Die blootfoto's, nou en?

Beeld Gemma Pauwels

Naakt of dronken op internet, beelden die nooit zullen verdwijnen: kunnen we er eindelijk eens ontspannen mee omgaan, vraagt redacteur Kristel van Teeffelen zich af. Zoveel mensen hebben immers online-smetjes.

Pas nou op met wat je online zet. Straks als je een baan gaat zoeken, blijft die gênante foto je achtervolgen. Vraag deskundigen naar de noodzaak van privacy online, en steevast duikt de toekomstige werkgever op als schrikbeeld. Tot in den treure wijzen ze jongeren op de gevaren van dat niets vergetende internet.

Jongeren die wél online sporen achterlaten die niet voor de ogen van de werkgever bedoeld zijn - of van hun ouders, leraar of welke volwassene in hun omgeving dan ook - heten dom of naïef. Omdat een meisje dat een naaktfoto naar haar vriendje stuurt toch wel snapt dat hij dat beeld vervolgens door de hele school kan verspreiden. En omdat iemand die een foto van zichzelf deelt in een dronken bui zou moeten weten dat die foto online een heel eigen leven kan gaan leiden.

Relaxter omgaan
Maar zijn die oordelen wel terecht? Jongeren overzien de gevolgen van hun acties soms niet helemaal - dat heet puberteit. En afgezien daarvan: is het nu echt nodig mensen hun digitale jeugdzonden na te blijven dragen? Of wordt het tijd voor een meer ontspannen omgang met die online-smetjes?

De vraag komt voort uit het feit dat internet nou eenmaal moeilijk vergeet. Als je een foto van je facebook- of twitterprofiel verwijdert omdat die de volgende ochtend toch niet zo geschikt blijkt, is die mogelijk al lang gedeeld, gekopieerd of gedownload door anderen. Dat is de realiteit, ook voor tieners die opgroeien met sociale media en nog niet nadenken over de consequentie van een 'post'.

Daarom zou het best mooi zijn als we wat relaxter omgaan met wat er allemaal over mensen online staat, beaamt Frederik Zuiderveen Borgesius. Hij doet onderzoek naar het online vergeetrecht aan de Universiteit van Amsterdam. "Iedereen wordt wel eens dronken in zijn studententijd. Iedereen zet wel eens een foto online zonder erbij na te denken, of staat op een foto die iemand anders heeft gemaakt. Het zou goed zijn als we ons daar minder druk over maken."

Maar, voegt Zuiderveen Borgesius daaraan toe: "Dat ik dat vind, betekent nog niet dat het ook gebeurt."

Goed, de maatschappelijke opvattingen over wat gênant is of dom op internet, zullen niet van de een op de andere dag veranderen. Maar misschien wel met het opgroeien van de jonge generatie? De groep die groot werd met sociale media, al praktisch hun hele leven foto's deelt, zal die als vanzelfsprekend wat ontspannener omgaan met die online-opnamen van dat ene gênante moment?

Lees ook: de brief van de hoofdredactie waarin Cees van der Laan uitlegt waarom Trouw deze campagne heeft.

Specialist op het gebied van jongeren en privacy is de Amerikaanse onderzoekster Dana Boyd. Zij schreef het boek 'It's complicated', waarin zij direct een aanname van veel volwassenen onderuit haalt: het feit dat jongeren zoveel met elkaar delen via sociale media - die geinige foto, een schunnige opmerking, of die blootfoto - betekent niet dat zij privacy niet belangrijk vinden. Zich bewegen op sociale media is voor hen simpelweg een onderdeel van het dagelijks leven, het is een plek waar ze elkaar ontmoeten, waar ze hun identiteit ontdekken en grenzen verkennen.

Vertrouwen
Dat ze daarbij wel eens dingen doen waar ze later spijt van krijgen, betekent niet dat ze dom zijn, benadrukt Boyd. Via de e-mail vult ze aan: "De meeste tieners gaan ervan uit - net als de meeste volwassenen overigens - dat ze beelden online delen in vertrouwen of in een vertrouwde omgeving. Ze kunnen zich niet voorstellen dat mensen dat vertrouwen beschamen. We focussen ons te veel op de online-naïviteit van tieners, terwijl volwassenen net zo erg zijn. Ook volwassenen delen seksueel getinte foto's, zelfs politici of beroemdheden komen daardoor weleens in de problemen. Waarom verwachten we van tieners dan dat ze zoveel wereldwijzer zijn?"

Dat is nog een beeld dat Boyd onderuit haalt in haar boek: jongeren van nu zijn dan wel groot geworden met sociale media, dat betekent niet dat ze technologie door en door begrijpen. Net als veel volwassenen snappen tieners de privacy-instellingen van Facebook en de gevolgen daarvan ook niet precies.

Dit wordt bevestigd door het promotieonderzoek van Wouter Steijn aan de universiteit van Tilburg. Hij legde ruim 1700 Nederlandse internetters van 12 tot 87 jaar een vragenlijst voor over hun gedrag op sociale media. Zijn conclusie: dat jongeren die opgroeien met internet meer van zichzelf delen, komt doordat ze zich in hun levensfase gewoon met andere dingen bezighouden dan volwassenen.

Veranderende houding
Steijn gaat ervan uit dat als jongeren opgroeien, hun houding ten opzichte van privacy ook meegroeit. "We moeten niet bij voorbaat het gedrag van jongeren interpreteren als een verminderde behoefte aan privacy. Met het ouder worden veranderen hun prioriteiten online. En daarmee de houding ten opzichte van wat voor informatie mensen willen delen."

Dat zou dus betekenen dat zo'n meer ontspannen houding ten opzichte van online smetjes helemaal niet als vanzelfsprekend gaat ontstaan. Ook niet als de jongeren van nu zelf degenen zijn die sollicitanten gaan aannemen. Is de kans op verandering daarmee verkeken?

Beeld Gemma Pauwels

Dat is niet gezegd. Volgens filosoof Marcel Becker, die het boek 'Ethiek van de digitale media' schreef, leren mensen als regel de minder prettige gevolgen van nieuwe technologie te accepteren. "Denk aan verkeersdoden als gevolg van de uitvinding van de auto. We accepteren het, het is de tol van de vooruitgang. Datzelfde kan gebeuren met informatie op internet: het verschaft ons veel kennis, maar dat betekent ook dat de zwakheden van mensen zichtbaar worden. Mogelijk leren we dat te aanvaarden."

Die ontwikkeling is al ingezet, denkt Sander Duivestein, trendwatcher en werkzaam bij IT-dienstenleverancier Sogeti. Volgens hem groeit de tolerantie. "Nu vrijwel iedereen een smartphone in z'n hand heeft, zijn we ons er ook bewust van dat er weleens foto's worden gemaakt op wat minder goede momenten. We hebben er allemaal mee te maken."

Zichtbaar
Duivestein zegt blij te zijn dat er in zijn jeugd nog geen Facebook bestond. Iets wat opvallend veel gesprekspartners voor dit artikel herhalen. Ze beseffen dat iedereen weleens iets doet waar hij later spijt van krijgt, of dat later heel anders uitgelegd kan worden. Het is van alle tijden. Maar door internet is het allemaal wel erg zichtbaar.

Om zich tegen die realiteit te wapenen, passen jongeren hun gedrag aan, denkt Duivestein. "De app Snapchat, waar een verstuurde foto na enkele seconden verdwijnt, is niet voor niets razend populair. Natuurlijk is dat systeem niet waterdicht, je kunt bijvoorbeeld een screenshot maken. Maar het sluit beter aan bij hoe we als mens zijn. Dat gesprekken en momenten vluchtig zijn en dat we er niet op zitten te wachten dat mensen daar over tien jaar nog eens krampachtig over gaan doen."

Om te voorkomen dat we ons later moeten generen over onze online-jeugdzonden, gaan we dus ons gedrag aanpassen. Daarmee blijft de waarschuwing dat je moet oppassen met wat je online zet omdat dat je later nagedragen kan worden, dus van kracht. Dat is iets heel anders dan accepteren dat er van iedereen wel een onwelgevallig foto of post op internet te vinden is.

En terecht, vindt Wouter Steijn. "Als we accepteren dat er online allerlei informatie rondslingert waar we zelf niet blij mee zijn, dan geven we onze privacy op. Ik zou liever zoeken naar mogelijkheden om jongeren hiertegen te beschermen. Niet alleen door ze te waarschuwen hoe iets op internet een eigen leven kan gaan leiden, want volgens mij zijn ze zich daar al goed bewust van. Maar vooral door ze beter voor te lichten over het moderne internet: wat zijn cookies, wat is privacy policy, waar ga je mee akkoord bij gebruiksvoorwaarden?"

Beeld Gemma Pauwels

Accepteren
Volgens filosoof Becker hoeft het een het ander niet uit te sluiten. Ouders leren hun kinderen behoedzaam te zijn met sociale media. Maar daarnaast zullen mensen leren elkaars mindere momenten te accepteren. Vooral omdat anders de verstandhoudingen in de samenleving wel eens onder druk kunnen komen te staan, aldus Becker.

"Een belangrijk aspect van onze omgangsvormen is dat we telkens weer fris tegenover elkaar kunnen staan. Dat wil zeggen dat als iemand één keer in het verleden iets doms heeft gedaan, we dat niet bij elke ontmoeting opnieuw leidend maken. Dat aspect komt onder druk te staan nu het internet niet vergeet en die informatie ook nog eens voor iedereen toegankelijk is. Het verandert de dynamiek in de samenleving en het is de vraag of we dat willen."

Daar gaat het om: willen we leven in een maatschappij waarin iemand afgerekend wordt op iets doms dat hij als tiener online heeft gezet? Geen maatschappelijke organisatie, wetgeving of commerciële partij zou dat voor ons mogen bepalen, vindt Becker. Dat is aan de samenleving zelf.

Wordt internet echt afgestruind als je solliciteert?

Even iemand googelen, wie doet dat niet? Ook voor werkgevers die stapel sollicatiebrieven binnenkrijgen, is het inmiddels een normale gang van zaken. Maar betekent dat ook dat die ene gênante foto je kans op die baan vergooit?

Er bestaat een 'sollicitatiecode' van de Nederlandse Vereniging voor Personeelsmanagement & Organisatieontwikkeling. Daarin staat dat als via internet gezocht wordt naar informatie over de sollicitant dat 'direct verband' moet houden met de te vervullen vacature en het geen 'onevenredige inbreuk' mag maken op de privacy. Bovendien moet de gevonden informatie altijd met de sollicitant besproken worden.

Maar of die code altijd wordt nageleefd, is een tweede, erkent Leon Willemsens, directeur van Netwerven, een dienstverlener op het gebied van online-recruitment. Zo ziet hij in de branche steeds meer tools verschijnen die profielen van verschillende sites bundelen, waardoor met één druk op de knop gezocht kan worden naar de sporen die iemand op internet achterlaat.

Dat staat op gespannen voet met de privacy van de werknemer, vindt hij. "Het hangt ook van de situatie af. Solliciteer jij als vakkenvuller bij de supermarkt, maakt het dan uit wat voor politieke opvattingen jij uit op je twitteraccount? Dat lijkt me niet. Solliciteer jij als belangenbehartiger van een Joodse organisatie, dan kan het relevant zijn."

Bovendien kan het zijn dat je foto's of berichten verkeerd interpreteert, aldus Willemsens. "Ik kwam zelf bij een sollicitant wel eens een foto op zijn facebookpagina tegen van een balkon vol met lege wijnflessen. Toen ik daarnaar vroeg tijdens een gesprek, bleek dat hij gewoon wat slordig was met het wegbrengen van oud glas. Dat is geen reden iemand niet aan te nemen."

Toch is het niet vanzelfsprekend dat je de kans krijgt dat uit te leggen, merkt Michiel Cobben, die werkzaam was als recruiter en het boek 'Verhoog je gunfactor' schreef. Want datgene wat online gevonden is, wordt lang nog niet altijd besproken. "Stel, je hebt als recruiter op iemands facebookpagina gezien dat hij fan is van Ajax, dan is het in mijn ervaring nog niet echt gebruikelijk daar tijdens een gesprek naar te verwijzen. Dat je research op internet hebt gedaan, komt toch over alsof je wantrouwig bent. Over het algemeen hou je het bij de informatie op een cv."

Dat betekent niet dat de recruiter de sociale-mediapagina's links laat liggen. Sterker nog: volgens Cobben kan die informatie er in sommige gevallen zeker voor zorgen dat een recruiter je toch maar niet uitnodigt. Het telt toch mee. Helemaal als er veel kandidaten op een functie solliciteren.

Zijn advies daarom: gedraag je. Eén moment van een domme actie kan opeens enorm uitvergroot worden. Al is het volgens Cobben onzin dat één dronken foto je carrière in de weg zal staan. "Ik doel dan meer op echt ongeaccepteerd gedrag. Iedereen is wel eens dronken en jong geweest. Vooral belangrijk is dat het beeld dat je uitstraalt op sociale media klopt met het beeld uit je brief of cv. Is dat heel verschillend, dan roept dat vragen op."

Het recht om vergeten te worden
Sinds vorig jaar hebben alle Europese burgers van het Europees Hof van Justitie het recht gekregen om bij Google vergeetverzoeken in te dienen. De zoekmachine moet verouderde of niet relevante links uit de resultaten verwijderen. Dat helpt, het materiaal is dan een stuk minder makkelijk te vinden aangezien een internetsessie vaak begint bij Google of een andere zoekmachine. Maar daarmee is de foto of de tekst nog niet van internet verdwenen. De site waarnaar de link bij Google verwijst blijft gewoon bestaan. Iemand - zeg die toekomstige werkgever - die heel specifiek op zoek is naar informatie over jou en de tijd neemt om te graven, zal waarschijnlijk wel iets weten te vinden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden