Die draaitrap, die toiletten van de Folies Bergere

Een winnend team schijn je niet te moeten veranderen, en daarom gebeurt er in het Parijse theater Folies Bergere aan de Rue Saulnier nog steeds hetzelfde als toen Picasso er in het begin van de eeuw z'n schetsen maakte. Men danst, men schuddebuikt, men wappert met bil en met borst, men gilt, en men klapt.

De Folies Bergere verstaat de kunst van het langzaam spanning opvoeren nog steeds uitstekend. Degene die nog in de veronderstelling leeft dat louter boertjes van ver but'n Parijs de Folies Bergere bezoeken, zal z'n stelling drastisch moeten herzien. Hier ontrolt zich een perfect geoliede showmachine, waar Jos Brink en Andre van Duin van zouden duizelen. Boertjes zitten misschien nog steeds in de zaal, maar ze hebben dure lakschoenen in plaats van klompen aan. Hun vrouwen hebben hun mooiste rokken aangetrokken, en geuren alsof ze net van een parfumkraampje in Lafayette komen. Dat laatste hebben ze overigens gemeen met hun Nederlandse lotgenotes. Als je tegen acht uur op de Amstelbrug bij Carre staat, en de daar geparkeerde bussen uit Etten-Leur en Stavoren leegstromen voor de nieuwe Brink- of Van Duin-revue, moet je je bijtijds aan de reling vastklampen om niet ten gronde te gaan aan die muur van rurale parfum.

Voordat het hoogtepunt in het opmerkelijk bescheiden (ongeveer de Leidse schouwburg) theatertje van de Folies Bergere losbreekt, voltrekt zich in de hal een ander spectakel. Op het blauwgroene tapijt staan rijen tafels met damast en blikkerende kandelaars en heuse kaarsen. Kennis van de Franse taal is hier absoluut geen vereiste: amper op een stoel plaatsgenomen of je hebt al een glas champagne voor de neus. Transparante wel te verstaan, geen plebeische roze champagne. 'Le diner grand siecle' krijg je vervolgens niet zo maar - 'een karbonaatje voor meneer' - voorgeschoteld. Eerst moet het zigeunerstrijkje nog verdwijnen en moet het geroezemoes verstommen. En waar doe je dat laatste beter mee dan met Verdi's triomfmars uit de Ada.

Vanaf de ruime trap dalen wit gehandschoende lakeien met zilverachtige koepelschalen af. Zelf dragen ze witte pruiken, rode broeken en blauwe jassen, zwarte molieres met knalrode boucles. Nog op de trap verdeelt de hoofdlakei z'n collega's in twee richtingen de zaal in. Hij doet dat met zo'n plechtig arm- en handgebaar dat je een massaal lachsalvo zou verwachten, maar iedereen bewondert daarentegen zwijgend.

In het theater heerst de vertrouwde opwinding-vlak-voor-een-voorstelling, compleet met het gegiechel van Japanse studentes. Het programma vermeldt behalve de proloog (Hello Paris, Ouverture, Hola Paris!) nog ruim twintig vertoningen, uitgevoerd door acrobaten, goochelaars, de hele troep, het corps de ballet, de mannequins of door de solisten. Het bijnaslot, de 'Symfonie in blauw-wit-rood' wordt volgens het programma door de mannequins en solisten nus gedanst, terwijl bedoeld wordt: bijna-bloot. De Folies Bergere is per slot van rekening geen bordeel.

In de Bergere-Gazet probeert directeur-generaal tevens president tevens choreograaf/regisseur Helene Martini het geheim van 'het bekendste muziektheater ter wereld' uit te leggen. De revue heeft alles met joie de vivre te maken. "Hoewel velen dat niet geloven, bestaat de meerderheid van onze dansers uit Francaises. Dat is een kwestie van stijl en van persoonlijkheid. Buitenlandse dansers kunnen de esprit van Parijs niet vertolken. Vraag de toeschouwers maar. Of ze nou Madonna bewonderen, Charles Trenet of Mistinguett - iedereen valt voor de magie van de Franse revue met dat adembenemende ritme."

Vanuit de verdonkerde zaal is het lastig te peilen of het publiek en masse naar adem zit te happen, maar opeens valt iets belangrijkers op: danst daar niet de lakei mee die eerder met Verdi en met zalm kwam aanzetten? Ja hij is het! En wat zit dat bezwete en gezette mannetje daar vlak voor het podium toch allemaal te doen? Een koptelefoon om de oren, het hoofd woest meebewegend met de denderende muziek. Verrek, dat is de dirigent. Maar waar is z'n orkest dan toch gebleven?

Het indrukwekkendst aan de Folies Bergere zijn evenwel de toiletten. Je bereikt ze via een draaiende trap van marmer. Die afdaling geeft nou precies het gevoel van wervelende vrijheid weer, dat ook op het podium wordt verzinnebeeld. In een ovalen ruimte met veel spiegels staan achttien urinoirs paraat met de zwierig beschilderde inscriptie 'Villeroy-Boch'. En op de terugweg geeft diezelfde draaitrap je opnieuw dat verlichte gevoel, die verende tred.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden