Die Markthal? Een hangar voor een zeppelin.

interview | Als je als dichter niet op jonge leeftijd sterft, dan maar liever heel oud. Maandag wordt Jules Deelder 70. 'Ik heb een paar dingen onder woorden gebracht waar geen speld tussen te krijgen is.'

Een bar is om tegenaan te staan. "Heb ik altijd het liefst gedaan, tegen de bar staan." Nippend aan zijn gin tonic poseert Jules Deelder, als altijd in Italiaans maatpak, in café Ari in Rotterdam-West. Als de fotograaf vraagt of de bijna-zeventiger achter een schaakbord in het café wil zitten, krijgt die snedig antwoord. "Schaken? Dat heb ik nooit gedaan. Pleurt op met je schaakbord."

Het duurt af en toe iets langer om de woorden te vinden, en het strak achterovergekamde haar wordt grijzer, maar Deelder heeft nog steeds het gevoel 'dat alles nog moet beginnen'. En dat terwijl hij Magere Hein al een paar keer in de ogen heeft gekeken. Hij werd al eens per ongeluk doodverklaard. "Als dat gebeurt en het blijkt niet waar te zijn, dan word je heel oud. Om die lui nog te pesten. Trouwens, als je dat soort dingen niet meemaakt, leef je dan wel?"

Met nog een paar dagen te gaan 'mag je wel aannemen' dat de dichter, muzikant, 'aucteur', dj en nachtburgemeester maandag de 70 haalt. "En ik heb het gevoel dat ik nog honderd jaar mee kan." Toen hij 14 was, liet hij een visitekaartje drukken: 'Jules Deelder. Dichter'. Zou hij dat vandaag doen, dan kwam daar precies dezelfde tekst op.

Dichten. "Daar beginnen en eindigen al die andere dingen ook mee. Muziek heeft ook met dichten te maken. Ik had er geen nee tegen gezegd als ik muzikant was geweest. Maar ik kan me bewegen in een hoop dingen waar ik op dat moment zin in heb. Dan neem ik die vorm aan, dan weer die." Hij drumt zo'n drie keer per week in jazzband De Deeldeliers. "Zo. We spelen de stenen uit de straat man, echt waar."

Deelder is er niet de man naar om over de thematiek of het waarom van zijn poëzie te praten. Op zijn Rotterdams: "Die ken iedereen toch lezen. Daar ga ik niets over zeggen, dan hoeven ze het niet meer te lezen. Ik heb daar ook geen theorieën over; gedachten voortkomend uit de traditie van de dat en de zus, uiteindelijk doe ik gewoon maar wat.

"Over erkenning van het publiek heb ik nooit te klagen gehad. Recensenten? Er zijn er altijd van de afdeling zuurpruimen, van die gasten die denken dat als iedereen het kan begrijpen dat het dan niks ken wezen. Ze doen maar. Ik weet dat ik een paar dingen onder woorden heb gebracht waar geen speld tussen te krijgen is. Die houden het wel uit zolang het Nederlands bestaat. Al heb je maar één goed gedicht geschreven, dan is het al genoeg."

Welke gedichten zullen voortleven, weet Deelder niet. "Daar doe ik de andere mee tekort. Dat maakt de tijd wel uit. Ongetwijfeld zal 'Voor Ari' overleven. Dat wil nog niet zeggen dat het mijn beste gedicht is." De tekst van Voor Ari, over zijn dochter naar wie ook het café vernoemd is, staat over 900 meter op de muur in de fietsbuis van de Beneluxtunnel. "Dat is het langste gedicht ter wereld, volgens mij. Moeten ze opgeven joh, bij dat Guinness Book of Records. Rotterdam wil toch graag records vestigen? Dan hebben we misschien de snelste marathon niet meer, maar in elk geval het langste gedicht ter wereld."

Deelder noemt zich een 'dichter met een aandoening voor jazz'. "Ik ben ook platenverzamelaar, dus ik kan die hele jazz laten horen. Zo, achtermekaar. Door mij maakt die muziek nog deel uit van het heden. Ik zou niet weten wie dat anders zou doen." Ook Deelder staat nog in het heden, zegt hij, ondanks dat hij geen telefoon of computer heeft. "Zalig zijn de digibeten. Zij erven straks de echte wereld, de rest de virtuele."

Computers, Deelder doet er niet aan mee. "Je kan de obscuurste jazznummers noemen op zo'n computer: pats boem. Ergens vind ik dat helemaal niet leuk. Mooier is als je zelf die plaat scoort en zegt: shit, die plaat, yes. Er gaat ook niets boven dat voorwerp, de plaat zelf. Wat dát betreft ben ik duidelijk iemand van de vorige eeuw. Niet van de volgende eeuw. Iedereen zegt dat je van de volgende eeuw moet zijn, maar de volgende eeuw bestaat niet."

Van politiek moest Deelder nooit veel hebben. Ironisch genoeg krijgt hij woensdag een speciale ambtsketen omgehangen en is hij één dag 'dagburgemeester' van Rotterdam. Hij mag onder meer de gemeenteraad toespreken. "Wat ik daar ga zeggen, weet ik nog niet. Dat gaat improviste."

Tijdens het gesprek komen wel dingen op die hij aan de kaak wil stellen. Zoals 'de smaak van fatsoensrakkerij', die hij steeds vaker proeft. "We zitten heel erg op elkaar te letten. Iemand met een horecazaak zou zelf moeten uitmaken welk gedeelte van de dag hij open is. Uiteindelijk kunnen mensen beter in de kroeg zitten dan op straat lopen. Ik bedoel, mensen op straat lopen zich te vervelen, het is beter als ze ergens naartoe kunnen gaan. Dat schijn je er niet in te krijgen."

Gekook op televisie

Ook dat rookverbod, veel horeca moest erdoor sluiten, zegt Deelder. "Je wilt niet weten hoeveel kroegen getroffen zijn. En wat is er voor in de plaats gekomen? Allemaal restaurants. Door dat achterlijke gekook op televisie. Ik word er doodziek van, joh. Zitten ze allemaal maar te koken, ze hebben kennelijk tijd en geld te veel. En kijken naar de Engelse televisie. Maar iedereen weet, als er één land ter wereld is waar de mensen geen ene kokosnoot van eten weten, dan zijn het die Engelsen wel. Nou doen ze alsof ze het hebben uitgevonden. Die Jamie Oliver, pleurt op joh."

Verder wil hij de raad voorhouden dat ze zich niet moet verliezen in 'interpolitiek partijdig gekeuvel'. "Ze moeten er zijn voor alle Rotterdammers. Iedereen die hier woont, is een Rotterdammer. Kan me niet verrotten waar die vandaan komt. Ik vind het een gezond teken dat er Marokkanen in Rotterdam zijn die de schurft hebben aan Marokkanen in Amsterdam. Dat vind ik integratie."

Zijn Rotterdam werd onlangs tot beste stad van Europa gekroond en duikt op in internationale toeristische lijsten, onder meer vanwege de architectuur. De nieuwe Markthal vindt Deelder buiten proporties. "Ik vind het een hangar voor een zeppelin. Die hadden ook van die grote loodsen."

Juist op de dag van het interview maakt Rotterdam bekend welk beeld voor het nieuwe Centraal Station komt: twee wereldbollen van twaalf meter hoog. Deelder brengt zijn hoofd dichtbij de printjes en tuurt een tijd lang over zijn gele brillenglazen naar de afbeeldingen.

"Is dat op ware grootte? Ik vind het een beetje goedkoop, eerlijk gezegd. Het zou gastvrijer zijn als je er ook omheen kon lopen. Twaalf meter hoog, echt waar? Het is een beetje, hoe noem je dat: gigantomanisme. Dat vind ik van die Markthal ook. Te opgepompt, het maakt de indruk alsof-ie elk moment uit elkaar kan ploffen. Ze hadden dat beeld van Zadkine op het plein moeten neerzetten."

Ondanks een lobby komt 'de Schreeuw' van Zadkine níet op het stationsplein. Het zou te klein zijn. "Daar heb je het. Alsof een goed beeld ooit te klein zou kunnen zijn. Doe maar groot, dan is het indrukwekkend." De dichter zei zelf eens dat een goed gedicht niet lang hoeft te zijn. "De naam van mijn bv is een gedicht op zichzelf: Deelder BV."

Die bv houdt hij nu een jaar of dertig in stand, 'immer op de rand van het faillissement'. "Het blijft een hustle, het leven. Ik wil niet zeggen een struggle, wel een hustle. Om op enigszins onnavolgbare wijze te leven van het dichterschap. Als je zeventig bent, mag je veronderstellen dat je bepaalde dingen enigszins geregeld hebt. Maar ik moet wel blijven doorwerken."

Het overeind houden van de bv ziet Deelder als 'balanceren op een slap koord boven de Niagara Falls'. "Of ik voor ik de pijp uitga de overkant nog haal, weet ik niet." Grinnikend: "Naarmate je nadert, verwijdert het doel. Dat gaat altijd door." Deelder houdt zijn handen naast elkaar, alsof hij een acrobaat is met een evenwichtsstok en zet een hogere stem op. "Deelder! Naar rechts! Shit, ben ik er nou nog niet? O, er steekt nog wind op ook!"

"Uiteindelijk gaat het daarom dat je tijdens je verblijf hier op de planeet in een soort van balans met de omgeving bent." Voor zichzelf heeft hij die balans inmiddels gevonden, zegt Deelder. Nog altijd speelt zijn leven zich grotendeels 's avonds en 's nachts af. Deze middag ontbeet hij met een kop koffie. In café Ari drinkt hij een chocomelk met rum en een beetje slagroom. Pas in de avonduren eet hij meestal zijn eerste maaltijd. Ook zijn dagelijkse speedgebruik zegt hij in evenwicht te hebben. "En ik heb geen klachten. Ja, af en toe pijn in mijn knie, maar dat gaat altijd over. Ik heb niet eens een dokter."

"Als dichter is het zo: of je gaat jong dood, maar als je op een gegeven moment ziet dat je dat romantische idee niet meer haalt, dan maar heel oud. Niet ergens in het midden. 99 vind ik wel oké, daar gaan we voor. Mits bij het goede verstand natuurlijk."

Deelder denkt weleens dat de dood hem zal overslaan. "In mijn geval moet ik het nog maar zien. Maar natuurlijk, op een gegeven moment ga je de hoek om en dan staat-ie daar ineens: 'hoho, dat gaat zomaar niet!' Ik heb Magere Hein een paar keer gezien, langs de kant van de weg. Toen heb ik hem ingehaald. Met ongelukken tot gevolg. Uit de bocht en over de kop weet je wel." Bij één van zijn auto-ongelukken knalde Deelder op de Maasvlakte tegen een Duitse brandweerwagen. "Tering, die pakten mij, joh. Het was een godswonder dat ik daar uit kwam. Wat dat betreft heb ik mijn portie gehad."

Deelder reed steevast in een Citroën CX. Rijden was in zijn geval scheuren. Onlangs besloot hij zijn rijbewijs niet te verlengen. "Effe blazen, dat kan niet meer, de wegen zijn vol blik. Ik laat het in 2015 lekker verlopen. Dat gekeur bij de dokter en dit en dat, en ken je dit wel goed?" Ineens op zachte toon: "Ik had er moeite mee om die wagen weg te doen. Ik hield wel van hem, maar dat is gewoon voorbij."

Naarmate hij ouder werd, verloor Deelder veel vrienden. Simon Vinkenoog, Herman Brood. "Ja, that's the way the cookie crumbles. Op zekere dag staan ze om jou heen, om dat lullige verhoginkje in het crematorium. Dat hebben we ervan gemaakt hè, van die afscheids- ceremonie, treurnis all over the place."

Hoe die uitvaart eruit moet zien, interesseert Deelder niet. "Weet ik veel. Ze doen maar wat. Als ze mijn verjaardag kennen organiseren, dan kennen ze mijn begrafenis ook organiseren. Ik hou er helemaal geen rekening mee dat ik binnenkort de pijp uit ga. Als je daar ruchtbaarheid aan gaat geven, moet je niet raar opkijken, als het gauw zover is. Wie in het heden leeft, heeft het eeuwige leven."

Jules Deelder

Julius Anton Deelder werd op 24 november 1944 geboren in de Rotterdamse wijk Overschie. Zijn eerste gedicht schreef hij op zijn elfde: 'Hoort, men werpt een atoombom'. Deelder schreef meer dan twintig poëziebundels en boeken en toneelstukken. In het theater trad hij veel op met Herman Brood en Bart Chabot. Ook had hij programma's op radio en tv. Als jazzverzamelaar- en dj stelde Deelder een aantal jazzcompilaties samen. Hij is fanatiek Sparta-supporter. Al jaren staat Deelder bekend als 'nachtburgemeester van Rotterdam'. Hij treedt nu veel op met toetsenist Bas van Lier als De Deeldeliers. Deelders 70ste verjaardag wordt morgen gevierd in de Fenixloods in Katendrecht. Onder anderen Benjamin Herman, Kamagurka en Hans Dulfer treden op. Deze maand verschijnt ook een bloemlezing van Deelders poëzie, samengesteld door de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb. In de Rotterdamse galerie AAAFRESH123 is een expositie te zien met portretfoto's die van hem zijn gemaakt. Deelder is al veertig jaar verloofd met kunstenares Annemarie Fok. Samen hebben ze een dochter, Ari (1985), al enige jaren Jules' manager.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden