'Die taaie, berekenende Joden'

Was Martin Heidegger een groot filosoof met alleen maar een vlekje? Of is zijn hele denken doordrenkt van antisemitisme? Na zijn onlangs gepubliceerde dagboeken wenden Duitse en Franse critici zich van hem af. Maar in Nederland wint de waardering het nog.

Wilfred van de Poll (1981) is religiewetenschapper en redacteur filosofie bij deze krant

Op de vensterbank in de kamer van Awee Prins ligt een blokje hout. Een reis van een student naar de hut van de Duitse filosoof Martin Heidegger (1889-1976) in Todtnauberg, in het Zwarte Woud, resulteerde in dit aandenken, zegt Prins, hoogleraar filosofie aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam en gepassioneerd Heidegger-docent. Zelf zou hij zo'n reis niet ondernemen. "Ik ben geen man van bedevaartstochten. Bovendien is Heidegger te controversieel om hem als persoon te bewonderen."

De kachel reutelt. In het kille, zakelijke gebouw van de universiteit ademt Prins' kamer een ouderwetse geleerdheid. Aan de wand kijkt een portret van Heidegger met Hitler-snor de bezoeker ernstig aan. Daaronder staan tientallen grijze kaften - de Verzamelde Werken van Heidegger, die een voor een bij uitgeverij Klostermann verschijnen, uitgesmeerd over een periode van tientallen jaren. Aan die rij kan Prins nu band 94, 95 en 96 toevoegen, de 'Schwarze Hefte'. Het gaat om de dagboeken met zwarte kaftjes die Heidegger in de jaren dertig en begin jaren veertig bijhield. Vorige maand werden die gepubliceerd.

Imagobevorderend kun je de dagboeken niet noemen. Dat Heidegger geen groot fan van het Jodendom was, wisten we al - al ging hij amoureuze betrekkingen met vrouwelijke leden van dat volk bepaald niet uit de weg. Hij was nu eenmaal een homme qui aimait les femmes. Maar zijn antisemitisme, zo valt uit zijn dagboeken op te maken, ging nog wel een paar spades dieper dan tot dusverre bekend.

"Voor het eerst", zegt de Duitse filosoof Peter Trawny, die de dagboeken voor uitgeverij Klostermann heeft geredigeerd, "hebben we nu antisemitische uitspraken van Heidegger in een filosofische context. Vroeger moesten we het doen met privé-uitingen, of met een officiële speech. Maar nu zie je hoe het antisemitisme onderdeel uitmaakt van zijn filosofie. Dat is echt iets anders."

Oftewel: Heidegger de filosoof en Heidegger de antisemiet zijn volgens Trawny niet meer zo makkelijk te scheiden. Hij spreekt van een 'zijnshistorisch antisemitisme'.

Dat is, zegt Awee Prins, een 'vernietigend oordeel'. "Daarmee zeg je in feite dat zijn hele filosofie is doordrongen van een fundamentele Jodenhaat."

Heidegger begon met zijn dagboeken in 1930 en hield ze tot 1950 bij. Vanaf het najaar moeten de overige delen uit de jaren veertig uitkomen, kondigt Trawny aan.

En dan is er nog het mysterie van de ontbrekende schriftjes. Uit de jaren 1942 en 1943 zijn er namelijk géén dagboeken overgeleverd. Wat is daarmee gebeurd? Zijn ze vernietigd? Kwijtgeraakt? Volgens Trawny ligt het simpeler: ze hebben nooit bestaan. "Het is vrij duidelijk dat hij toen niet schreef. Het laatste dagboekje van 1941 stopt heel abrupt."

Heidegger had toen wel andere dingen aan zijn hoofd dan dagboeken schrijven. Trawny: "Dit waren heel moeilijke jaren voor hem. Zijn zonen vochten aan het front, zijn huwelijk zat in het slop. En hij besefte dat de Duitsers de oorlog wel eens konden verliezen. Met het einde van het Derde Rijk zou zijn filosofische project óók ten einde komen. Dus begon hij zich voor te bereiden op de tijd na het Derde Rijk. In de boeken van 1944 en 1945 zie je hoe hij zijn denken reconstrueert. Hij moest wel."

In totaal gaat het om zo'n dozijn echt controversiële passages, aldus Trawny. Die stammen volgens hem bijna allemaal uit de periode 1938 tot en met 1941, in de tijd dat de vervolging van de Joden goed op gang kwam. "Als Heidegger al over die vervolging spreekt - dat doet hij bijna nooit - vergelijkt hij die steevast met de vernietiging van de Duitse natie. Hij denkt dat het lijden van de Duitsers groter is dan het lijden van de Joden. De vernietiging van de Duitse cultuur is een succes van het 'Wereldjodendom', meent hij. Dat is uiterst pijnlijk om te zien."

Trawny haalt een citaat van Heidegger aan uit 1941: "Het Wereldjodendom, opgehitst door emigranten die Duitsland uitgelaten zijn, is overal ongrijpbaar en hoeft bij alle machtsontplooiing nergens deel te nemen aan krijgshandelingen, waartegen ons niets anders overblijft dan het beste bloed van de besten van het eigen volk te offeren."

Midden in oorlogstijd, terwijl in heel Europa razzia's plaatsvonden, heeft Heidegger het hier over het Weltjudentum, dat achter de schermen een vernietigingsoorlog tegen het Duitse volk aan het regisseren is. De Joden zijn daarbij wel zo slim en geniepig om het vuile werk aan de Amerikanen en Russen over te laten. En ze worden ook nog eens gesteund door 'emigranten', Joodse vluchtelingen uit nazi-Duitsland.

Trawny: "Heidegger geloofde in een complot van het Wereldjodendom. Antisemitisme van die snit vind je ook in de 'Protocollen van de wijzen van Zion' (rabiaat anti-Joodse teksten van Russische origine, red.). Ik beweer niet dat Heidegger die rechtstreeks heeft gelezen - dat kan ik niet bewijzen - maar hij is er volgens mij wel door beïnvloed, net als Hitler."

Over de invloed van dit complotdenken op Heideggers filosofie heeft Trawny een boekje geschreven: 'Heidegger und der Mythos der Jüdischen Weltverschwörung'. Dat is de auteur niet door iedereen in dank afgenomen. "Collega's breken met me. Want hun held kán niet zo denken. Dat had ik nooit verwacht, dat mensen zich zó kunnen vereenzelvigen met een filosoof. Er waren mensen die de publicatie van mijn boek probeerden te verhinderen. Maar de uitgever en de familie Heidegger die de nalatenschap beheert, hebben mij op geen enkele manier tegengehouden. Ze zijn liberaler dan mijn critici."

In Duitsland hebben de dagboeken een verhit debat op gang gebracht. De filosoof Markus Gabriel nam openlijk afstand van Heidegger. Ook opinieleider Thomas Assheuer meent dat de 'Hefte' een 'ongefilterd' en 'schokkend helder' inkijkje in Heideggers denken geven. Wat je daar aantreft, bevestigt de donkerste vermoedens, luidt kort gezegd diens conclusie.

Stelde Heidegger in zijn beroemde boek 'Zijn en tijd' uit 1927 nog het individu centraal, dat een 'eigenlijk bestaan' moest zien te leiden, in zijn dagboeken uit de jaren dertig en veertig heeft hij het daar niet meer over.

Hij spreekt nu in termen van 'volk', 'staat' en 'lot'. Hij heeft het over het 'internationale Jodendom', over hun 'wereldloosheid' en hun 'bodemloosheid'. Dat zijn ideeën over Joden die gemeengoed waren in nazi-Duitsland. Zo noemde Hitler hen een 'kleine, ongewortelde, internationale kliek die overal en nergens thuis is... die nergens een bodem hebben, waarop ze gegroeid zijn'.

Voor de nazi's was Heidegger een grote trofee, schrijft Thomas Assheuer in Die Zeit. Een heuse triomf. Een van de populairste en meest charismatische filosofen van dat moment schaarde zich openlijk achter het nationaal-socialisme. In 1933 wordt Heidegger ter beloning het rectoraat van de universiteit van Freiburg gegeven. In die jaren legt hij zich toe op het ontwerpen van een 'zijnsgeschiedenis': een geschiedenis van het denken over het Zijn.

"Heidegger meende de grote dieptestructuren in de geschiedenis te kunnen doorzien", zegt de Utrechtse universiteitshoogleraar Herman Philipse. Hij schreef in 1998 de vuistdikke studie 'Heidegger's Philosophy of Being' en geldt in Nederland als een van de meest rabiate anti-heideggerianen. "Heidegger zag zichzelf als een profeet van een nieuw tijdperk. Een Johannes de Doper die een nieuwe 'toewending' van het Zijn aankondigde" - Johannes de Doper was de wegbereider van Jezus.

Aan het begin verbindt Heidegger die glorieuze toekomst nog aan het nazisme, aldus Philipse. "Maar in 1934 wordt hij afgezet als rector van de universiteit van Freiburg. Hij bleek te eigengereid voor de nazi's. Dat maakt diepe indruk op hem. Hij belandt in een crisis. Eigenlijk is hij mislukt. Je moet bedenken: hij had furore gemaakt met 'Zijn en tijd', zijn collegezalen puilden uit. Bescheidenheid was hem vreemd, hij was extreem ambitieus. Het nationaal-socialisme had een geestelijk leider nodig, vond hij. Die rol zag hij voor zichzelf weggelegd. Zoals een criticus zei: hij wilde de Führer führen, Hitler leiden. Daar zit wel wat in."

Awee Prins is het daarmee eens. "De nazi's betichtten hem van Privatnationalsozialismus. Heidegger voelde zich geroepen om het ordinaire nationaal-socialisme naar een hoger filosofisch plan te brengen. Dat lukte hem natuurlijk niet."

Niet alleen in Duitsland, ook in Frankrijk roepen de inmiddels beruchte 'Schwarze Hefte' discussie op. "In Frankrijk is het debat over Heideggers antisemitisme altijd het felst gevoerd", zegt Prins. "In Duitsland weet men wel hoe fout veel wetenschappers en filosofen tijdens het nazi-regime waren. Fransen willen graag een wereld van goeden en slechten."

De grootste criticus is dan ook een Fransman: Emmanuel Faye. Hij schreef in 2005 het boek 'Heidegger et l'introduction du nazisme dans la philosophie' - Heidegger zou het nazisme de wijsbegeerte hebben ingeloodst. Fay betoogde dat Heidegger niet een groot denker was die daarnaast een beetje begoocheld was door het nationaal-socialisme, maar dat diens hele denken geïnfecteerd was door het nazisme, en dat we moeten oppassen dat Heidegger niet ook de rest van de filosofie met het antisemitische virus aansteekt.

Faye zou Heideggers volledige werken het liefst uit boekhandel en bibliotheek verbannen. Trawny wil minder ver gaan, maar ook hij waarschuwt voor 'besmettingsgevaar'. "We moeten zijn antisemitisme tot in detail bespreken en bekritiseren. De geschiedenis van het antisemitisme eindigt niet in 1945. En Heideggers denken is deel van deze geschiedenis. Daar moeten we mee dealen. Het gaat hier om onszelf, in zekere zin."

In Nederland komt een debat over Heideggers antisemitisme nog niet echt van de grond. Filosoof en Heidegger-bewonderaar Gerard Visser bewondert hem er niet minder om (zie interview op pagina 14). Zelfs Heideggerbestrijder Herman Philipse ('Als je vindt dat filosofie draait om gedegen argumenteren, kan hij sowieso in de prullenbak, want daar doet hij niet aan') is nauwelijks onder de indruk van de 'Schwarze Hefte'. Ze bevestigen de indruk die hij al van Heidegger had, namelijk die van een 'volslagen autist'. Maar van Heideggers antisemitisme moet je geen 'hype' maken, vindt hij. "Hoe abject de passages over de Joden in de dagboeken ook zijn, het zijn er maar weinig. Ze zijn dus, in ieder geval statistisch gezien, weinig interessant. Zeker als je het vergelijkt met wat er in de kranten of kerken om hem heen allemaal over de Joden werd gezegd. Je moet dit in de context van zijn tijd lezen. Bovendien: Heidegger heeft het antisemitisme nooit officieel verkondigd. Dat is belangrijk om op te mer-ken."

Dat vindt ook Awee Prins. "Ik vraag me af: hoe antisemitisch was hij nu precies? Het gaat maar om een paar passages. Dit is niet de finale deconfiture van Heidegger. Heidegger was nu eenmaal geen hartverwarmende persoonlijkheid. Hij had aan alles en iedereen een hekel: grote steden, liberalen, socialisten, Engelsen, Amerikanen. Hij ging er zonder scrupules met de vrouw van zijn beste vriend vandoor. Dat zijn karakterzwakten, maar die diskwalificeren hem voor mij toch niet als denker."

Heidegger zei na de oorlog over zijn bruine ideeën: 'Wie groots denkt, zal ook groots dwalen.' Hij had het over een 'grote domheid', maar écht radicaal afstand heeft hij nooit genomen van zijn antisemitisme. Het schuldbesef spatte er nou niet direct van af. "Er was hem alles aan gelegen om zijn denken te redden", zegt Prins. "Hij was bang dat discussies over zijn nazisme de aandacht van dat denken zouden afleiden. Hij zei: 'Wie mijn denken niet aankan, probeert mij aan te klagen'."

Daar kan Prins wel boos om worden. "Heidegger heeft nooit zijn afschuw over de Shoah uitgesproken, nimmer spijt betuigd. Hij gaf nooit blijk van enige compassie met het lot van de Joden. Hij was in dat opzicht totaal gevoelloos." Klein lachje. "Misschien moet dat portret van hem toch maar eens de deur uit."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden