'Die boot moet vooruit, niet de roeiers'

Op de WK, die morgen in het Franse Aiguebelette starten, kunnen de Nederlanders roeiers tickets verdienen voor de Spelen van 2016 in Rio.Twee oud-olympiërs verwachten er niet veel van.

Verwacht van Peter Bakker (81) en Jan Wienese (73) niet dat ze zeggen dat vroeger alles beter was. In de tijd dat de twee olympische oud-roeiers triomfen vierden, botsten zij regelmatig met officials en coaches. En nu, na al die jaren, begrijpen Bakker en Wienese nog steeds niets van het beleid van de Nederlandse roeibond. "Het is nog amateuristischer dan in 1965."

Bakker en Wienese volgen het nationale roeien al decennia met kritische blik. In de ogen van het tweetal vaart de roeibond een verkeerde koers. Vorige maand werd hun verbazing gewekt door het bericht dat de Nederlandse roeiers meer aan krachttraining moesten doen. En dat de Holland Acht na jaren van kwakkelen in ere werd hersteld.

"Het belang van de acht wordt door bobo's en coaches hoog geacht, omdat die boot een blikvanger heet te zijn", vertelt Bakker in zijn woning in Bilthoven. "Die boot haalde in 1996 in Atlanta goud op de Olympische Spelen en daar hangen ze nu nog met z'n allen aan. Ik noem de acht de afvalboot, voor roeiers die niet genoeg zijn in de kleine nummers."

Wienese: "Het is een vergaarbak voor mensen die het net niet halen. Als je even niet goed bent in een klein nummer, word je in de acht gezet. En dat is het zwakke punt, want Nederlanders zijn niet uitzonderlijk goed in samenwerken. Acht roeiers in een boot zouden beter moeten zijn dan acht roeiers individueel. Dat is bij ons niet zo."

"In Atlanta haalde de acht goud omdat Nico Rienks en Ronald Florijn eigenlijk gewoon zaten te scullen. Niels van Steenis was destijds niet in staat die finale te roeien. Toen heeft Florijn tegen hem gezegd: Van Steenis, jij roeit de hele wedstrijd halve kracht, dan gaan we net zo hard. Dan snap je wel dat roeien in de acht niets met roeien heeft te maken."

In de evaluatie van het desastreus verlopen WK van vorig jaar op de Bosbaan ¿ één medaille op een niet-olympisch nummer ¿ kwam naar voren dat de Nederlandse roeiers kracht ontbeerden om met de besten van de wereld mee te kunnen. Dus werd besloten dat zij massaal het krachthonk in moesten om de achterstand met de mondiale top te verkleinen. Bakker heeft daar één woord voor: waanzin.

"Ze hebben ze nu allemaal op die roeimachines gezet. In onze mening zijn die roeimachines de dood voor het roeien. Het bootgevoel is er niet op een stuk beton. Die ergometer waarop je zit beweegt niet en een boot beweegt wel. Ik wil die ergometer niet verbannen, maar het heeft helemaal niets met roeien te maken. De Nederlandse roeiers van nu missen het bootgevoel, en daar draait het allemaal om."

Hij vervolgt: "Kracht, daar heb je weinig aan. Het gaat erom dat je leert roeien in een boot, dat je leert hoe een boot beweegt. De kracht die je hebt moet je op een efficiënte manier gebruiken. Neem Roel Braas, de skiffeur die we hadden en die nu in de twee-zonder zit. Hij was een keer wereldkampioen op zo'n apparaat. Hij is beresterk, maar skiff is een ander metier."

"De roeiers denken als ze in de boot zitten: hoe kom ik zo snel mogelijk over de finish. Dat is fout gedacht. Ze moeten denken: hoe krijg ik die boot zo snel mogelijk over de finish. Ze leren niet dat het om de boot gaat en niet om die rukkers die erin zitten. De boot moet vooruit en niet de mensen die heen en weer zitten te raggen."

Wienese is het met Bakker eens. Hij vertelt over de bokser Mike Tyson, zijn favoriete sporter, die vooral tijdens wedstrijden aan krachttraining deed. En zo zou het in de roeisport ook moeten. "Kracht, snelheid en uithoudingsvermogen zijn de belangrijkste ingrediënten voor de skiff", zegt Wienese. "Die moet je oefenen in de boot, niet op de kant."

"Je kunt nooit op de wal op een ergometer de spieren te pakken krijgen die je nodig hebt in de eindsprint. Die kun je alleen oefenen in de eindsprint zelf. Niet op een apparaat, dan zit je faliekant mis. Daar lacht moeder natuur om. Als je te veel krachtoefeningen doet op de wal, krijgt je een tegenovergesteld effect op het water. En dat geldt ook voor snelheid en uithoudingsvermogen."

Als het gesprek komt op de komende WK in Aiguebelette, haalt Wienese een krantenknipsel uit 2002 tevoorschijn. 'Magere oogst Oranje' staat er boven het artikel over de wereldkampioenschappen van dat jaar in Sevilla. Op die mondiale titelstrijd bleef de oogst voor de Nederlandse equipe beperkt tot twee medailles op niet-olympische nummers. Wienese: "Dat verwacht ik nu weer, een magere oogst."

In het artikel was Wienese nog iets opgevallen. "De coaches waren toen Josy Verdonkschot en René Mijnders", meldt hij. "Nu, dertien jaar later, zijn de coaches Josy Verdonkschot en René Mijnders. Dat kan absoluut niet in de roeierij. Daar kun je alleen een jaarplan maken. Na een jaar is het cement weg en is de inspirerende factor over."

De kans is groot dat Nederland volgend jaar op de Spelen in Rio niet vertegenwoordigd is in de skiff. Braas, de skiffeur die op de WK op de Bosbaan teleurstelde, zit inmiddels met Mitchel Steenman in de twee-zonder. Wienese: "Geen skiff naar de Spelen, dat vind ik een gotspe. Dat is het enige roeien. En er zijn heus wel skiffeurs, maar daar wordt niks mee gedaan. Het is nog amateuristischer dan in 1965."

"Ik ben wel een fan van Roel Braas. Voor de WK van vorig jaar heb ik hem een tijdje gevolgd. Maar hij moet helemaal overnieuw beginnen. Het duurt wel vier jaar voordat hij de kneepjes van het skiffen onder de knie heeft. Want hij is zo ongelofelijk met kracht aan het roeien. Hij krijgt aan de voorkant golfen. Dat is energieverlies. Je kunt wel sterk zijn, maar je moet vooral snel gaan."

Bakker & Wienese

Oud-roeikampioenen verwachten niets van het WK dat morgen begint. De Nederlandse roeiers missen bootgevoel.

Peter Bakker (1934, Rotterdam) haalde met Ko Rentmeester de finale van de dubbeltwee op de Olympische Spelen van 1960 in Rome. Ze golden als een van de favorieten. Volgens Bakker ging het mis omdat Rentmeester, die later furore zou maken als fotograaf, zich gek had laten maken door de instructies van coach Van der Meer. "In de finale zei Rentmeester na 1750 meter: ik kan niet meer. Ik draaide me om en zei alleen maar: roeien lul." Die 'aanmoediging' hielp niet. Ze werden vijfde. Na de Spelen stopte Bakker met roeien.

Jan Wienese (1942, Amsterdam) veroverde op de Olympische Spelen van 1968 in Mexico goud in de skiff, een prestatie die nooit meer door een Nederlandse skiffeur zou worden geëvenaard. Op de roeibaan van Xochimilco bleef hij na twee valse starts, de eerste van Wienese en de tweede van Jochen Meissner, zijn Duitse concurrent Meissner (Der Jochi) voor. Een jaar na zijn gouden race stopte Wienese met wedstrijdroeien, verbolgen over het feit dat iedereen over hem heen viel toen hij op de EK in Oostenrijk niet goed presteerde. "Wat een schandaal om zo te worden afgezeken." Wienese stortte zich op zijn werk als fysiotherapeut.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden