebben gevoerd. Ze laten een zeventienjarige jongen aan het woord, die al tien jaar in zulke inrichtingen heeft gezeten: “Met stoeien is het bijvoorbeeld al te merken: vroeger gingen ze lekker met je dollen, maar nu houden ze zich meer in. Ook met troosten merk je het verschil: ze zijn minder spontaan.”

De verkilling waar deze jongen van spreekt wordt bevestigd door groepsleider Michiel Kusters, die in een internaat werkt waar zeer moeilijk opvoedbare jongens tussen dertien en achttien jaar verblijven. “Je moet ervoor zorgen dat je altijd met zijn tweeën bent. Ik heb wel eens meegemaakt dat een meisje bij me aanklopte omdat ze niet kon slapen en er geen collega bij mij in de buurt was. Toen heb ik twee jongeren gewekt om er maar mensen bij te hebben. De afspraak is dat je nooit alleen bent met een jongere, ook 's nachts niet.”

Als jongerenwerker legde opbouwwerker Maarten Frederiks vroeger heel gemakkelijk contact met meiden. “Ik kon vrij snel een vertrouwensrelatie met ze opbouwen. Sloeg spontaan een arm om ze heen als ze in de put zaten. Nu lukt me dat niet meer. Die valse beschuldigingen hebben er goed ingehakt. Op een feestje afgelopen week vroeg een van de meiden of ik haar even naar huis wilde rijden om haar fototoestel op te halen. Ik wist dat ze wat in me zag, dus ik stap al gespannen die auto in. In de auto begon dat grietje het een bepaalde kant op te sturen. Ik wist niet hoe ik het had. Ik heb zo snel mogelijk de radio aangezet en plankgas gegeven.”

Het taboe op intimiteit betreft in Nederland bepaald niet alleen de jeugdzorg. Ook het aanraken van ouderen in het verzorgings- of verpleeghuis wordt tot het uiterste beperkt en wee de oude baas die er blijk van geeft het prettig te vinden, wanneer hij wordt gewassen. Het brengt de verpleegkundige in verwarring, vooral wanneer deze er zelf ook nog plezier aan beleeft.

“Het begint er steeds meer op te lijken dat iemand aanraken per definitie foute boel is”, zegt Mark de Hoog, een afdelingshoofd van een verpleeghuis. “Ik zie hoe ouderen genieten van dat beetje warmte dat we ze geven. Het zou te gek zijn als we dat hun zouden moeten onthouden. Intimiteit hoort bij het leven en kan nooit losstaan van ons werk als hulpverlener.”

Jongeren en ouderen die voorwerp van zorg zijn vinden de koele bejegening die tegenwoordig gebruikelijk is niet prettig. Maar ook de zorgverlener met hart voor zijn cliënten voelt zich er niet altijd lekker bij. In de jeugdzorg zowel als in de ouderenzorg is het duidelijk dat het wegvallen van intimiteit schade doet.

De vrees voor lichamelijkheid heeft geleid tot het ontstaan van 'intimiteit op afstand', per telefoon dus. Behalve instellingen zoals de Kindertelefoon en hulplijnen voor mensen met bepaalde aandoeningen, bestaat er een keur van telefonisch hulpwerk, waar je terecht kunt met problemen zoals suïcidaliteit, drugsgebruik of gewoon na een enerverende televisie-uitzending.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden