'Die rode kaart verpest het een beetje voor me'

Scheidsrechter John Blankenstein heeft zaterdagavond zijn laatste wedstrijd gefloten. Het was een opvallend afscheid. Blankenstein deelde tijdens de Limburgse derby Roda JC-Fortuna Sittard twee gele kaarten uit, gaf Fortuna een beslissende strafschop en trok vlak voor het eindsignaal ook nog een rode kaart, voor slaan. De vertrekkende arbiter: “Het is jammer. Kennelijk moest ik alles nog een keer meemaken.”

“Ik pak mijn sporttas ook altijd precies hetzelfde in.” Blankenstein is bijgelovig. Hij draagt iedere wedstrijd dezelfde onderbroek, een oud versleten ding met rafels eraan en gaten erin. “Dat moet zo zijn. Als ik daarvan afwijk, heb ik het idee dat er iets mis kan gaan.”

“Nog zoiets: alle clubs hebben tegenwoordig zo'n belletje waarmee je de spelers de kleedkamer uit laat komen. Dat zal ik nooit zelf doen; een van de grensrechters moet het doen. Eén keer heb ik het per ongeluk zelf gedaan en toen had ik meteen het gevoel dat de wedstrijd niet goed liep.”

Blankenstein is ook ijdel. Hij houdt van mooie kleren, ligt eén keer per week onder de zonnebank en staat graag in het middelpunt van de belangstelling. Dat laatste is een van de redenen waarom hij geen goede grensrechter is, denkt hij. “Je bent ondergeschikt aan de scheidsrechter. Dat ligt mij niet.”

Toch is hij geregeld grensrechter geweest. Hij beleefde met de vlag in de hand een van de dieptepunten in zijn carrieée: Denemarken-Spanje op het EK in West-Duitsland in 1988. “Butragueno stond minstens vijftien meter buiten spel en ik zag dat niet. Dus die jongen gaat door en scoort voor Spanje. Dan heb je een probleem, dat is echt heel vervelend. Je wilt er even niet zijn.”

Het verwerken van een arbitrale blunder is volgens Blankenstein het moeilijkste van het scheidsrechterswerk. Hij bewaart pijnlijke herinneringen aan de wedstrijd Feyenoord-Ajax in maart 1994. “Meteen in de tweede minuut. Van Gobbel legt Van Vossen neer in het zestien meter-gebied. Ik fluit niet. Het spel gaat verder en ik denk: fout, dat is fout. Je kan dan niet meer terug, maar je moet mec die belastende wetenschap nog 88 minuten door.”

“Je mag geen gaten gaan dichten. Als je gaat compenseren, kom je er niet meer uit. Dat is fataal. Bovendien is het volstrekt oneerlijk. Je moet het vergeten, anders ga je volledig de mist in.” Hij heeft zichzelf een truc aangeleerd. “Ik maak een soort gedachtenstop. Het duurt een paar minuten, maar dan ben ik het kwijt.”

Blankenstein heeft altijd zo geruisloos mogelijk willen fluiten. “Een wedstrijd op een onopvallende manier begeleiden, dat is het mooist. Als dat lukt, is fluiten heel erg leuk. Dan is het echt kicken.”

Moeilijk is het wel. “Je zit in een lastige positie. Autoriteit is in dit land nou niet direct iets waarvoor we in de houding springen. Iedere beslissing van een scheidsrechter leidt meteen tot een brede maatschappelijke discussie.”

Onopvallend fluiten mag dan het ideaal zijn, soms gaat het hartstikke fout, zoals in de wedstrijd Kaiserslautern-Sampdoria in 1991. “De spelers stonden elkaar naar het leven. Ieder gevecht om de bal leidde tot een overtreding; overal ontstonden brandjes die niet te blussen waren.” Blankenstein trok tien gele kaarten en twee rode. “Heel triest en sikkeneurig word ik daarvan. Je kunt het spel dan niet meer begeleiden, je kunt het alleen nog stoppen. Ik zou het liefst van het veld lopen en zeggen: zoek het zelf maar uit.”

Gelachen heeft hij toen bobo's van Dinamo Kiev hem probeerden om te kopen. “We reden in een kolonne limousines naar een buitenwijk van Kiev.” In een kale ruimte met drie rekken dure bontjassen mochten zijn grensrechters en hij jassen uitkiezen. “Dat deden we dus niet. Toen die bestuurders dat merkten, werden ze nerveus en sloeg de paniek toe. Ze realiseerden zich dat het tegen ze kon gaan werken. Toen begon onze lol natuurlijk. Schitterend was dat.”

Hij denkt dat sommige scheidsrechters de dure geschenken wec accepteren. Dinamo Kiev werd vorig jaar geschorst wegens poging tot omkoping van de Spaanse scheidsrechter Lopez Nieto. Hij had een bontjas aangenomen en dat gemeld aan de UEFA. Blankenstein: “Ik was daar in 1990. Hoe kan het dat zo'n systeem vijf jaar doorsuddert? Als daar ieder jaar iemand zoals ik zou komen, zou het snel afgelopen zijn.”

Blankenstein is homoseksueel. Onder de spelers in het betaalde voetbal moeten die er ook zijn, zegt hij. “Ze zijn alleen niet te traceren. Kijk, voetbal is geen sport waar nichten in rijen op af komen. Dus misschien kun je het landelijke percentage er niet op los laten, maar ze moeten er zijn. Ze komen er alleen niet voor uit. Blijkbaar kan dat niet in die scene, met de mooie vriendinnen en de hele poespas. Dat is toch verschrikkelijk voor die jongens? Dat is echt een drama. Het lijkt mij echt een hel als je constant je gevoelens moet verbergen.” De voetballerij is volgens hem een machowereldje.

Blankenstein valt wel eens op een voetballer. “Natuurlijk zie ik spelers die ik leuk vind. Dat is onvermijdelijk. Ik houd van types met lang blond haar; ze moeten een vrouwelijke inslag hebben.”

John de Wolf? “Nee, die dus niet. Met hem heb ik juist een aanvaring gehad op dat gebied.” De Wolf had in een interview gezegd dat hij nooit met een homoseksuele voetballer onder de douche zou gaan staan. “Dat pik ik dus niet. Hij was toen nog aanvoerder van Feyenoord en kwam na een wedstrijd naar me toe om me te bedanken. Ik heb een pittig gesprek met hem gehad.”

Blankenstein floot in 1966 zijn eerste wedstrijd en debuteerde in 1980 in het betaalde voetbal. Hij treedt dinsdag in vaste dienst bij de KNVB als hoofd scheidsrechterszaken.

De arbitrage moet volgens hem de komende jaren een stuk professioneler worden. “De voetballerij heeft zich deze eeuw ontwikkeld, maar de scheidsrechters zijn stil blijven staan. Laat bijvoorbeeld elektronica de lijnen in de gaten houden, net als in het tennis. Zet een zwaailicht of een sirene naast het doel en laat dat ding afgaan als de bal over de doellijn gaat. Ik denk niet dat je daarmee de autoriteit van de grensrechters aantast. Het is een hulpmiddel.”

Als hij een spelregel zou mogen veranderen, zou hij het wel weten. “Dat gedoe met de muur duurt altijd eeuwen. Mijn voorstel: als de spelers na tien seconden nog op 7 meter staan in plaats van de vereiste 9.15 meter, leggen we de bal 7 meter naar voren. Gaan we daáá die vrije trap nemen. Volgens mij gaat het dan een stuk sneller. Want dat schiet op hoor: als je dat twee keer doet, heb je al een meter of vijftien gewonnen.”

De KNVB gaf Blankenstein inspraak in de samenstelling van zijn 'afscheidstournee', zoals hij het zelf noemt. Hij floot de afgelopen maand in Groningen, in de Arena en in Tilburg. Als laatste wedstrijd koos hij Roda JC - Fortuna Sittard, oost tegen west in de Limburgse mijnstreek. “Ik heb altijd graag in Limburg gefloten. De mensen liggen me en ik vind de ambiance prettig.”

De wedstrijd op Kaalheide valt echter zwaar tegen. Fortuna-doelman Van Zwam krijgt pas in de dertigste minuut het eerste schot te verwerken en Roda-keeper Hesp heeft de hele eerste helft niets te doen. Pas in het laatste kwartier van de tweede helft komt het duel tot leven. De nummer tien van Roda, Marco van Hoogdalem, werkt Regillio Simons van Fortuna onderuit in het zestien-metergebied. Blankenstein geeft een strafschop. Libero Roest benut de kans met een hard schot in de linkerhoek, 0-1 voor Fortuna. De geel-zwarte supporters van de thuisclub morren en op het veld raken de gemoederen verhit.

De spelers duwen, trekken en slaan; Blankensteins hoop op een mooi geruisloos optreden vervliegt. Paauwe van Fortuna stompt Van Hoogdalem hard in zijn maag en krijgt een rode kaart. Blankenstein stuurt de voetballer met een resoluut gebaar naar de kant.

Na de wedstrijd zit de scheidsrechter in de kleedkamer, op zijn vaste plek. Hij staat de pers te woord. Glunderend laat hij een fax zien die hij voor de wedstrijd heeft ontvangen van Ajacied Danny Blind. “Hoewel ik het in mijn onredelijkheid niet altijd met je eens was, kon ik je directheid en duidelijkheid waarderen”, schrijft Blind onder meer. Blankenstein: “Hier doe je het voor. Dit vind ik echt ontzettend leuk.”

Hij heeft een lichte kater overgehouden aan de wedstrijd. “Die rode kaart heeft het voor mij een beetje verpest. Ik moest hem trekken, maar ik had het liever niet gedaan.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden