Die 'nikker' uit het bordeel

Kan een Chinees-Amerikaan een geslaagde bluesy-roman schrijven over een zwarte jongen uit Mississippi? Dat kan, als je Bill Cheng heet.

De jonge Chinees-Amerikaanse schrijver Bill Cheng (1983) heeft in zijn debuutroman 'Als de hond het spoor kruist' niet de eenvoudigste weg gekozen. Hij laat zijn verbeeldingskracht namelijk los op een heel ander leven dan het zijne: dat van de Afrikaanse Amerikaan Robert Chatham, die in de eerste helft van de twintigste eeuw in de Mississippidelta woont. Cheng liet zich duidelijk inspireren door oude blues en door voorgangers die het terrein literair verkenden (William Faulkner, Cormac McCarthy), maar hij verdiepte zich ook grondig in de geschiedenis en het decor van het diepe Amerikaanse zuiden.

Ook in de vorm maakt hij het zichzelf niet gemakkelijk: hij schakelt heen en weer in de tijd (1927, 1932, 1941) en wisselt regelmatig van vertelperspectief. Toch houdt hij je voortdurend in de ban Robert Chathams turbulente, vaak nachtmerrieachtige omzwervingen en avonturen.

Het openingshoofdstuk zet de toon. In 'De vloed' (1927) leren we de achtjarige Robert kennen, terwijl hij met een groep jongens en meisjes aan het spelen is en van Dora zijn eerste zoen krijgt - en daarbij een dierbaar amulet. Maar dat idyllische moment wordt kort daarop gevolgd door de catastrofe van de vloed, de overstroming van de Mississippidelta. Die wordt door Cheng in plastische, filmische beelden opgeroepen: "Huizen stegen op, dobberden en sloegen toen krakend als eierschalen tegen elkaar. Woningen bloedden leeg - bureaus, badkuipen, laden, grammofoons - voor ze in elkaar stortten. De mensen klauterden op hun daken, in bomen, klampten zich aan elkaar vast. Het water spoelde hen van hun hoge wijkplaats, sleurde hen in de stroom, smeet hen tegen de wrakstukken. Opgezwollen en verdronken borrelden ze naar de oppervlakte, als ledenpoppen op de stroom, steeds dieper landinwaarts, naar Issaquena."

Met zijn ouders en zijn broer Billy vormde Robert aanvankelijk een gelukkig gezin, maar Cheng wijst hier wel al op de eerste scheuren in dat geluk (een afwezige broer, een depressieve moeder), waarover we pas later het fijne te weten komen. Ook verderop in de roman betoont hij zich een meester in de kunst van het weglaten, waardoor de gebeurtenissen met een mysterieuze sfeer worden omgeven.

De suspense wordt verder gevoed door de soms ruime omwegen die Cheng bewandelt. Zo leren we in het tweede hoofdstuk Elijah (Eli) Cutter kennen, een man die is opgegroeid met voodoopraktijken, naam heeft gemaakt als duivelskunstenaar aan de piano, tot een werkkamp werd veroordeeld wegens moord en daar wordt weggekocht door de blanke impresario Auguste Duke, die goud aan hem hoopt te verdienen. Terwijl Duke op zoek gaat naar een geschikte piano (die hij uiteindelijk opduikelt bij een arme sloeber die in wrakgoed van de vloed handelt) stalt hij Eli in een hotel annex bordeel.

En net als je denkt: waar is Robert gebleven?, blijkt die daar te werken als manusje van alles, achtergelaten door zijn wanhopige vader. Hij is dan inmiddels dertien jaar. Met een van de hoertjes beleeft hij zijn seksuele inwijding (goed voor een paar fijnzinnige, tedere seksscènes). Tegelijkertijd maakt hij kennis met het alomtegenwoordige racisme van die tijd. Geweld en vernedering versterken zijn gevoel van verlatenheid. Zijn heimwee en verdriet worden subtiel verbeeld in een droom waarin zijn broer Billy nog wél leeft, en in zijn dromerige kijken naar de telegraafkabels die in de verte verdwijnen - naar de wereld waar hij vandaan komt. "Al gauw overbrugden ze kilometers, suizend langs wegen en korenvelden, over rivieroevers en spoorlijnen, en voerden in vliegende vaart over de vlakke banen open land door hun lussen warmte en licht mee. Daar! Kabels zwevend boven kudzu en magnolia en lantana, boven huizen en kerkhoven en markten. Daar gaan ze naar Mayersville, Jug's Corner, Crookhand Farm, de hele staat door, stutten als kruishout opgericht hoog boven de deining van de rivier en dijkwallen en kampen voor de overstromingsslachtoffers - hij voelde dat hij trilde, het vettige vocht liep over zijn ogen en neus en wangen - het zandpad waar hij was geboren, waar zijn broer lag, bot en as en wormen, de kabels die elkaar kruisten, een gigantische bezwering in de lucht, als een net dat drukte op de zielen daaronder."

Ik citeer hier zo uitvoerig om u te laten proeven van het stream of consciousness-procedé waarmee Cheng wel vaker in de roman een intense, hypnotiserende wereld weet op te roepen, om te laten horen hoe zijn taal fonkelt, en te laten zien welke gedurfde wegen hij bewandelt in zijn manier van vertellen.

Zo waagt hij het in het derde hoofdstuk zelfs om Robert helemaal buiten beeld te houden. Dan geeft hij de vloer aan Dora (Roberts vriendinnetje uit de opening), die verslag doet van de nachtmerrie waarin zij na de overstroming verzeild is geraakt, een naargeestig verhaal van gevangenschap en misbruik in een eenzame uithoek van het moeras. Tegen die tijd vertrouw je er als lezer op dat Cheng met dit intermezzo wel een verborgen bedoeling zal hebben, dat Dora wellicht later in de roman nog eens het pad van Robert zal kruisen.

In 'Een stralend nieuw zuiden' (1941) komen we Robert weer tegen als arbeider bij de drooglegging van de zuidelijke moerasdelta, een megalomane manifestatie van de Amerikaanse droom, en uiteindelijk als slaafje van een stel stropers die zich in hun traditionele, primitieve bestaan bedreigd voelen door dat project. Heel indringend en minutieus beschrijft Cheng hun meedogenloze overlevingsdrift, met alle vernederingen en wreedheden die 'de nikker' Robert daarbij te verduren krijgt. Gelukkig bewaakt hij altijd de nuance: overal waar Robert gaat, ontmoet hij ook blanken die hem met mededogen, zorg en zelfs bewondering bejegenen. Ondertussen excelleert Cheng hier in de intense evocatie van de overweldigende natuur: de verzengende hitte, de afmattende vochtigheid, de bloeddorstige insecten en krokodillen. Ook dat draagt bij aan het bijna claustrofobische karakter van de roman.

De 'thuiskomst' die Robert uiteindelijk te wachten staat is een hartverscheurend staaltje blues waarin Cheng deze odyssee definitief optilt naar een universeel, tijdloos verhaal over eenzaamheid, ontheemding en het verlangen ergens thuis te zijn.

Bill Cheng: Als de hond het spoor kruist (Southern Cross the Dog) Vertaald door Joop van Helmond.

Anthos, Amsterdam; 320 blz. euro 19,95

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden