'Die tafel van 9 zat er goed in'

Het Kamerlingh Onnes in Groningen van nu was 150 jaar geleden de allereerste Nederlandse hbs. Er heerste orde en tucht. Gym? Militaire oefeningen.

Lucas Huttinga had lokaal 16. Later toen hij conrector was zat hij in 4, maar toen was het al geen hbs meer. Tegenwoordig zitten er luxe appartementen in de monumentale school aan de Grote Kruisstraat in Groningen. De 75-jarige Huttinga, geschiedenisleraar in ruste, kijkt zijn ogen uit nu hij even terug is. Daar waren de meisjestoiletten, wijst hij. En och ja, die koepel in een van de appartementen. Het daglicht dat erdoor naar binnen kwam, viel precies in het tekenlokaal eronder.

Op 27 september sluit de Groningse havo/atheneum-scholengemeenschap Kamerlingh Onnes met een reünie de feestmaand van het 150-jarig bestaan af. Een op het oog lokaal gebeuren. Maar met landelijke uitstraling. Want het Kamerlingh Onnes van nu begon op 26 september 1864 als de allereerste hbs van het land.

Lucas Huttinga was van 1964 tot 1989 aan het Kamerlingh Onnes verbonden. Als geschiedenisdocent maakte hij nog net de laatste jaren mee van de hbs die na een succesvol bestaan van ruim een eeuw in 1968 werd opgeheven.

De hbs, voluit hogere burgerschool was een uitvinding van de liberale staatsman Thorbecke (1798-1872). Thorbecke vond dat er naast het gymnasium een meer algemene middelbare schoolopleiding voor hogere functies moest komen. Voor jongelui die niet geïnteresseerd waren in een wetenschappelijke baan, maar wel in een carrière in handel, techniek, industrie of bestuur. Nederland liep achter in de industriële ontwikkeling, de hbs moest mensen afleveren die daar wat aan gingen veranderen. De nadruk kwam te liggen op wiskunde, exacte vakken en moderne talen. Meisjes werden pas vanaf 1871 toegelaten en hadden tot 1906 nog permissie van de minister nodig.

Groningen kreeg de eerste hbs. De stad betaalde 10.000 gulden en stelde lesruimte beschikbaar. Dat deed Thorbecke besluiten Groningen toestemming te geven een rijks-hbs te openen. Lucas Huttinga: "Het was een nek-aan-nekrace, Roermond kreeg een dag later ook toestemming."

Natuurkundige Heike Kamerlingh Onnes (1853-1926) was een van de eerste leerlingen. In de biografie uit 2008 van Dirk van Delft over de latere hoogleraar in Leiden en Nobelprijswinnaar, staan mooie beschrijvingen uit de begintijd. Bijvoorbeeld van de eerste dag, 26 september 1864. Het eerste onderkomen aan de Pelsterstraat ging open: "Zodra het sein gegeven was, rukten zo'n zestig leerlingen onder leiding van drie leraren het naar metselwerk ruikende gebouw binnen." De Groningers keken met argwaan toe, vooral omdat bijna alle leraren van elders kwamen. Al snel was de eerste clash een feit. Inzet: de middagpauze van twaalf tot drie, omdat de Groningers tussen de middag warm aten, maar sommige families om één uur, andere om twee. Directeur Van Bemmelen wilde een kortere pauze, de Groningers moesten zich maar aanpassen. Groningen voelde daar niets voor. Wat verbeeldden die 'Hollandsche heeren uit de Pelsterstraat' zich wel? Van Delft schrijft dat Van Bemmelen het voorstel tot inkorting van de pauze introk.

Met name de vijfjarige hbs werd een succes. Anders dan Thorbecke dacht. Hem leek een driejarige opleiding genoeg voor de arbeidsmarkt. Een variant van vijf jaar hoefde slechts op enkele plaatsen in het land te komen, als voorbereiding op de Polytechnische school in Delft, voorloper van de Technische Universiteit. In de praktijk werd de vijfjarige hbs toegangsbewijs voor vele universitaire opleidingen.

Mammoetwet

In 1968 was het voorbij. Na een dikke eeuw maakte de Mammoetwet van onderwijsminister Cals een eind aan de hbs. Ook de mulo en de mms werden afgeschaft. Er voor in de plaats kwamen mavo, havo en vwo, waar het nieuwe atheneum naast het klassieke gymnasium werd aangeboden. Ook ontstond het lager beroepsonderwijs lbo.

Het idee achter de Mammoetwet was dat elke leerling een algemene en een beroepsopleiding moest krijgen. Het middelbaar onderwijs moest ook toegankelijker worden voor iedereen. Dus kwam er een brugklas, om te kijken welk onderwijs een kind het beste paste. Doorstroming van het ene naar het andere niveau werd makkelijker. Een lang zo overzichtelijk concept niet als de hbs van Thorbecke. Het sceptische ARP-Kamerlid Anton Roosjen sprak bij stemming in de Tweede Kamer dan ook de woorden waar de wet zijn naam aan dankt: "Laat die mammoet maar in het sprookjesleven voortbestaan."

In bezemklassen verlieten de laatste leerlingen de hbs. Lucas Huttinga zwaaide ze uit. Hij begreep het ergens wel. De hbs was best elitair, de drempel was hoog en de uitval ook. Wie het wel haalde, deed er soms lang over, geen wonder want het rooster was overladen. In Kamerlingh Onnes' tijd had klas vijf 35 vakken, in Huttinga's tijd nog altijd dertien.

Toch mist hij die oude hogere rijksburgerscholen die hij 'burchten van openbaar onderwijs par excellence' noemt. Huttinga wil niet beweren dat de jeugd van nu dommer is. Maar jammer is het wel dat ze de tafel van negen niet meer kunnen opzeggen. "En uitdrukkingen in de Nederlandse taal, kom daar ook maar niet meer om."

Ambtelijke regels waren nog ver weg in de hbs-tijd. De scholen waren het koninkrijk van de leraren. In Groningen ging het er in het begin zo aan toe, schrijft Dirk van Delft: "In de Pelsterstraat marcheerden de leerlingen onder commando van hun docent tussen de lesuren van het ene naar het andere lokaal." Bij wijze van gymnastiek werden militaire oefeningen ingevoerd, onder leiding van een sergeant-majoor. In 1866 vroeg directeur Van Bemmelen op aandringen van zijn leerlingen de minister van binnenlandse zaken om geweren. Na overleg met de minister van oorlog besloot deze dertig kadettengeweren en twintig geweren met gladde loop af te staan. De leerlingen reageerden dolenthousiast.

"Na de Mammoetwet is het geen moment meer rustig geweest in het onderwijs", zegt Huttinga. Het voortgezet onderwijs kreeg te maken met het studiehuis, het nieuwe leren, profielen. De ene schaalvergroting na de andere.

Het 150-jarige Kamerlingh Onnes valt onder het Reitdiepcollege, met nog twee andere scholen en wordt bestuurd door de Openbaar Onderwijsgroep Groningen. "Een puur administratief verband", zegt Brouwer. "Wij hebben het alleen over Kamerlingh Onnes." Zo eenvoudig als de naam van de verre voorloper die nog prijkt op een bord boven de deur van de Grote Kruisstraat. Rijks-hbs, meer niet.

Hbs als hofleverancier

De hbs bleek hofleverancier van vooraanstaande wetenschappers. Vanaf 1901, toen de eerste Nobelprijs werd uitgereikt, tot aan het begin van de Eerste Wereldoorlog (1914) wisten Nederlandse natuurwetenschappers met een hbs-achtergrond de ene na de andere Nobelprijs in de wacht te slepen. Men sprak wel van een 'Tweede Gouden Eeuw'. Van de vijf Nederlandse Nobelprijswinnaars in die periode waren Van 't Hoff (scheikunde 1901), Lorentz en Zeeman (natuurkunde 1902) en Kamerlingh Onnes (natuurkunde 1913) oud-hbs'ers. Ook latere Nederlandse Nobelprijswinnaars hadden hbs gedaan: Einthoven (geneeskunde 1924), Zernike (natuurkunde 1953), Jan Tinbergen (economie 1969), Niko Tinbergen (geneeskunde/fysiologie 1973), Crutzen (scheikunde 1995) en Veltman (natuurkunde 1999).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden