Klein verslag

Die ene letter. U.

Beeld Wim Boevin000

Mijn moeder stak in een draagtas die leek op de luxe verpakking van een fles wijn of champagne. Wij, haar kinderen, begroetten elkaar bij de ingang van de begraafplaats. De stemming was een beetje uitgelaten, we hadden elkaar al even niet gezien en wat er te gebeuren stond was niet zonder lading.

De jongste droeg de draagtas met de asbus erin de begraafplaats op, de beheerder had het keldertje vrij gemaakt. Zo zagen we ook ons broertje weer, van wie de as in 2009 was bijgezet. Zijn bus stond in het keldertje te wachten, een witte bak van kunststof, in een open kuil. De bus roestte aan de voet. Een bruine kring op de witte bodem.

Mijn broer was een nestblijver geweest, had tot zijn te vroege dood - hij werd 52 - bij mijn moeder gewoond. Nu zouden wij ze weer gaan herenigen, in dat witgoedkeldertje.

Het was winderig, een late oktoberdag, de hemel wisselde af met wolken, wat regen en flarden van zonlicht. Ik bedacht ik dat ik nog in de asbus wilde kijken. Waarom wist ik niet. Dus zei ik: om te controleren of het nummer op het vuurvaste steentje in de as overeenkomt met het nummer op het deksel van de bus.

Niet dat er reden was om daaraan te twijfelen, en de nummers kwamen ook overeen, maar misschien hoopte ik iets los te maken van het verdriet over haar gemis, iets in de as te vinden. Nabijheid.

De asbus was afgesloten als een verfblik. De beheerder gaf een schroevendraaier om het deksel eraf te lichten. We verdrongen ons een beetje om erin te kunnen kijken; de bus was half gevuld met as. De as was grijs. Een van mijn broers herinnerde aan het eind van de film 'The Big Lebowski'.

Tekst loopt door onder de afbeelding.

Beeld Wim Boevin000

We lachten.

Het steentje zagen we niet. Mijn jongste broer stak zijn hand in de bus en woelde door de as tot hij de steen vond. Een grote damsteen. En natuurlijk, zoals gezegd, de nummers correspondeerden.

Nabijheid voelde ik niet.

De bus werd gesloten, het deksel dichtgeklopt met het heft van de schroevendraaier. Daarna werd moeder naast haar zoon gezet. We stonden er even naar te kijken.

De beheerder sloot nu het keldertje af en begon de kuil weer dicht te gooien met aarde. Wij maakten verderop een graf schoon van een oom die aan het eind van de oorlog was omgekomen door een ongeluk met een Canadees geweer. Er werd geredderd met een schep, een harkje en viooltjes.

Toen de beheerder klaar was redderden we ook daar. Mijn zusje had een roos meegenomen, die geplant moest worden schuin achter het monumentje dat op de kelder was geplaatst. Iedereen riep instructies. Meer rechts, meer links. We lachten om ons gestuntel.

Toen alles klaar was, vroeg ik of iemand nog iets wilde zeggen. Nee. Ik las toen een gedicht voor, een klassieker, van J.H. Leopold.

O, als ik dood zal, dood zal zijn
kom dan en fluister, fluister iets liefs
mijn bleeke ogen zal ik opslaan
en ik zal niet verwonderd zijn.
En ik zal niet verwonderd zijn;
in deze liefde zal de dood
alleen een slapen, slapen gerust
een wachten op u, een wachten zijn.

Bij dat 'u' knakte iets in mijn stem. Mijn broers zwegen bedrukt. Uit het oog van mijn zusje liep een traan.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Lees hier meer afleveringen van zijn Klein Verslag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden