'Die radicale moslims horen niet in Mali'

Malinezen vrezen gijzelingsacties zoals in Algerije

REPORTAGE | ILONA EVELEENS | BAMAKO

"We zijn geschrokken van die gijzelingsactie in Algerije. Ik ben bang dat zoiets ook hier kan gebeuren", zegt Boubacar Camara in een apotheek in de Malinese hoofdstad Bamako, waar hij een hoestdrankje voor zijn dochtertje koopt.

Andere klanten en het personeel beamen dat. "Islamitische extremisten leven in ons midden. Zij zijn een kleine minderheid, maar hun kameraden hebben veel geld en wapens."

De politie pakte vorige week zeker zes conservatieve moslims op in Bamako, op verdenking van contacten met de islamitische rebellen die het noorden van Mali bezetten. Ook in andere plaatsen zijn aanhangers van radicale imams opgepakt.

Familieleden van buitenlandse ontwikkelingswerkers en ambassadepersoneel verlieten Mali dit weekeinde. Zij voelen zich gedwongen een veiliger heenkomen te zoeken na de gijzelingsactie in Algerije, maar ook vanwege de vooralsnog tegenvallende resultaten van de Frans-Malinese militaire actie tegen de islamitische rebellen. Terwijl de Franse luchtmacht de rebellen met bombardementen uit hun bolwerken verjaagt, worden ze een dag later in een andere plaats gesignaleerd. Toch is de bevolking in Bamako ook vol optimisme dat de rebellie uiteindelijk onderdrukt wordt.

Op de universiteit van Bamako hangen studenten rond in het trappenhuis. "Bent u Frans?", klinkt het herhaaldelijk. Bij ontkenning zijn ze teleurgesteld. De voormalige koloniale macht Frankrijk is opeens razend populair. In de stad vinden Franse en Malinese vlaggen gretig aftrek.

"Wij willen die radicale moslims niet hier", zegt Mariam, een studente onderwijskunde. "Ik studeer niet om in een land te leven dat door de islamitische wetgeving eeuwen terug gaat in de tijd. Ik ben een liberale moslima en wil bijdragen aan de ontwikkeling van Mali. Er is hier geen plaats voor die rebellen."

In Bamako overheerst een liberale vorm van islam. Vrouwen met wapperende haren in strakke broeken, rijdend op een van de vele brommertjes, horen bij het straatbeeld.

Amadou, student Engels, geeft de schuld van de rebellie aan buitenlanders, vooral aan Arabieren. "Laat ze naar hun eigen land gaan. Wij zijn geen fanaten zoals zij."

In een kamer zit vicerector Soiba Diarra. Volgens hem ligt de basis van alle ellende bij de Toeareg. "Die organiseerden al opstanden onder het Franse bewind. De Fransen en onze regeringen vonden nooit het juiste antwoord op terugkerende rebellieën."

De Toeareg leven in de Sahara en trekken zich weinig van grenzen aan. Ze voelen zich gediscrimineerd door landen als Mali, Niger en Algerije. Vorig jaar veroverden Toeareg-rebellen grote delen van Noord-Mali en riepen een onafhankelijke staat uit. Al snel voegden radicale moslims zich bij hen en die gingen met de rebellie aan de haal.

"De Toeareg vormen slechts 2 procent van de bevolking, maar ze hebben altijd veel te grote eisen. Zo wilden ze ooit een kwart van alle studiebeurzen. Ze willen een onafhankelijke staat in het noorden, maar daar leeft een heel scala aan volken", zegt Diarra. Hij wil ook niets horen van een onafhankelijke noordelijke staat onder strikte islamitische wetgeving. "Zulke buren zijn gevaarlijk. Bijna een jaar bezetten de rebellen het noorden en opeens trekken ze zuidwaarts, de reden voor het Franse ingrijpen. Voor je het weet hebben ze grote delen van Afrika onder de voet gelopen."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden