Dictators zijn ook mensen

Churchill was iedereen de baas, vooral dankzij zijn onvoorstelbare energie; het leek of er bij hem 240 uur in een etmaal ging

Bijna elk uur van de dag kwam het Britse oorlogskabinet onder leiding van de kersverse premier Winston Churchill in de laatste week van mei 1940 bijeen om de benauwde situatie waarin het land verkeerde te bespreken. Hitler was bezig met een niet te stuiten opmars in West-Europa, het volgende doelwit van de nazi's zou ongetwijfeld Groot-Brittannië zijn.

Het oorlogskabinet van vijf bewindslieden was verdeeld. Lord Halifax, minister van buitenlandse zaken, vond dat Londen het op een akkoordje moest gooien met Berlijn. Beter dat dan onder de voet gelopen te worden. Churchill verzette zich krachtig tegen deze defaitistische houding, maar zag een paar ministers aarzelen. Hij zou het pleit wel eens kunnen gaan verliezen en het veld moeten ruimen.

In de vroege avond van dinsdag 28 mei 1940 hield de premier in een soort wanhoopspoging een gloedvol betoog in het voltallige kabinet, van 25 ministers. Hij piekerde er niet over onderhandelingen te beginnen met 'die vent' Adolf Hitler, dat zou uiteindelijk tot de ondergang van Groot-Brittannië leiden. Strijdlustig zei Churchill: "Als deze lange eilandgeschiedenis van ons moet eindigen, laat zij dan eindigen als ieder van ons in zijn eigen bloed ligt te stikken op de grond."

Die woorden maakten diepe indruk. Ministers juichten en schreeuwden en sommigen renden naar Churchill toe en sloegen hem op de schouders. Halifax werd overstemd, de Britten zouden geen deal met nazi-Duitsland sluiten, maar voluit de strijd met Hitler aangaan.

De hypothese wat er zou zijn gebeurd als Halifax het kabinet wél naar zijn hand had weten te zetten, krijgt ruim aandacht in de biografie van Winston Churchill van de Londense burgemeester Boris Johnson. Zijn conclusie is dat daarmee de kiem zou zijn gelegd voor 'een onherstelbare ramp in Europa'. Zonder die hinderlijke Churchill zou Hitler al veel eerder de aanval op de Sovjet-Unie hebben kunnen inzetten, en waarschijnlijk was hij dan wél succesvol geweest en Stalingrad niet de ommekeer.

In die situatie zouden de Verenigde Staten zich waarschijnlijk afzijdig hebben gehouden. Europa zou totaal zijn overgeleverd aan de grillen van Hitler, er was een soort nazi-EU ontstaan, verenigd onder 'een bestiaal totalitarisme'. En Duitse wetenschappers hadden mogelijk als eersten ter wereld een atoomwapen ontwikkeld.

Met zijn heroïsche opstelling in die meidagen van 1940 heeft Churchill al die rampspoed weten te voorkomen, aldus Boris Johnson. Zijn biografie is één grote hagiografie, en de auteur is de eerste om dat te erkennen. Churchill was in zijn ogen nu eenmaal een uitzonderlijk genie. Hij heeft niet alleen Hitler verslagen, maar in feite ook de Eerste Wereldoorlog weten te winnen, door als minister de Britse vloot tijdig te vernieuwen en de productie van de tank - het nieuwe wapen - te stimuleren.

Churchill was iedereen de baas, vooral dankzij zijn onvoorstelbare energie; het leek of er bij hem 240 uur in een etmaal ging. Hij was niet alleen een buitengewoon succesvolle politicus, maar ook een verdienstelijk schilder en auteur van tientallen gedegen boeken (vooral over geschiedenis) waarvoor hij zelfs de Nobelprijs voor literatuur heeft gekregen.

Alcohol en tabak zorgden voor de afleiding: voortdurend had hij een dikke havanna in zijn mond (hij rookte naar schatting 250.000 sigaren in zijn lange leven) en een glas whisky of wijn onder handbereik. "Meneer Churchill, u bent dronken!", zei een vrouwelijk Lagerhuislid tijdens een debat op verbolgen toon. De premier beaamde dat volmondig: "Maar morgen ben ik weer nuchter, terwijl u dan nog steeds lelijk bent." De voorman van de Britse Conservatieven kon ongehoord bot zijn.

De biografie staat bol van dit soort anekdotes, en dat maakt het lezen ervan aangenaam. De Londense burgemeester heeft bovendien een vlotte vertelstijl, al gaat hij zich wel eens te buiten aan gezwollen en ronkend taalgebruik. Het is dan weliswaar een hagiografie, de auteur laat de vele negatieve kanten en missers van Churchill niet onvermeld, al plaatst hij er steeds wel een vergoelijkende opmerking bij.

Echt veel nieuws heeft de biograaf niet te vertellen, dat kun je ook niet verwachten van een burgemeester van een wereldstad die in zijn vrije tijd eventjes een biografie schrijft. Dat dit boek er is, is al een wonder. Johnson lijkt te willen zeggen: wat Churchill kon, druk politicus én auteur, kan ik ook.

De auteur, geen beroepshistoricus, heeft een niet helemaal overtuigende verklaring waarom hij zo nodig met een nieuwe biografie moest komen, boven op de honderden boeken die er al over Churchill zijn geschreven, waaronder juweeltjes, zoals de biografie van Roy Jenkins. Johnson is bang 'dat we de grootsheid van zijn prestaties dreigen te vergeten' nu de herinneringen aan Churchill met het verstrijken van de jaren steeds vager worden. Het is tijd 'voor een nieuwe waardering omdat wij er niet van uit kunnen gaan dat zijn faam zal blijven voortleven'.

Niet uitgesloten is dat ook de komende Britse verkiezingen (7 mei) een rol hebben gespeeld in de afweging van Johnson. De burgemeester doet daar aan mee. Zijn kandidaatstelling maakt volgens politieke analisten deel uit van een zorgvuldige planning: Johnson zou uit zijn op de positie van premier David Cameron. In dat licht bezien is deze biografie niet alleen een boek over een held, maar ook over een voorganger.

Een inhoudelijk veel sterker argument voor de publicatie van zijn indrukwekkende biografie van Adolf Hitler heeft de Duitse journalist en historicus Volker Ullrich. Het eerste deel is inmiddels ook in het Nederlands verschenen - het bestrijkt de periode van Hitlers geboorte, deze week 126 jaar geleden, tot september 1939, toen het Duitse leger Polen binnenviel en de Tweede Wereldoorlog werd ontketend.

Ullrich, gewaardeerd medewerker van het weekblad Die Zeit, houdt de beste biografieën die tot nu toe van Hitler zijn verschenen tegen het licht, prijst ze stuk voor stuk, maar geeft ook aan waarin ze naar zijn mening tekortschieten en waarom het tijd is voor een nieuwe studie.

Over de meest recente biografie, van de Britse historicus Ian Kershaw ('het tot nu toe grootste en meest bepalende werk') schrijft Ullrich dat daarin de maatschappelijke omstandigheden en krachten die Hitler mogelijk hebben gemaakt perfect worden weergegeven, maar dat diens persoonlijkheid er een beetje bekaaid van afkomt. Ullrich wil die persoonlijkheid juist weer in het middelpunt stellen.

De biograaf haalt in de eerste zin van zijn boek de woorden aan van Thomas Mann uit een essay uit 1939: "Die kerel is een catastrofe, maar dat is geen reden om zijn karakter en zijn lot niet interessant te vinden." Niemand is volgens Mann ontheven van de taak 'zich met deze miezerige figuur bezig te houden'.

Ullrich kwijt zich daar voortreffelijk van, op een rustige, sobere toon. Aangenaam werk was het niet, zei hij eind vorig jaar in een interview met deze krant.

Adolf Hitler was volgens de auteur een buitengewoon geslepen politicus. "Wat betreft tactische sluwheid en het vermogen gunstige situaties bliksemsnel te herkennen en te benutten, was hij alle concurrenten binnen zijn partij, maar ook alle politici van de burgerlijke partijen, volstrekt de baas."

Wat Ullrich overtuigend ontzenuwt, is dat de Führer geen interessant privéleven had, of sterker nog: er helemaal geen privéleven op na hield, zoals vroegere biografen met grote stelligheid hebben beweerd. Zij waren, jaren na de dood van de dictator, nog het slachtoffer van diens onnavolgbare vermogen om mensen op het verkeerde been te zetten. Hitler was een fantastische toneelspeler die van rol en masker wisselde, naar gelang de situatie. Die 'kunstige huichelarij' waarmee hij aanhangers en tegenstanders steeds weer wist te misleiden, was volgens Ullrich een belangrijk geheim van Hitlers bliksemcarrière als politicus.

Toen ruim tien jaar geleden de film 'Der Untergang' in de bioscopen draaide, over de laatste dagen van de Führer in april 1945 in zijn bunker in Berlijn, vroegen recensenten zich af of je Hitler wel als mens mag laten zien. Het antwoord van Ullrich is kort en krachtig: het mag niet alleen, het móet! Het is volgens hem veel te eenvoudig en te gemakzuchtig om hem te bestempelen als een psychopaat die zijn moordzuchtige neiging doelgericht in politieke daden wist om te zetten.

Die demoniserende tendens heeft te lang de overhand gehad in geschiedenisboeken 'en ons het zicht op de werkelijke persoon ontnomen'. En daarom geeft Ullrich de lezer inzicht in Hitlers liefdesleven, hobby's, hang naar luxe, eigenaardigheden en talenten. Waarmee de biograaf niets wil vergoelijken. Integendeel: Hitler was de grootste misdadiger uit de geschiedenis, een fanatieke en bezeten Jodenhater.

Volgens Ullrich is het schrijven van een biografie van Hitler de moeilijkste en tegelijk meest verantwoordelijke taak waarvoor een historicus zich kan zetten. Hij haalt de journalist Rudolf Augstein aan, oprichter van Der Spiegel, die zich ooit afvroeg of de Hitler-biografie wel mogelijk is. Ullrich denkt van niet: "Het onderzoek naar deze raadselachtige, verwarrende figuur zal nooit zijn voltooid." In de loop van volgend jaar hoopt Ullrich het tweede deel van zijn biografie te publiceren.

Ook van een andere verliezer van de oorlog, de Italiaanse leider Benito Mussolini, is een in het Nederlands vertaalde biografie verschenen, en die van Stalin, een winnaar, komt binnenkort uit. Opvallend in 'Mussolini', een herziene editie van het veelgeprezen boek van Peter Neville, is het slotwoord waarin de Britse historicus een lijn trekt van de fascistische dictator naar Silvio Berlusconi, de man die tot drie keer toe premier van Italië is geweest, de laatste keer tot eind 2011.

"In sommige opzichten, zoals in het creëren van een persoonlijkheidscultus, zag Berlusconi in Mussolini zelfs iemand die het waard is na te volgen en te bewonderen." De auteur zegt er trouwens wel nadrukkelijk bij dat de mediamagnaat geen Mussolini was.

Net als Ullrich en Johnson beargumenteert Neville uitvoerig waarom hij een biografie heeft geschreven na alles wat er al over Mussolini is gepubliceerd: het ene boek is te veel een hagiografie, het ander te eenzijdig, het derde te omstreden. Zijn biografie is 'meer een politieke dan een persoonlijke', wat hem niet verhindert uitvoerig over het liefdesleven van Il Duce te schrijven: naar verluidt zou hij met meer dan vierhonderd vrouwen het bed gedeeld hebben.

Het boek is buitengewoon compact geschreven: het is dunner dan dat van Johnson en zeker dan het eerste deel van Ullrichs biografie, maar bevat niettemin zeer veel informatie. Neville beschrijft met oog voor zowel de grote lijnen als de details de opmerkelijke ontwikkeling die Mussolini doormaakte, van socialist/ marxist/anarchist tot antidemocraat en fascist. Hij laat zijn wrede kanten zien: de dictator maakte korte metten met zijn tegenstanders en schroomde zelfs niet zijn eigen schoonzoon te laten executeren.

Mussolini heeft een paar grote blunders begaan, de grootste daarvan was 'de fatale flirt' en 'brute vriendschap' met Hitler die zijn ondergang inluidde. Tegenover de Führer had hij 'een gigantisch minderwaardigheidscomplex', aldus Neville, terwijl hij over 'aantoonbaar meer intellectuele gaven beschikte dan Hitler' - Winston Churchill was overigens aanvankelijk, in de jaren twintig, ook een bewonderaar van Mussolini.

De Duce kwam liederlijk aan zijn eind. Op de vlucht naar Zwitserland en vermomd als Duits militair werd hij op 27 april 1945 gearresteerd door Italiaanse partizanen, de volgende dag vermoord en, net als zijn maîtresse Clara Petacci, aan de voeten opgehangen bij een benzinestation in Milaan. Hij was 61 jaar oud.

Twee dagen later pleegde Adolf Hitler (56) in zijn Berlijnse bunker zelfmoord. Twintig jaar later, op 24 januari 1965, stierf de negentigjarige Winston Churchill in bed in zijn huis in Londen.

Boris Johnson: De Churchill Factor, Hoe één man geschiedenis schreef. Vertaald uit het Engels door Conny Sykora. Spectrum; 451 blz. euro 24,99

Volker Ullrich: Adolf Hitler, Deel 1: De jaren van opkomst 1889-1939. Vertaald uit het Duits door Huub Stegeman, Eric Strijbos en Pieter Janssens. De Arbeiderspers; 960 blz. euro 49,95

Peter Neville: Mussolini. Vertaald uit het Engels door Rob Hartmans. Veen Media; 448 blz. euro 29,99

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden