Die schattige buxus heeft geen stukje dat niet giftig is

De monnikskap: prachtig, maar giftig. (FOTO JÿRGEN CARIS, TROUW)

Huiduitslag. Blaren. Jeuk. Maagpijn. Braken. Buikloop. Darmontsteking. Vertraagde ademhaling. Hartstoornissen. Nieraandoeningen. Hoge koorts. Duizeligheid. Algehele malaise. Coma.

Dit lijkt een opsomming van alles wat een mens kan overkomen wanneer hij onverhoopt komt te verdwalen in de binnenlanden van Afrika. Maar geloof het of niet: dit zijn aandoeningen die iemand kan oplopen tijdens een wandelingetje in de achtertuin – tenminste, als hij tijdens dat wandelingetje bepaalde bladeren, bast, scheuten, naalden, pitten, melksap, zaden, vruchten of bessen aanraakt of opeet.

Een groot aantal planten is giftig, omdat dat de enige manier is waarop ze zich kunnen beschermen. Er zijn zelfs planten die pas gif produceren op het moment dat ze worden aangevreten. De narigheid begint al in het voorjaar met de krokus, de narcis, de hyacint en de primula: alle vier giftig. Maar ook het sneeuwklokje is minder onschuldig dan het eruit ziet. En het lelietje-van-dalen (Convellaria majalis) is zelfs zo giftig, dat het water waarin het heeft gestaan vergiftigingsverschijnselen kan veroorzaken.

En wat te denken van de monnikskap (Aconitum)? Een prachtige plant, een sieraad voor de tuin, die niet voor niets ’duivelsknol’ of ’wolfswortel’ wordt genoemd: onder zijn blauwe schaapskleren schuilt inderdaad een wolf. Trouwens, dat de wolfsmelk (Euphorbia) zo heet, is evenmin toeval. Beide planten komen voor op de lange lijst met heksenkruiden. Dat zijn planten die van oudsher favoriet zijn bij heksen en kruidenvrouwtjes, omdat ze stoffen bevatten met hallucinogene, verdovende en – eerlijk is eerlijk – soms ook geneeskrachtige werking.

Vingerhoedskruid (Digitalis purpurea) is ook al zo’n plant waar je voor op moet passen. Om maar te zwijgen van de Italiaanse aronskelk (Arum italicum) met zijn rode bessenkolven die er aanlokkelijk uitzien, maar waar je beslist niet van moet eten.

Ook populaire planten zijn niet altijd gifvrij. Als we oud-Grieks kenden, hadden we bijvoorbeeld kunnen weten dat het met de Helleborus niger niet goed zit – het Griekse woord voor doden is hellein, en dat voor voedsel is bora. Deze plant is, van de wortel tot en met de zaden, giftig voor de mens.

Of neem nou die schattige buxushaagjes die je tegenwoordig in bijna iedere tuin tegenkomt. Toch is er aan deze struik geen stukje te vinden dat niet giftig is. En zelfs de veel voorkomende klimop (Hedera) is verdacht: het eten van de bessen of de bladeren kan een behoorlijke buikloop veroorzaken.

Op het terras loert gevaar in de vorm van de passiebloem, wonderboom (Ricinus), Solanum en engelentrompet (Brugmansia). En zou u trek krijgen in oleanderblad, dan kunt u dat niet meer navertellen. Op het balkon moet u oppassen voor de geraniums. En zelfs binnenshuis is het niet veilig. In de vensterbank loeren de Dieffenbachia, clivia en christusdoorn op een kans om u te vergiftigen. Vanuit hun vaas doen de chrysanten, lelies en amaryllis hetzelfde. En hoe klein ze ook mogen zijn, ook cactussen zijn giftig. Zelfs met Kerst is er geen ontkomen aan, met de kerstroos in de vensterbank en de kerstboom in de hoek van de kamer.

Voordat u nu alle planten in de vuilnisbak smijt en de tuin van voor naar achter betegelt: wacht nog even! Want er zijn lichtpuntjes. Het gebeurt namelijk hoogst zelden dat een plant de dood van een mens op zijn geweten heeft. Volwassenen eten over het algemeen geen planten waarvan ze niet weten wat de uitwerking is. En ook kinderen zul je niet snel betrappen op het verorberen van een ligusterblad of de bast van de kardinaalsmuts.

Ja, maar die bessen dan? Die kunnen, vooral als ze gekleurd zijn, inderdaad verleidelijk zijn. Het is daarom goed om kinderen van jongs af bij te brengen dat er een groot verschil is tussen de tuin en de supermarkt. Of, met andere woorden: dat ze geen buitenplanten mogen eten.

Zouden ze toch bessen uit de vrije natuur in hun mond stoppen, laat het dan een troost zijn dat de meeste zo bitter zijn dat een kind ze meteen weer uitspuugt. Ook zitten in veel giftige zaden, zoals de zaadpeulen van de goudenregen, stoffen die braakneigingen veroorzaken. Veel gifplanten zijn bovendien zo vriendelijk om zichzelf te voorzien van laxerende stoffen, waardoor het gif versneld wordt afgevoerd.

Bedenk tenslotte dat een kind evengoed in het ziekenhuis terecht kan komen doordat het een smak heeft gemaakt op de grindtegels waarmee zijn vader uit voorzorg de hele tuin had bedekt – uit angst dat zoon of dochter zich te buiten zou gaan aan planten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden