Die ene perfecte haal

Als nationaal roeicoach René Mijnders van een afstandje naar zijn 'wereldje' keek dacht hij weleens: waar gáát het eigenlijk over? Toch miste hij die totale toewijding juist buiten de topsport. Steeds weer keert hij terug naar het roeien.

Les 1

Een sterk team hoeft elkaar niet aardig te vinden

"Toen ik als student het roeien ontdekte dacht ik niet: daar ga ik later mijn brood mee verdienen. Begin jaren zeventig had de roeibond sowieso nog geen professionals. Ik stortte me destijds op het wedstrijdroeien omdat ik het leuk vond, veel leuker dan mijn studie natuurkunde. Ik had voor natuurkunde gekozen omdat mijn twee oudere broers het ook studeerden. Wat ik met het vak wilde wist ik niet, in feite dacht ik helemaal niet zo na over de toekomst. De studententijd was een ontdekkingstocht. Doordat ik meer zat te klaverjassen dan college liep had ik binnen de kortste keren een studieachterstand. Uiteindelijk ben ik overgestapt op fysiotherapie. Eigenlijk wilde ik ook daar zo gauw mogelijk weer weg, maar het was zo 'n beetje mijn laatste kans. Ik had te lang rondgehangen. Het was een heerlijk schoolse opleiding die ik wel heb afgemaakt.

Intussen trainde ik met roeien zeven of acht keer in de week. Ik herinner me nog de eerste keer dat ik, als tweedejaars roeier, één baantje mee mocht roeien met de ploeg die net terug was van het WK. We zaten in een vier-zonder (roeiboot waarbij alle vier roeiers één riem hebben, red). Bij haal één voelde ik al: dit is anders. Zoals de boot onder me door liep, licht en vrij, de interactie tussen de verschillende roeiers - het was een ervaring die ik niet kende. Je kunt hele trainingen op zoek zijn naar die ene perfecte haal. Hoe kleiner de boot hoe meer invloed je erop hebt: als jij iets verandert merkt de boot dat meteen. In een acht merk je veel minder wat voor invloed je zelf op de boot hebt - maar juist dat massieve maakt een acht heel erg mooi. Als die eenmaal op snelheid is is dat zo'n fantastische ervaring. Je bent in een teamsport op elkaar aangewezen, maar je hoeft elkaar niet aardig te vinden, heb ik gemerkt. Mannen die met moeite langer dan vijf minuten samen in één kamer kunnen zijn, kunnen samen toch een heel sterk team vormen."

Les 2

Als coach heb je anderen nodig

"Twee keer ben ik met het nationale team naar het WK uitgezonden. Toen ik in

1984 niet werd geselecteerd voor de Olympische Spelen was dat het moment om te stoppen met roeien. Ik ben gaan coachen. Binnen een jaar werd ik als coach gevraagd voor de nationale mannenacht en kort daarna werd ik trainingscoördinator van de roeibond. Het nationale team was toen nog los zand. Er was geen nationaal trainingscentrum, geen centrale trainingslocatie.

De kennis was versnipperd. Aan mij de taak daar meer structuur in aan te brengen. Een coachopleiding bestond niet. Ik moest me als coach zelf ontwikkelen. Ik dacht: laat ik niet net doen alsof ik alles weet, met elkaar moeten we verder zien te komen. Je moet een sfeer creëren waarin je elkaar nodig hebt. Dat pakte goed uit, internationaal verbeterden de prestaties snel. Het was leerzaam en ook dankbaar werk om iets van de grond af op te bouwen. In 1996 werden we met de Holland Acht olympisch kampioen in Atlanta, dat was een fantastisch hoogtepunt."

Les 3

De reis is belangrijker dan de bestemming

"Toch begon juist in die periode het jasje een beetje te knellen. Als je er van een afstandje naar kijkt is het roeiwereldje maar klein, waar gaat het eigenlijk over? Ik was weliswaar met plezier roeicoach, maar ik vroeg me af welk alternatief ik had als ik het over tien jaar niet leuk meer vond. Ik had als fysiotherapeut een half jaar in het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein gewerkt, maar als je je vak verder niet bijhoudt mag je het op een gegeven moment niet meer uitoefenen. Ik voelde onrust en besloot te stoppen als bondscoach. Maar ik had dat nog niet verkondigd of ik kreeg een aanbod uit Oxford om de beroemde Boat Race tussen de universiteitsteams van Oxford en Cambridge te begeleiden. Ik werd zo enthousiast gemaakt dat ik ja zei.

Het is een magische race, een enorm mediaspektakel. De Theems is een getijdenrivier. Je vaart als de stroom het sterkst is en dan is het de kunst de ander uit de stroom te drukken. Bij de Olympische Spelen kun je heel blij zijn met zilver, al heb je dan eigenlijk verloren. Oxford-Cambridge is één tegen één, dat betekent alles of niets. We hadden een goede voorbereiding en keihard gewerkt, we waren favoriet, maar we verloren de race. De roeiers waren ontroostbaar. Grote kerels, van wie sommigen in het verleden een olympische medaille hadden gewonnen, stonden te janken. Maar toen ik een paar dagen later enkele roeiers tegenkwam zeiden ze allemaal: die race was de mooiste tijd van mijn leven, op die laatste paar minuten na. Niemand had spijt.

Ik realiseerde me dat de echte waarde zit in wat je onderweg met elkaar leert en beleeft. Dat is bijna het leven zelf: belangrijker dan de bestemming is de reis, het hier en nu. Wat je iedere dag doet en met elkaar doormaakt pakt niemand je af, of je nou wint of niet. Dat is het bijzondere van alle topsport: met elkaar heb je een krankzinnig hoog doel, met je hele ziel en zaligheid jaag je een droom na. En dan blijkt dat je het niet hebt gehaald. Triester kan bijna niet. Toch moet ik de roeier nog tegenkomen die zegt: ik heb zo'n spijt dat ik tien jaar van mijn leven alles opzij heb gezet om te roeien."

Les 4

Doe het met passie

"Doordat we verloren en de uitslag zo absoluut was ben ik veel meer gaan nadenken over wat roeien voor mij betekende. Het heilige moeten - het per se moeten winnen, anders ben je mislukt - was er een beetje af. Ik merkte dat vooral de drive en bevlogenheid van topsporters het voor mij de moeite waard maken. Toch heb ik mij niet laten verleiden nog een jaar in Oxford te blijven. Ik stopte zelfs helemaal als roeicoach.

Als fysiotherapeut kon ik inmiddels niet meer aan de slag. Ik ben toen als consultant voor organisaties gaan werken waar je je op een complexere manier bezighoudt met dezelfde vragen als in topsport: hoe kun je mensen laten samenwerken en motiveren? Wanneer zie je ze groeien en wanneer niet? Maar wat ik in veel bedrijven miste was de passie van de sport, ik zag heel weinig mensen die zich vol overgave in een stukje van het leven stortten. Het is belangrijk dat je je hart volgt, je moet ergens voor kunnen gaan. Dat bracht mij na twee jaar weer terug bij het roeien. De roeibond vroeg mij aanvankelijk als adviseur, maar al snel ben ik weer zelf gaan coachen."

Les 5

Geef jezelf bloot

"We hadden succes en wonnen medailles, maar privé ging het minder goed. Als bondscoach ben je gevangen in je werk, dat zette mijn relatie onder druk. Ik heb twee kinderen, een jongen van zes en een meisje van acht. Mijn jongste werd geboren toen ik voor de Olympische Spelen van 2008 in Peking was met de vrouwenacht. Dat ik niet bij zijn geboorte kon zijn was een enorme worsteling, je wilt op twee plekken tegelijk zijn maar je kunt natuurlijk niet zeggen: sorry meiden, de volgende wedstrijd maar even zonder mij. Voor mijn toenmalige vrouw was het een bevestiging dat roeien voor mij op één stond. Daar had ze wel gelijk in. Ik was er constant mee bezig en dat legt een soort deken over alle andere dingen die je doet. Ik weet niet of er een andere keuze was geweest, maar ik had het dilemma wel nadrukkelijker moeten bespreken.

Praten over gevoelens of dingen die je dwars zitten deed ik niet graag. Dat is deels een erfenis uit mijn jeugd. Wij hadden een strenge opvoeding. Bij ons thuis was het: rug recht houden, hoofd omhoog en je eigen problemen oplossen. Ik heb los moeten komen van die opvoeding. Er komt bij dat ik van nature introvert en tamelijk gesloten ben. Ik ging het echte contact vaak uit de weg, daar heb ik in mijn persoonlijk leven last van gehad. Tegenwoordig ben ik minder afstandelijk. Ik heb het idee dat ik mezelf makkelijker blootgeef. Ik merk ook hoe belangrijk mijn kinderen eigenlijk voor mij zijn. Hopelijk ben ik minder streng en star dan mijn vader vroeger voor mij was."

Les 6

Realiseer je wat belangrijk is

"Ik ben veranderd, maar kennelijk moest ik daarvoor eerst heel ziek worden. In 2013 werd ineens een prostaattumor geconstateerd. Bij verder onderzoek bleek ik ook een darmtumor te hebben. Het was allemaal heel plotseling. De paniek was groot.

Na de diagnose kreeg ik tien weken bestralingen, daarna volgde een operatie. Toen begon een lastig traject met complicaties. Mijn darmen hielden ermee op. Dat was bedreigend, er was kans op darmperforatie.

Ik werd opnieuw opgenomen en kreeg er een ziekenhuisbacterie overheen. Ik moest een tijd in een geïsoleerde kamer waar alles, tot en met het kopje thee, door een sluisje naar binnen ging. De kinderen zijn daar niet geweest, dat wilde ik ze niet aandoen. Ik voelde me zo ziek. Nergens zag ik meer een sprankje kwaliteit van leven. Ik ging er altijd van uit dat je je tot het uiterste vastklampt aan het leven, maar daar zit toch wel een grens aan. Ik dacht: als dit zo blijft hoeft het van mij niet meer.

In zo'n situatie vraag je je af: wat vind je belangrijk? Wat doe je met de tijd die je hebt? En ook: hoe wil je dat mensen aan je terugdenken? Je merkt dat relaties belangrijker worden, de steunbetuigingen die ik tijdens mijn ziekte kreeg deden me veel. Na mijn ziekte ben ik meer aandacht gaan besteden aan mijn omgeving. Ik heb geen bucketlist. Dat valt juist allemaal weg. Ik breng liever tijd door met mijn kinderen dan dat ik de Himalaya op ga. Ik leef meer in het hier en nu. Als ik nu naar de bakker fiets en de wind in mijn gezicht voel, geniet ik daarvan. Ik heb beter leren schakelen, maar het was een zware les."

Les 7

In het besef dat alles eindig is leef ik intenser

"Ik ben nu beter, al blijven de controles de komende twee jaar spannend. Als je er zo sterk aan herinnerd wordt dat alles eindig is kun je depressief raken, maar ik heb eerder het omgekeerde: ik beleef alles intenser en ben weer met plezier aan het coachen. Als coach moet je je kunnen inleven in hoe de roeier beweegt, door schade en schande merk je wat wel en niet werkt en bouw je ervaring op. Succes is mooi, maar het gaat me niet om de medailles en erkenning, ik hoef volgend jaar ook niet per se mee naar de Spelen van Rio. Het gevoel dat je een bijdrage kunt leveren aan de ontwikkeling van de roeiers is genoeg. Zolang mijn gezondheid het toelaat wil ik dit blijven doen. Het houdt je jong omdat je steeds met nieuwe mensen te maken hebt. Ik herinner me dat ik mijn vader oud vond toen hij zestig was. Nu ben ik zestig, maar zo voel ik me allerminst."

undefined

Familiewapen

Hoe zou het familiewapen van René Mijnders er uit kunnen zien? Illustrator Renske Karremans liet zich inspireren door zijn Levenslessen. "René begon met roeien bij roeivereniging Orca. Die tekende ik in zijn wapenschild. Omdat hij met het roeien en coachen veel heeft bereikt heb ik ook een medaille en de olympische spelen in het beeld verwerkt."

undefined

René Mijnders

René Mijnders (1954) groeide op in Coevorden en in Doetinchem. Hij studeerde in Utrecht en ging roeien bij roeivereniging Orca. In 1985 vroeg de roeibond hem trainingscoördinator te worden om een begin te maken met de professionalisering van de roeisport. Vervolgens werd hij coach van het Nederlands mannenteam. Als bondscoach vestigde hij definitief zijn naam toen hij in 1996 met de mannenacht op de Olympische Spelen van Atlanta goud won. Daarna was hij met de vrouwenacht driemaal op rij succesvol op de Olympische Spelen met twee zilveren en een bronzen medaille. In 1997 begeleidde hij het universiteitsteam van Oxford. In 2005 en 2006 was hij hoofdcoach van Zwitserland. Na een periode als technisch directeur van de roeibond was hij net weer actief als bondscoach toen twee jaar geleden bij hem kanker werd geconstateerd. Sinds maart dit jaar is hij weer terug als coach bij het Nederlands team.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden