Die onderschatting moet eruit

Rudi Wester gaat vanaf september de Nederlandse cultuur in de Franse etalage zetten, als nieuwe directeur van het Institut Néerlandais (zie hiernaast). Maar eerst moet er nog het een en ander worden geregeld voor de Salon du Livre, het literaire festival in Parijs. ,,Het wordt een gigantische uitsmijter voor de Nederlandse en Vlaamse literatuur.''

Zojuist moest ze nog 'een crisis' oplossen. Maar als Rudi Wester eenmaal een sigaret opsteekt -,,een beetje rook is goed voor mens en plant''- verzakt die crisis al snel tot een alledaags voorval uit het leven van de directeur van het Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds (NLPVF): een vertaler moest even worden gerustgesteld.

Stapels mappen, boeken en papieren maken haar werkkamer aan de Amsterdamse Singel tot een prettig-creatieve chaos. De Salon du Livre komt steeds dichterbij en er moet nog het één en ander worden geregeld. De 23ste editie van het grote literaire festival in Parijs stelt vanaf morgen de Nederlandse en Vlaamse literatuur centraal onder het motto 'Les phares du nord' (De lichtbakens van het noorden). ,,De Franse slag betekent vooral improviseren op het laatste moment. Maar daar zijn ze meesters in, het komt goed.''

Gezien de omvang van het project is de drukte allerminst onbegrijpelijk. Voor de Nederlandstalige literatuur is 600 vierkante meter aan presentatieruimte ingericht, een zestigtal auteurs komt over voor optredens, dit jaar zijn al 75 vertalingen van Nederlandse werken verschenen en meer titels volgen nog. Niet alleen van hedendaagse schrijvers, klassiekers volgen in het kielzog, zegt Wester, die persoonlijk erg blij is met de aankoop van Nescio door de Parijse uitgeverij Gallimard. ,,De Salon du Livre wordt een gigantische uitsmijter voor de Nederlandse en Vlaamse literatuur. Ik ben ervan overtuigd dat dit onze doorbraak in Frankrijk wordt, zoals dat in Duitsland na de Frankfurter Buchmesse van 1993 gebeurde.''

De afgelopen weken zijn Franse literaire critici naar Antwerpen en Amsterdam gekomen voor ontmoetingen met schrijvers die naar Parijs gaan. Ter voorbereiding op de grote specials en verhalen die zij deze week in Franse tijdschriften en kranten verzorgen. ,,Maar ook om hen het literaire landschap van Nederland te tonen. Voor velen was het een ontdekkingsreis. Onze grote namen kennen ze wel, maar vooral de Nederlandse boekencultuur is in Parijs zeer onbekend. Ze vielen van hun stoel van de verkoopcijfers: dat Harry Mulisch ruim 600000 exemplaren heeft verkocht van 'De ontdekking van de hemel' is in hun ogen ongelofelijk. Het is goed om zelf eens door vreemde ogen de Nederlandse leeshonger te zien.''

Want dan besef en betreur je pas wat je achterlaat. Per 1 september wordt Wester in Parijs cultureel ambassadrice en directeur van het Institut Néerlandais. Al lange tijd werd deze overstap in de literaire wereld voorspeld, maar pas deze maand werd het officieel. ,,Dat gerucht kwam in de wereld doordat Henk Propper me ooit vroeg of ik ervoor zou voelen. Hij had toen als directeur sowieso nog een jaar te gaan. Eind vorig jaar heb ik gewoon gesolliciteerd, net als vele anderen.'' Wester noemt de benoeming de kroon op haar werkzame leven. ,,Buiten deze functie wilde ik ook niets. Anders was ik gewoon directeur van het fonds gebleven.''

Les phares du nord is Westers laatste grote project als onvermoeibare aanvoerder van het NLPVF. Sinds zij in 1991 bij het fonds binnenkwam en in 1996 Frank Ligtvoet opvolgde als directeur, bloeide de export van Nederlandse literatuur enorm op. 'Dat instituut werkte niet, en toen kwam zij', zei Harry Mulisch onlangs over Wester. In 1993 stond Nederland centraal op de Frankfurter Buchmesse, wat een Duitse honger naar Nederlands werk teweegbracht. Daarna volgden projecten in Barcelona, Londen, Gotenburg, Tokio, Turijn en dit jaar Parijs, wat een gelukkig decor is voor een afscheid. Als scholier uit Leeuwarden was Wester (1943) al onder de indruk van 'de mooiste stad ter wereld'. Nergens zijn betere boekwinkels dan in Parijs, waar echte liefde voor literatuur heerst, vindt ze nog steeds.

Als Wester per september kantoor houdt aan de Rue de Lille, mag ze de Nederlandse cultuur in zijn breedheid in de etalage zetten. Het Institut Néerlandais heeft de afgelopen vijf jaar onder directeur Henk Propper veel nieuwe initiatieven ontwikkeld. Fototentoonstellingen die goed aansloegen bij het Franse publiek, debatten tussen Franse en Nederlandse intellectuelen over maatschappelijke thema's als euthanasie of migratieproblematiek, de samenwerking met Fondation Custodia, dat de Collectie Frits Lugt beheert en tentoonstellingen organiseert. ,,Propper bereikte het publiek, dat succes wil ik voortzetten.''

Maar niet alleen dat, natuurlijk. ,,Ik wil van het Institut Néerlandais een bijenkorf van kunstenaars maken, zowel Franse als Nederlandse. Het moet uitstralen: 'er gebeurt daar iets dat we niet mogen missen'. Het instituut is gevestigd in een kolossaal gebouw uit de zeventiende eeuw. Schitterend, maar door de statige façade denken sommigen dat het van binnen ook allemaal statig is. Vooral jongeren wil ik naar binnen trekken. Volgens mij kun je je laagdrempelig profileren, zonder dat de kwaliteit van je aanbod terugloopt.''

Museumdirecteur Wim van Krimpen deed dat 'uitstekend' in de Kunsthal in Rotterdam. ,,Bij een bepaalde elite heerst het idee dat publiekssucces en kwaliteit niet samengaan. Maar met marketing kun je goede cultuur onder de aandacht brengen van velen. Zolang je niet met alle winden meewaait is dat niet verkeerd.''

Per jaar ontvangt het instituut zo'n vijftigduizend bezoekers, van wie tachtig procent Frans is. ,,Dat hoge cijfer geldt vooral voor de tentoonstellingen, waarbij de taal een kleinere rol speelt. Op de puur literaire avonden zou ik graag meer Fransen zien. Het probleem is dat steeds minder Nederlanders Frans spreken en tolken voor een barrière zorgen. Ik wil onderzoeken of bijvoorbeeld Philips daar niet iets op kan verzinnen, denk aan een simultane en multimediale vertaalinstallatie.''

Graag zou Wester het hardnekkige beeld van Nederlands als minderheidstaal de Franse wereld uithelpen. ,,Hoe vaak ik niet moet uitleggen dat Vlaamse auteurs in het Nederlands schrijven en dat ruim tweeëntwintig miljoen mensen Nederlands spreken. Die onderschatting moet eruit.''

Ook is in Frankrijk niet bekend dat Suriname, Aruba, Bonaire en Curaçao een levendige cultuur hebben. ,,Weinigen weten dat er Nederlands gesproken en geschreven wordt, of dat er fantastische muziek gemaakt wordt.'' Inspirerend was het literaire festival dat het NLPVF vorig jaar in Suriname organiseerde. ,,Er kwamen zo'n 2500 bezoekers op avonden die we organiseerden, en ook op scholen in Paramaribo en Nickerie was de belangstelling enorm. Veel romanschrijvers zijn in Nederland gaan wonen, denk aan Ellen Ombre, Astrid Roemer en Clark Accord, maar in Suriname heb je ook goede kinderboekenschrijvers, die geestige optredens verzorgen. Ik zou ze graag in Parijs willen introduceren.''

Maar zitten de Fransen wel op onze cultuur te wachten? ,,Niemand zit op Nederlandse cultuur te wachten. Je moet het zelf aan de man brengen. Op een bal waar je niet per se de schoonste bent, moet je laten zien wat je in huis hebt. Weet wel dat de Nederlandse cultuur absoluut niet onderdoet voor de Engelse, Franse of Duitse. We hebben goed kunstonderwijs, een sterke modeacademie, fantastische architecten. We kunnen trots zijn op wat we de vorige eeuw aan cultuur hebben voortgebracht.'' Dat zijn de woorden die je verwacht van een cultureel ambassadeur. ,,Maar het is ook al heel lang mijn persoonlijke overtuiging.''

Het verleden hoort bij Parijs, maar het wat stoffige imago is niet terecht volgens Wester, die ook in haar inleiding op de bundel 'Parijs: de mooiste verhalen over de lichtstad' (2002) vele herinneringen ophaalde. ,,Misschien is New York aantrekkelijker, maar in Parijs gebeurt genoeg. Sinds tien jaar zijn Fransen nieuwsgieriger geworden naar cultuur uit andere landen. Een aangename ommezwaai.''

,,Tegenwoordig moet je steeds vaker het idee bevechten dat iets ouds wel onder het stof zal liggen. Iemand vroeg me laatst waarom je tegenwoordig aan Proust zou beginnen. Dat was iets van vroeger. Ik vind hem zo vilein en geestig, zo'n kenner van de menselijke ziel, je kunt hem niet stoffig noemen. Ik ben 'A la recherche du temps perdu' gaan lezen toen ik zeventien was. Waarom zou een zeventienjarige van nu er niet van kunnen genieten? Wat mij betreft is de zapcultuur een modieus idee. Het geldt voor zoveel dingen: als je het met enthousiasme presenteert, willen mensen er best hun tijd en aandacht aan besteden.''

De Salon du Livre duurt van morgen t/m woensdag. Op internet: 'www.salondulivreparis.com'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden