Die ellendige stoeptegel

Het reisdoel was een station. Een station dat straks geen station meer heet. Dan heet het een ov-terminal. Binnen dat verdwijnende station was het doel een perron.

Perron 5. Utrecht CS (straks Utrecht OVT) gisterochtend.

Als je de tijd wilt zien verglijden dan daar. Er is boven dat perron 5 een nieuwe kap verschenen, van licht gebogen staal en glas, ingelegd met zonnecellen, en door ranke, diagonaal geplaatste zuilen geschraagd. Een vleugje ruimtevaart.

Werp je een blik vandaar naar het perron aan de andere kant, dan staan daar nog, dakloos al, de verweerde gietijzeren staketsels van het verleden. Een verschil van eeuwen.

Onder de nieuwe kap zijn mannen met bouwhelmen en hesjes in de weer met nog aan te brengen panelen (de kap is nog niet af), met kabels, met stoeptegels.

Stoeptegels!

Die afschuwelijke, oer-Hollandse stoeptegel, die raken we kennelijk nooit meer kwijt, het is de erfzonde van onze verstening en verstedelijking. Een stratenmaker was op zijn knieën bezig de voet van een van die kosmische zuilen met stukken stoeptegel af te dichten.

Het was alsof twee tijdperken op elkaar stuitten. Of zou Benthem Crouwel, het architectenbureau dat de vernieuwing van het station vormgegeven heeft, toch nog een andere perronvloer hebben ontworpen, een vloer die past bij de nieuwe tijd, bij de nieuwe kap. Maar misschien kijken architecten te veel omhoog, is de vloer de sluitpost, en ja, dan komt die goedkope stoeptegel weer in beeld.

Terwijl alles bij de vloer zou moeten beginnen, met hem staan we in contact, hij draagt ons, en de manier waarop hij dat doet bepaalt ons gedrag. Een mooie vloer civiliseert.

Ach, de trottoirs van Lissabon.

De ov-terminal. Er zijn er zeven van in de maak, van die terminals, zo mondiaal dat er geen Nederlands woord voor is. Naast Utrecht verschijnt er een in Delft, Amsterdam, Rotterdam, Arnhem, Den Haag en Breda. Wereldsteden met grote internationale verkeersknooppunten.

Maar toch niet met die grijsbetonnen, tien kilo zware stoeptegels, van dertig bij dertig, in halfsteensverband gelegd, die in 'n mum van tijd zijn uitgeslagen door kauwgumvlekken, vet en urine? En die altijd wel ergens scheef zakken of barsten?

Ons gebrek aan ontzag voor de openbare ruimte is met die stoeptegel begonnen. Die tegel plaveide onze liefdeloosheid. We spugen erop, we kotsen erop. En in zijn neergang neemt de vloer de rest van de omgeving mee.

Er zijn stations, die heten nog stations, waar men iets anders probeert. Zoals in Leiden. Daar heeft men nieuwe perrontegels ontwikkeld. Goed, de kleur is weer grijs, zij het warm grijs, en het materiaal is nog steeds beton, maar het is een 'zelfverdichtend beton' dat aan de tegel een glans geeft. En ze zijn voorzien van - in ontwerperstaal - 'een speels en aantrekkelijk reliëf'.

Ze zijn vooral ook niet vierkant, maar hebben een verhouding van 1:2. Dat maakt het perron breder.

Kijk, in Leiden, daar blijft men nog laag bij de grond.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden