'Die Nederlanders het my gesnap'

In eigen land is ze een superster. Nu mag de strijdbare Amanda Strydom uit Zuid-Afrika het Nederlandse publiek veroveren.

Natuurlijk is het toeval dat Amanda Strydom haar nieuwste tournee uitgerekend in Culemborg begint. Maar ze heeft de feiten paraat. „Culemborg, geboorteplaats van Jan van Riebeeck.” In 1652 stichtte hij de Kaapkolonie. Het is de geschiedenis van haar voorvaderen, de geschiedenis van haar taal en de geschiedenis van een nog altijd kwetsbaar land. „In alle interviews hier moet ik praten over politiek”, verzucht ze.

Amanda Strydom (53) is een grote naam in Zuid-Afrika. Bekend van gevoelige liedjes over liefde, hartstocht en eenzaamheid. In de jaren tachtig bracht haar stellingname tegen apartheid haar in problemen. Nog altijd combineert ze een meisjesachtige flair met politiek bewustzijn.

Het werd haar als kind meegegeven. Vader Strydom was ouderling. Terwijl de blanke dominee in Port Elizabeth-West de apartheid verdedigde, ontving hij thuis voorgangers van gekleurde bevolkingsgroepen. „Hulle es ook manne van God”, zei hij. Op maandagavond hield hij in hun garage bijeenkomsten voor donkere mensen uit de buurt. De kleine Amanda keek haar ogen uit. „Ze zongen zo anders, met zoveel passie. En er zat zoveel verlangen in.”

Het besef van het grote onrecht dat apartheid heette, groeide naarmate ze ouder werd. Een concert in 1986 in Stellenbosch, het intellectuele centrum van de apartheid, was het keerpunt. Haar blanke publiek was wildenthousiast. Ze gaf toegift na toegift, tot ze nog maar één nummer over had: ’Die Pas’, over het onrechtvaardige pasjessysteem voor niet-blanken. Ze aarzelde, maar zong het. Aan het eind stak ze haar vuist omhoog en riep de zwarte strijdkreet „Amandla!” Het deel van het publiek dat antwoordde met „Awethu” (de macht is aan ons) was aanmerkelijk kleiner dan het deel dat in boe-geroep uitbrak.

„Ik wist toen dat er geen weg terug was. Ik was verdacht. Er reden ineens auto’s achter mij aan. De telefoonlijn had een rare klank. En ik kon daar niet tegen. Ik ben een gevoelig mens, ik leef op de toppen van mijn zenuwen. Ik stompte af, werd depressief en kwam terecht in een inrichting. Maar spijt heb ik nooit gehad.”

Toen het apartheidsregime eindigde, kon Strydom haar artistieke loopbaan weer oppakken. Zanger Stef Bos, die in de jaren negentig al in Zuid-Afrika succesvol was, nodigde haar uit in Nederland. Al na haar eerste optreden, in 2002, kreeg ze tot haar verrassing een staande ovatie. „Het was wonderlijk. De Nederlanders begrijpen misschien niet elk woord, maar ze begrijpen mìj. Het was als een tweede kans, een tweede leven. Het heeft mij nieuw respect voor mijn eigen werk gebracht.”

Het culturele leven in Zuid-Afrika speelt zich vooral af op festivals. Bands met weinig verheffende teksten als „Jy’s my rooi rok bokkie, ons gaan heel aand sokkie” hebben het meeste succes. Als intellectueel verbaasde het haar dat ze in Nederland zo gemakkelijk een publiek voor haar liedjes vond.

Ze is ook niet de enige Afrikaner artiest die hier de laatste jaren succesvol is. Dichter en zanger Gert Vlok Nel heeft een eigen publiek gevonden onder poëzieliefhebbers. Chris Chameleon, zanger en stemkunstenaar, heeft net een nieuwe tournee afgerond. Strydom vist met liedjes en sketches in dezelfde vijver als hij.

„Chris en ik delen een grote liefde voor het Afrikaans. Ik spreek ook altijd Afrikaans tijdens mijn optreden, omdat dat maakt wie ik ben.” Maar allebei benadrukken ze ook dat het Afrikaans een „een kindje’ of „een baby” is van het Nederlands. Alsof ze zich willen indekken tegen oppervlakkige luisteraars, die in het Afrikaans een kindertaal horen. Ook al blijkt uit hun liedjes dat het kind allang volwassen is.

Opmerkelijk is ook de terloopse vanzelfsprekendheid waarmee bijbelse figuren en God een plek krijgen bij Afrikaner artiesten. Strydom noemt dat natuurlijk. Het hoort bij haar land en haar volk. „Kijk om je heen. Kijk hoe wijd de vlakte is. Kijk hoe enorm de bergen zijn. En vertel me dan nog eens dat er geen God is.”

Juist die natuur maakt dat ze zich als Zuid-Afrikaan zo anders voelt dan Nederlanders. Nederland is klein en vol. „Ik weet niet of ik hier zou kunnen leven. Ik voel me hier thuis, maar ik zou het Afrikaanse licht missen. De lucht. De vlaktes. De grote oceaan.”

Al erkent Strydom dat leven in Nederland ook zijn voordelen heeft. „Het kost mij drie dagen om hier te acclimatiseren. Ik moet eraan wennen dat de ramen geen anti-inbraaktralies hebben. De deur hoeft niet op slot. Vrouwen fietsen ’s avonds alleen naar huis.” In Zuid-Afrika gaat het vijftien jaar na de apartheid niet meer om zwart of blank, zegt Strydom. „Het gaat om arm en rijk. Jij hebt alles, en ik heb niks. En die kloof wordt steeds groter.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden