Dichter en mens Komrij vallen naadloos samen

Twee portretten van de gestorven Dichter des Vaderlands Gerrit Komrij. Het ene, 'De hemelpoort' (BNN), laat de mens Komrij zien, het andere, 'De gelukkige schizo' (NTR), meer de dichter. Maar wie de twee herhalingen naast elkaar legt, ziet een wonderlijke symbiose ontstaan. De mens en de schrijver zijn gelijk. Er is geen verschil.

Twee keer dezelfde onrust en wrevel, maar ook dezelfde superieure (zelf)spot, misantropie, melancholie en plotselinge zachtheid. In 'De hemelpoort' - stammend uit 2001, toen BNN zich nog wel eens met iets anders bezighield dan seks met ezeltjes - vindt de dichter Jeroen Pauw tegenover zich. Dat zal Komrij's openhartigheid zeker hebben gestimuleerd. Pauw sjanst bijna met hem. Kopje scheef, olijke blik, parelende lach. Het wordt een mooi psychologisch portret, waarin Pauw vrijpostig en scherp doorvraagt, zonder dat de sfeer eronder lijdt. Komrij zal ongetwijfeld gecharmeerd zijn geweest van de kwajongensachtige krullenbol tegenover hem, en diens ironie. "Ik zit vrij simpel en makkelijk in elkaar", zegt de auteur. 'Tuurlijk', reageert Pauw. Waarna een verhaal volgt over 'de boel kort en klein willen slaan'. "Wurgen zou ik graag doen", onthult Komrij met geamuseerde blik. Dat kleine woordje 'tuurlijk' van even daarvoor geeft deze uitbarsting een extra hilarische lading.

Het zijn twee jongleurs met woorden, in een voortdurende balans tussen ernst en spot. Komrij vertelt ontroerd over zijn moeder aan wie hij nog elke dag denkt. "U zou haar willen terugzien in de hemel?", vraagt Pauw. "Ach", verzucht Komrij, "je kan niet je hele leven je moeder blijven zien." Pauw: "Ze moet ook 'es op eigen benen leren staan." Altijd slim om de hemel als thema te nemen - al is het maar als metafoor voor een gedroomd leven - omdat je op die manier tot de kern van iemands levensvisie doordringt. Ook bij de 'ongelovige hond' Komrij. "Als er een hemel zou bestaan alleen voor de elite, zou ik er meteen in willen geloven."

'De gelukkige schizo' heeft de vorm van een zelfportret, doordat de makers, Onno Blom en Jan Louter, geheel buiten beeld blijven. Door een zorgvuldige montage ontstaat het beeld van een schilder, die geleidelijk aan de kleuren op zijn doek aanbrengt. Iemand die ontzag inboezemt, vrees bijna, maar ook een man die smeltend naar zijn vriend Charles Hofman kijkt. Of invoelend vertelt over de vermoede eenzaamheid van de schelp. "Ik laat een schelp over zichzelf mijmeren", zegt hij over zijn bundel 'Spaans benauwd'. Komrij koos voor poëzie omdat hij al snel wist dat hij 'niet wilde zijn wie hij was, maar het moest hebben van gefingeerde levens'. Dichter, homo en emigrant tegelijk, ontheemder kan bijna niet. "Er is een land dat ik met pijn verliet. Er is een land dat ik met pijn bewoon. Een derde land daartussen is er niet", draagt Komrij voor in zijn Portugese villa. Pas in de kist zal hij zich thuisvoelen, denkt de dichter.

Zijn poëzie ontstaat moeizaam. "Ik houd ervan werk uit te stellen, er tegenaan te hikken. Om een uur te schrijven, heb ik twintig uur nodig. Die zoete zelfkwelling zal nooit verdwijnen." Beter had Komrij de titel van dit zelfportret niet kunnen samenvatten. Inderdaad, een gelukkige schizo.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden