Die dag is voorgoed iets weggenomen

pluimvee | De vogelgriep keert jaar na jaar terug, en is daarmee een permanente dreiging. Wat doet het met een boer als hij zijn kippen ziet omvallen?

Kippenboer Piet Wiltenburg probeert iets te zeggen, maar het lukt hem niet. Hij kijkt naar de tegels van de keukenvloer en keert zijn blik naar binnen. Een boer in tranen, dat gaat hem niet gebeuren. Zeker niet met iemand van de krant aan tafel. Al vier maanden heerst in Nederland vogelgriep. Dat lijkt een permanente dreiging nu het virus elke winter toeslaat. Honderdduizenden kippen zijn preventief geruimd. De Dierenbescherming kan zoveel kippenleed niet langer aanzien en wil een grondige hervorming van de pluimveehouderij. Hoe kijkt de pluimveehouder er zelf naar als mannen in pakken zijn vogels vergassen?


Natuurlijk kwamen bij Wiltenburg de afgelopen maanden beelden boven toen hij las over nieuwe besmettingshaarden. Afschuwelijk was het, op die vrijdag 14 november in 2014. De dood kwam snel en massaal. Nog altijd voelt hij de leegte die hem absorbeerde.


De boerderij van Wiltenburg ligt in Hekendorp, gemeente Oudewater, een gebied van graskavels, wilgen en de Hollandsche IJssel. De wegen lijken lager te liggen dan de sloten langs de smalle stroken asfalt. Koning Willem-Alexander heeft er gereden. Hij kwam voor Wiltenburg, die een week daarvoor in zijn stal een paar dode kippen vond. Vreemd, want het waren goede kippen. Niet kreupel, niet ziek. Hoe konden die ineens omvallen?


Wiltenburg pakte een dode kip, knipte hem open en legde hem uit elkaar. Niks verontrustends te zien. De veearts kwam erbij, knipte ook een kip open. Weer niets te zien. Ondertussen bleven er vogels dood neervallen.


Het kan geen vogelgriep zijn, zei de veearts. Je hebt een goed bedrijf, Piet. Daar kan het virus niet zomaar binnendringen, zei ook de gealarmeerde gezondheidsdienst. Maar de uitval was groot. Zo groot dat Wiltenburg een kip opstuurde om te laten onderzoeken op vogelgriep.


De volgende ochtend kreeg hij een telefoontje. "Het is vogelgriep. H5." Kan niet. Onmogelijk, dacht hij.


Al snel reden drie dierenartsen zijn erf op. Uit elk van de zes stallen van Wiltenburg haalden zij bloedmonsters van dertig kippen. Vijf stallen waren schoon. Een niet.


Wiltenburg zat in de keuken. Tegenover hem de drie artsen. Ze zaten stuk, zag hij. Als zij al stuk zaten, hoe moest hij er dan wel niet bijzitten? Wiltenburg probeerde na te denken, maar beelden van eerdere ruimingen die hij op televisie had gezien overstemden alles.


"Als we alleen die ene besmette stal ruimen?" vroeg Wiltenburg.


"Dat laat het protocol niet toe", zei een van de artsen. "Alles moet geruimd worden. Preventief."


Al mijn kippen, dacht Wiltenburg. En hij had net een dag kuikentjes, zijn grootste hobby.


Die middag begon hij samen met zijn zoon van dertien de dode dieren uit de stal te halen. Na een uur stopten ze. Er vielen meer kippen om dan zij konden afvoeren.


De volgende ochtend liepen ze het erf op, ongeveer tachtig mannen en vrouwen van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA), gevolgd door tien vrachtwagens. Nieuwsgierigen probeerden naar binnen te kijken, maar werden buiten gehouden door een blauwe afscheidingswand waar iemand van de NVWA de wacht hield.


De mannen en vrouwen in pakken plakten de stallen af zodat er geen lucht kon ontsnappen. Of beter: geen gas. Wiltenburg wees waar de kieren in zijn stallen zaten, in zijn gewone kleren. "Moet je geen beschermende kleding aan", vroeg iemand van de NVWA.


Wiltenburg trok een pak aan en zag hoe de NVWA slangen uitrolde in de stallen. In die slangen zaten kleine gaatjes. Daar zou straks CO2 uitkomen. Twee keer ademen en de kippen waren weg.


Zover was het nog niet. Wiltenburg liep nog een keer de stal in, keek rond, en draaide zich om.


De NVWA draaide de CO2-kraan open. Ze spraken veel met Wiltenburg, de ruimers. Over wat ze deden, wat er ging gebeuren. Fijn, dat leidde tenminste af.


Het was snel gebeurd. 110.000 kippen lagen dood in de stallen. Iemand met een zuurstofmasker opende de stal en controleerde op een meetapparaat of de CO2 was verdwenen. Toen dat het geval was, liep ook Wiltenburg de stal in. Het leek alsof er niets was gebeurd. Het verspreidingspatroon was zoals een paar uur geleden. Alle kippen bevonden zich op de plek waar zij altijd waren. Alleen stonden ze niet op hun poten. En het was stil.


De dood van die beesten, hoe dat ging, dat was het probleem niet voor Wiltenburg. De kippen die hier lagen hadden de mooiste dood gehad van alle dieren die hij ooit had gehouden. Ze waren ingeslapen, op hun eigen plekje, zonder paniek.


Normaal gaat het heel wat minder zachtzinnig. Na twee jaar dienst werd een leghen in een kist gestopt, er weer uit gehaald, spartelend opgehangen aan een haak, tot ze bij de elektrische draad kwam die haar verdoofde. Het hartje klopte dan nog. Een machine sneed haar strot door waarna ze doodbloedde.


Niet fraai, maar dat was iets wat Wiltenburg van tevoren wist, waar hij zich op instelde. Dit was anders. Zeker vanwege de kuikentjes.


Hij voedde ze op in een aparte stal voordat ze naar de legstal verhuisden. Een kip was maar een kip, maar zo'n heel koppel bij elkaar, dat was een groter levend organisme. Geen enkel koppel was gelijk, ze hadden een eigen karakter, reageerde anders als Wiltenburg de stal binnenliep.


Dat patroon van een koppel verdween niet, het was ook terug te zien als de dieren volwassen waren. De aandacht en liefde voor een koppel, dat was niet verdwenen, maar Wiltenburg kon het nergens meer kwijt. De kuikentjes die hij nog van alles had kunnen leren, een voor een werden ze uit de stal geplukt, in de kruiwagen gelegd en in een container gekieperd, net als de andere ruim honderdduizend kippen. Dinsdagavond waren ze allemaal verdwenen.


Wiltenburg had slecht geslapen de afgelopen week. Ondanks zijn vermoeidheid wilde het opnieuw niet lukken. 's Morgens vroeg stond hij op en liep over zijn erf. De pluimveehouder voelde zich een kat in een vreemd pakhuis. Er was niets meer te doen.


Hoe moest hij deze leegte vullen? Met nieuwe kippen? Was het zo eenvoudig? Wat hem hielp was praten. Humberto Tan nodigde hem uit in zijn tv-programma. Een goede afleiding waarin hij tegelijkertijd zijn verhaal kwijt kon. De burgemeester belde geregeld, of kwam langs. Dat deed hij ook een week na de ruiming.


"Piet, de koning wil naar je toe komen", zei hij.


"Piet, hoor je wat ik zeg, de koning wil naar je toekomen."


"Jaja, ik hoor je", zei Piet. "Ik ben er alleen wat beduusd van."


Vrijdagmiddag sprak Piet Wiltenburg, pluimveehouder uit Hekendorp, twintig minuten met Willem-Alexander over hoe hij de ruiming had beleefd, hoe hij verder wilde. Het deed hem goed.


Ook vanuit de buurt kreeg hij steun. Zo raakte hij zijn schuldgevoel kwijt. Want behalve het verdriet om de verloren kippen ging hij gebukt onder die ene vraag die eindeloos in zijn hoofd cirkelde. Wat had hij verkeerd gedaan? Was het zijn schuld? Nee, dat was het niet, weet Wiltenburg nu. Het schuldgevoel sleet, hij nam nieuwe kippen. Maar praten over het moment dat hij voor de laatste keer de stal in keek en afscheid nam, dat lukt hem ook twee jaar na de ruiming niet.


Nu vogelgriep elke winter terug lijkt te keren, beginnen pluimveehouders te berusten in het onvermijdelijke. Vogelgriep hoort er helaas bij, zegt de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders (NVP). Het virus is zo grillig, dat is volgens Iris Odink-Schrijver van de NPV niet te voorkomen met ophokken en (preventief) ruimen.


De Dierenbescherming vindt juist dat we niet moeten accepteren dat er elk jaar een uitbraak is, schreef hun directeur Femke Fleur Lamkamp onlangs in Trouw.


Zij pleit voor een drastische hervorming van de sector. Ook zou de overheid niet te snel moeten overgaan tot preventief ruimen. Odink-Schrijver kan zich bij dat laatste wel iets voorstellen. Bij een uitbraak van vogelgriep worden nu alle boerderijen in een straal van drie kilometer rond de besmettingshaard geruimd. Daar kan volgens de NPV best nog eens naar worden gekeken. Maar risico's wil de vakbond voor pluimveehouders niet nemen.


"De regels die we nu toepassen hebben we geleerd van de enorme uitbraak van 2003 toen het virus als een lopend vuurtje door de stallen ging", zegt Odink-Schrijver. Meer dan 30 miljoen landbouw- en hobbydieren op 1349 bedrijven werden toen gedood. Behalve de preventieve ruimingen is ook de ophokplicht een les uit eerdere uitbraken. "Daar hebben de pluimveehouders niets op tegen."


Volgens Lamkamp zou die veiligheid sterk kunnen verbeteren als kippen meer bewegingsvrijheid krijgen, zodat hun weerstand verbetert. Ook wil ze minder pluimveehouderijen in de buurt van waterplassen. Odink-Schrijver draait het liever om. Waarom legt de overheid natuurgebieden aan in de buurt van pluimveehouderijen, terwijl ze weet dat vogelgriep van wilde vogels komt, zegt ze. Maar volgens Lamkamp is het niet altijd zo dat vogelgriep van wilde vogels komt.

Dierenbescherming vindt vogelgriep niet onvermijdelijk

De ophokplicht treft vooral de boeren met vrije uitloopkippen. Omdat hun kippen buiten liepen, kregen zij meer geld voor een ei. Maar na twaalf weken binnen veranderen de vrije uitloopeieren in goedkopere scharreleieren.


De supermarkten Albert Heijn, Jumbo en Plus zijn door hun voorraad vrije uitloopeieren heen. De eieren zijn vervangen door scharreleieren met één Beter Leven-ster. Deze eieren zijn voor het grootste deel afkomstig van de opgehokte vrije uitloopkippen.


De schade voor pluimveehouders bedraagt bijna 6 miljoen euro. Bij de NVP hebben zich nog geen pluimveehouders gemeld die in financiële problemen zijn gekomen, maar "dat zullen ze ook niet snel doen", zegt Iris Odink-Schrijver van pluimveevakbond NVP. "Het zijn trotse mensen die eerst een oplossing proberen te vinden."

Vrije uitloopeieren zijn op

Hij liep nog een keer de stal in, keek rond, en draaide zich om. Het was snel gebeurd. 110.000 kippen lagen dood in de stallen.


Kippenboer Piet Wiltenburg aan zijn lopende band. In de stallen mocht niet gefotografeerd worden. foto Jorgen Caris

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden