Die eeuwige affectieve verwaarlozing

,,In Trouw heeft enige jaren geleden een artikel gestaan van het Hoofd behandelzaken van de Pompekliniek, mevrouw Van der Berg-Lotz. Ook zij stelde voor, psychopaten die niet meewerken in de gevangenis te stoppen. En zij stelde dat al die mensen die al in gevangenissen zitten, maar die gestoord worden gevonden, dat juist díe, als ze dat zelf willen, hulp moeten krijgen. Daarna heb ik niets meer van haar vernomen, Wie weet is ze zodanig bewerkt dat ze haar mond niet meer heeft opengedaan.''

Harm Visser

'Twee psychoanalytisch georiënteerde deskundigen, in de pauze van een vergadering. Plotseling beginnen zij, zonder zichtbare aanleiding, rond de tafel te dansen onder het slaken van de telkens herhaalde kreet: babyjaren! babyjaren! babyjaren! Het lijkt nog het meest op een overwinningsroes van dolgedraaide voetbalsupporters. Met deze vertoning overtuigen zij zichzelf van de juistheid van hun gezamenlijke diagnose in een moordzaak: borderline, plus tbs-advies.'

Een passage uit het voor de forensische psychiatrie ontluisterende boek 'Het oordeel van Hippias' van de gerechtspsycholoog en criminoloog Willem Derks. Derks vergelijkt de forensisch psychiater met een tijdgenoot van Socrates, de diplomaat Hippias: het schoolvoorbeeld van de megalomane deskundige die overal verstand van heeft. Maar hoe hij aan zijn kennis komt, versluiert hij door het opvoeren van rituelen, magie en tovenarij.

De forensisch psychiater, die door de rechter wordt ingeschakeld om de geestesgesteldheid en toerekeningsvatbaarheid van een verdachte te onderzoeken, gaat weliswaar gekleed in het jasje van het westerse rationeel/wetenschappelijk denken, maar een toverpriester blijft hij. Hij is, betoogt Derks in zijn boek, dan ook geen product van de Verlichting, maar een restant van een archaïsche cultuur die zich uitspreekt over zoiets ongrijpbaars als de psyche.

Derks: ,,Dat gevoel bekroop me steeds meer, ook met betrekking tot mijzelf. Er kleven allerlei magische aspecten aan je werk. Jij, als deskundige, lijkt in staat dwars door mensen heen te kijken. En dat idee slaat dan weer over op de mensen die je onderzoekt: ook zij denken vaak dat jij in hun ziel kunt kijken en hun diepere motieven kunt blootleggen. Natuurlijk is dat allemaal onzin, maar het idee is bijzonder hardnekkig.''

,,Soms wend je die magie bewust aan. Toen ik bij de reclassering werkte, kreeg ik eens iemand op bezoek die zo'n houding had van 'ik ben de patiënt en u gaat me beter maken'. Omdat ik hem eigenlijk geen patiënt vond, heb ik tegen hem gezegd dat hij daar helemaal niet thuishoorde. Ik heb hem nooit meer teruggezien. Maar de beslissing die je op zo'n moment neemt, heeft absoluut iets magisch. Als ik zeg dat hij niet gek is, gelooft hij dat. D rdoor zal het goed met hem gaan - althans, dat hoop je dan.''

Veertig jaar geleden zette Derks zijn eerste schreden in het 'reservaat' van de forensische psychiatrie. Wat hij gedurende die veertig jaar zag en meemaakte, stemde hem pessimistisch: gemakzucht, willekeur, dikke ongefundeerde rapporten, kletspraat, de waan van de dag, onwetenschappelijkheid - hij kwam het allemaal tegen. En het wemelt van de moderne Hippiassen.

,,Een van de grootste problemen is dat de forensische psychiatrie denkt dat crimineel gedrag kan worden verklaard in termen van oorzaak en gevolg. Als iemand een moord pleegt én hij blijkt als kind affectief verwaarloosd te zijn, dan wordt er vaak gedaan alsof die twee zaken causaal met elkaar zijn verbonden: hij pleegt die misdaad doord t hij vroeger affectief verwaarloosd is.''

Als de media berichten over een ernstig misdrijf en de bevindingen van deskundigen worden aangehaald, gaat het vrijwel altijd over affectieve verwaarlozing. ,,Inderdaad, het is vrijwel altijd hetzelfde liedje. Maar ja, die affectieve verwaarlozing is dan ook hét paradigma van de laatste dertig jaar. Het is ook weer die causale relatie die moet worden gelegd. Uit omstandigheid A volgt daad B. Terwijl we genoeg voorbeelden uit onze eigen omgeving kennen van mensen die een rotjeugd hebben gehad, maar het hartstikke goed doen. Je kunt een rotjeugd immers ook zien als een stimulans om iets van je leven te maken.''

Maar waarom komt dat niet in de hoofden van de deskundigen zelf op?

,,Tja. Op de een of andere manier maken de deskundigen elkaar wijs dat ze de wetenschappelijke waarheid in pacht hebben. Het is een groepsmoraal. Er wordt eenvoudigweg geen discussie gevoerd. Dat doe je niet. Je gaat elkaar niet afvallen. Mijn ervaring is dat als er al eens wordt getwijfeld, die twijfel nooit zal worden uitgesproken. Daar zijn het nu eenmaal deskundigen voor, Hippiassen.''

U noemt affectieve verwaarlozing het paradigma van de afgelopen dertig jaar. Maar in uw boek wijst u ook op de voortdurende verschuiving van betekenissen van begrippen uit de psychopathologie.

,,Je zou die verschuiving van betekenissen zelfs een constante kunnen noemen. Ooit werd de diagnose 'borderline' gebruikt ter onderscheiding van de diagnose 'schizofrenie'. Het ging om mensen die als het ware op de rand van de psychose balanceerden. Tegenwoordig wordt de term gebruikt ter onderscheiding van psychopathie, maar heel vaak wordt 'borderline' als een synoníem van psychopathie gebruikt. Ik heb eens een rechter, die totaal niet begreep wat er met 'borderline' werd bedoeld, moeten uitleggen wat het betekent. Maar ja, zelf begreep ik het ook niet helemaal. Ik heb het er toen maar op gehouden dat het een ander woord was voor psychopathie. Trouwens, het begrip psychopaat is ook weer terug van weggeweest. Ooit raakte het begrip in onbruik omdat het een scheldwoord was geworden. Nu kun je het als psychiater weer onbekommerd gebruiken.''

,,Tot aan de jaren zestig was de sociale psychiatrie zeer in de mode. Daarin werd de reclassering een enorm belangrijke rol toegedicht. Iemand als Pieter Baan was een echte sociaal psychiater, in die tijd een inspiratiebron voor velen. Daarna kwam Jaap Kloek, die een meer biologische aanpak voorstond. Maar eind jaren zestig was daar ineens de psychoanalyse. Toen was dat het weer helemaal en werd iemand als de onderzoeker Buikhuisen verguisd omdat hij naar de biologische oorzaken van crimineel gedrag zocht.''

En inmiddels zweren we juist bij de reductionistische biologische aanpak en het daaruit voortkomende medicijngebruik.

,,Inderdaad. Daarom geloof ik ook niet in wetenschappelijke vooruitgang op het gebied van de psychopathologie. Vergeet niet dat die biologische zienswijze in de negentiende eeuw al een tijd in de mode was, ook bij Freud, die trouwens extreem in causaliteiten dacht. Toeval bestaat niet, zei hij ooit. In feite zeggen forensisch psychiaters hetzelfde. Je ziet dat de psychopathologie voortdurend in cirkeltjes ronddraait.''

U schijft dat de rechter soms om psychologische bewijsvoering vraagt. Maar gaat de forensisch psychiater dan niet op de stoel van de politie zitten, in plaats van naast de verdachte/patiënt?

,,Inderdaad. In feite zijn dat ook onbetamelijke vragen, temeer daar het niet om feiten gaat maar om vermoedens. De rechter probeert zich voor te stellen hoe iemand psychisch in elkaar zit. Ik vind dat weer zo'n magische manier van redeneren: alsof je werkelijk kunt uitmaken hoe dat psychische mechaniek functioneert in bepaalde omstandigheden. Eigenlijk vind ik dat je als forensisch deskundige die vraag naar de rechter moet terugspelen of op een nette manier zeggen dat hij dat zelf maar moet uitzoeken.''

Zou je geen onderscheid kunnen maken tussen deskundigen à charge en decharge?

,,Dat zou een mogelijkheid zijn, om die verwarring ten aanzien van je positie als forensisch deskundige te voorkomen. Deskundigen die de pretentie hebben objectief te rapporteren, zeggen dat dit niet kan, want bij à charge zou je louter zwarte rapportages krijgen, en bij decharge alleen witte. Ik vind dat niet erg overtuigend. Wat je uitgangspunt ook is, je zult - als je je werk serieus neemt - altijd naar objectiviteit streven. Dus ja, ik zie wel iets in deskundigen à charge en decharge, tenminste, als de rechter erop toeziet dat de deskundigen aan beide zijden genoeg kwaliteit in huis hebben.''

De rechter zet te weinig vraagtekens bij rapportages van deskundigen?

,,Veel te weinig. Zeker als de rapportage door het Pieter Baan Centrum is gedaan (het belangrijkste centrum voor forensische psychiatrie, red.), dan neemt de rechter die in negentig procent van de gevallen over. Terwijl het vaak om rapporten gaat waarbij je kritische kanttekeningen kunt plaatsen. Heel af en toe komt het voor dat een rechter tegen een rapportage protesteert. Ooit merkte een rechter op dat wat hij in de rapportage las, van toepassing was op de helft van zijn eigen familie. En een andere rechter zei eens over een rapportage: Vouw daar maar een bootje van. Ik verzorg af en toe nog contra-expertises, en dan zie je dat de kwaliteit van die rapportages soms erbarmelijk is. Het komt voor dat er ellenlange beschrijvingen van iemand worden gegeven, maar dat het advies daar totaal niet bij aansluit.''

In uw boek schrijft u dat de humanisering van het strafrecht in zijn tegendeel is omgeslagen, waardoor er nu soms met tbs wordt gedreigd.

,,Dat klopt. In de jaren zestig werd de behandeling wel gepresenteerd als een geschenk uit de hemel. Nu kun je een rechter rustig horen zeggen dat de maatschappij geschokt is en dat zolang de dader niet wil begrijpen wat hij heeft aangericht hij behandeld zal worden. De tbs wordt bijna een extra sanctie: wie niet horen wil, moet maar voelen. Tja, hoe kom dat? Ik denk dat de medemenselijkheid die met de mogelijkheid van behandeling was verbonden, op den duur raakt uitgehold. Natuurlijk wordt het nog steeds zo verkocht, maar ja, wie gelooft dat nog? Zelf geloof ik het al heel lang niet meer.''

U heeft onlangs gezegd dat psychopaten en psychotici helemaal niet in tbs-klinieken thuishoren, maar respectievelijk in de gevangenis en in een psychiatrich ziekenhuis. Het tbs-systeem kan beter worden opgeheven?

,,Dat lijkt me het beste. Overigens wil ik hier niet beweren dat criminele psychopaten geen gestoorde mensen zijn. Alleen: ze horen niet thuis in een tbs-kliniek. Het komt geregeld voor dat daar vastzittende psychopaten schijnmedewerking verlenen, omdat de tbs eindigt als de behandelaars - vaak slecht opgeleide sociotherapeuten - denken dat hij niet opnieuw in de fout zal gaan. Maar eenmaal op vrije voeten, blijkt dat de psychopaat vaak geen millimeter veranderd. Weer anderen weígeren juist iedere vorm van medewerking. Dus zeg ik: stop die in de gevangenis. Willen ze hulp, dan kunnen ze die krijgen.''

U wilt op die manier een duidelijker onderscheid maken tussen patiënt en misdadiger?

,,Ja, er moet een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen echte patiënten - bijvoorbeeld de psychoot die bevelen krijgt van stemmen in zijn hoofd - en misdadigers. Dat onderscheid wordt niet meer gemaakt. Moderne gerechtigheid maakt slechts onderscheid tussen 'geestelijk gezond' en 'geestelijk ziek'. Het traditionele idee van goed en kwaad is daarmee op de achtergrond geraakt. De zaak is volkomen doorgeschoten: iedereen die nu een misdaad begaat is in beginsel ziek, waardoor hij of zij er eigenlijk niets aan kan doen. Ook een begrip als verantwoordelijkheid is daarmee op de helling beland. Maar als je bedenkt dat gekte een glijdende schaal is, dan lijkt me het behoorlijk lastig om uit te maken waar verantwoordelijkheid begint, en waar hij ophoudt. Dus dat idee van 'geestelijk ziek' waardoor men niet verantwoordelijk is voor zijn daden, is een scheidslijn die niet is vol te houden.''

,,Daarom zou ik een psychopaat die een brute moord pleegt in beginsel verantwoordelijk willen noemen en dus ook een misdadiger, in tegenstelling tot die genoemde psychoot. In tbs-instellingen is hierover voortdurend verwarring: moet de gedetineerde worden bejegend als patiënt of als misdadiger? Omgekeerd vraagt de gedetineerde zich af of hij met dokters heeft te maken of met cipiers. Er heerst een volkomen mistige situatie.''

Zal uw boek nu iets veranderen?

,,Ik betwijfel het. Het is een zeer gesloten bolwerk. In 1989 heb ik een boek geschreven over de rol van de psychoanalyse in de forensische psychiatrie: 'Zo waarlijk helpe mij Freud almachtig'. Dat heeft toen wel wat opschudding verwekt, maar in vakkringen is toen gezegd dat men er kennis van had genomen, maar dat er niet over zou worden gediscussieerd. Dat werd met name in het Pieter Baan Centrum gezegd. Men houdt de discussie af. Dus wat dat betreft maak ik me geen illusies.''

De psychiater die als getuige-deskundige in de rechtszaal zijn mening geeft over de psychische gesteldheid en toerekenings vatbaarheid van een verdachte, lijkt verdacht veel op de Griekse betweter Hippias. Dat is althans de conclusie van Willem Derks die veertig jaar forensische psychiatrie nu heeft afgesloten met een vernietigend boek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden