'Die chef deed er alles aan om me te ontslaan'

De eerste baan maakt vaak diepe indruk. Dichter en schrijver Ingmar Heytze (45) begon bij het ingenieursbureau van NS. Onlangs verscheen zijn bundel 'De man die ophield te bestaan'.

"Toen ik als 15-jarige mijn eerste gedichten schreef, wist ik meteen dat ik dat de rest van mijn leven wilde doen. Ik wist ook dat de kans om te overleven als dichter bijna nul was.

Ik ging braaf Algemene Letteren studeren. Zelfs Lou Reed had een typdiploma waar hij in slappe tijden gebruik van had gemaakt. Als een wereldster zoals hij af en toe als typist werkte, wie was ik dan om te denken dat ik alleen van poëzie zou kunnen leven?

Via het uitzendbureau kwam ik terecht bij het ingenieursbureau van de NS. Het was in de tijd dat de NS privatiseerden en uiteenvielen in losse onderdelen die in principe elkaars klant waren, maar ook andere klanten konden hebben. Persoonlijk vond ik dat bespottelijk, maar niemand vroeg naar mijn mening.

Voor het werk van de ingenieurs had ik grote bewondering. Zij bouwden nieuwe spoorbruggen - het échte werk.

Mijn bijdrage aan dat belangrijke werk was het uittikken van de bouwbestekken die de ingenieurs in handgeschreven documenten aanleverden. Er was een zaal waar allemaal dames hun nagels zaten te lakken, en er werd getypt. Ik werd binnengehaald als de knuffelbare benjamin: een pas afgestudeerde jongen, volmaakt wereldvreemd. Ik geloof dat ik moederlijke gevoelens opriep bij de dames.

Het leuke aan uitzendwerk was dat ik altijd kon zeggen wat ik wilde. Als ze me zouden ontslaan - ach, dat was dan maar zo. Er hing bij het kopieerapparaat eens een papier met 'de tien geboden van het klantgericht handelen'. 'Elke klant is belangrijk', en zo. 'Jullie hébben helemaal geen klant, jullie werken alleen voor jezelf en elkaar', zei ik. 'Welke gek heeft dit hier opgehangen?' 'Ik', zei een man achter me. Het bleek de chef van een andere afdeling. Die heeft toen flink zijn best gedaan mij te laten ontslaan, maar mijn eigen chef stak daar een stokje voor.

Ik denk dat het voor types als ik heel gezond is om in dit soort banen te beginnen. Het is een ontmoeting met een groot deel van de maatschappij. Als je je alleen maar tussen schrijvers en dichters bevindt, mis je een hoop. Ik heb nooit een afkeer gehad van het zogenoemde burgerlijke leven. Ik had het er ontzettend naar mijn zin, maar zag ook dat het wurgend vervelend kan zijn.

Ik begon met drieënhalve dag in de week, maar ik kreeg het steeds drukker met optredens en de organisatie van literaire evenementen. De eerste keer dat ik de chef vroeg of ik minder mocht werken, vond-ie dat prima. De tweede keer ook. De derde keer zei hij: 'Misschien heb je dit baantje niet meer nodig'."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden