Dichter Erik Jan Harmsen geeft zijn werkdag ritme: van de leesstoel naar het café

Erik Jan Harmens.Beeld Jörgen Caris

Auteur en dichter Erik Jan Harmens schrijft over de prikkels die het druk maken in zijn hoofd.

Ik heb een leesstoel. Daar ga ik op zitten om te lezen. Op de bank kan ik niet lezen, daarop kijk ik televisie, die staat er recht tegenover. Met een boek op de bank zie ik steeds dat scherm, met al zijn verleidingen.

Als ik in mijn stoel een boek lees storen mensen me alleen als het moet: ‘Sorry, mag ik iets vragen?’ Dan leg ik mijn boek neer. De stoel laat wat ik aan het doen ben er gewichtig uitzien, ik ben officieel aan het lezen.

Naast de leesstoel staat een lamp. Als het donker is doe ik alleen dat licht aan, dan schijnt het als door een koker op het boek. Mijn telefoon op vliegtuigstand, de ramen dicht: er zijn geen prikkels meer, behalve die op het papier.

Toch dwalen mijn gedachten in het begin nog af, dan heb ik bladzijdes omgeslagen zonder iets in me op te nemen en moet ik opnieuw beginnen. Mijn hersenen kronkelen nog te veel, als pas gevangen paling in een emmer. Op een gegeven moment zit ik erin en denk ik na veertig pagina’s: ik heb véértig pagina’s gelezen!

Weer fris

Mijn werkdag begin ik vaak ook in de leesstoel, met de laptop op schoot. Na een uur of twee tikken sla ik wat ik heb geschreven op in de cloud en open het document op mijn tweede, vaste computer. Het voelt alsof ik mijn werkdag opnieuw begin, ik ben weer helemaal fris.

Na nog eens twee uur ben ik moe en ga ik hardlopen, elke stap wordt mijn hoofd leger. Onder de straal van de douche zing ik ‘Ma nah ma nah’, een liedje uit de Muppet Show, dat is een beetje een ritueel. Vervolgens pak ik mijn laptop weer op en ga naar een café in Amsterdam Noord. Ze noemen het een ‘creatieve broedplaats’, wat ik letterlijk opvat: de muren van het gebouw vormen een eierschaal.

Vaak kringelt het gepraat van de mensen samen tot weldadig geroezemoes, als golven die collectief het geluid van de branding vormen.

Taalmishandeling

Gisteren ging het helaas mis, drie mannen voerden een gesprek op veel te hoog volume. Een man met een snerpende stem gebruikte in een op de drie zinnen de uitdrukking: ‘Dus ik had zoiets van...’ Elke keer als hij dat zei kromp ik ineen alsof ik onder stroom werd gezet. Ik wilde naar zijn tafeltje lopen en ’m door elkaar schudden als een spaarvarken, zodat hij zou stoppen met zijn taalmishandeling.

Maar ik weet hoe dat overkomt, dus bleef ik zitten tot ik mijn koffie op had, en buiten huilde ik als een wolf.

Lees ook: Schrijver Erik Jan Harmens: 'Mijn gedachten zijn vaker donker dan licht'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden