Dichter dekt zich in

Olyslaegers schetst Antwerpse collaboratie via leven en lijden van lafhartige 'tweezak'

Antwerpen en de Joodse diaspora zijn nauw met elkaar verbonden. Toen de Spaanse en Portugese Joden omstreeks 1500 de Inquisitie achter zich aan kregen, namen ze in groten getale de wijk naar de Scheldestad. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog vertrokken ze vandaar naar Amsterdam, mét hun handelscontacten. Aan het einde van de negentiende eeuw bleek Antwerpen opnieuw een veilige haven, ditmaal voor Joodse ballingen uit Oost-Europa.

Het waren vooral hun nazaten die tussen 1940 en 1945 slachtoffer werden van de door nazi-Duitsland georganiseerde massamoord. Hun lot speelt een nadrukkelijke rol in Jeroen Olyslaegers' roman 'Wil'. Anders dan de naar hem vernoemde romantitel doet vermoeden, blinkt hoofdpersoon Wilfried Wils niet uit door mentale kracht. Zonder tegenstribbelen laat hij zich meevoeren op de vloedgolf van de Duitse bezetting. Om te ontkomen aan gedwongen arbeidsdienst neemt hij dienst als hulpagent bij de politie en raakt betrokken bij de steeds verder escalerende anti-Joodse acties. Niettemin laat hij zich door zijn collega en zwager Lode overhalen om een Joodse onderduiker te helpen. Wanneer hij vervolgens wordt verdacht van dubbelspel, aarzelt hij niet om ten koste van anderen en als het moet met grof geweld zijn hachje te redden.

Wilfried is een 'tweezak', zoals het in Olyslaegers' idioom heet, een onbetrouwbaar sujet. Zijn gebrek aan standvastigheid en loyaliteit duidt niet alleen op een weeffout in zijn karakter, maar ook op een houding die in genazificeerde landen als België, Nederland en Frankrijk wijdverbreid was: wegkijken van het onrecht, en daar in veel gevallen zelfs aan meewerken. Collaboratie was de regel, verzet de uitzondering.

Maar Wilfrieds tweeslachtigheid omvat meer dan het meewaaien met de ideologische winden ten tijde van Wereldoorlog 2. Ook zonder de druk van de omstandigheden is hij in zichzelf verdeeld. Diep in deze twijfelende en niet zelden laffe man bevindt zich een schaduwganger die alleen voor het voetlicht treedt als de zaal leeg is. Wilfried noemt die tegenvoeter Angelo. Een onbaatzuchtige engel is het niet, laat staan een engelbewaarder. Angelo is hard en genadeloos, en treedt in Wilfrieds dagdromen op als een wreker die goed moet maken wat hij zelf nalaat en bederft. Tot ontplooiing komt Angelo pas op die momenten dat hij de penvoerder van Wilfrieds poëtische aandriften wordt. Dan schrijft hij 'over smeerlappen en dubbelzinnigheden, over bloed op de grond en klappen in het gezicht, over valse traagheid en dubbelzinnige vriendschap'. Na de oorlog zal Wilfrieds dichtersdebuut 'Bekentenissen van een komediant' op Angelo's naam komen te staan.

Twee voorgangers spelen in Wilfrieds ontwikkeling een cruciale rol: de even rebelse als baanbrekende dichter Arthur Rimbaud, en de mede-Antwerpenaar Zot Polleke alias Paul van Ostaijen. Laatstgenoemde overigens niet alleen als literaire inspirator, maar ook als politiek oriëntatiepunt. Van Ostaijen, die in 'Bezette stad' (1921) de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog opriep, moest in 1918 zijn geboortestad ontvluchten omdat hij in zijn ijveren voor het Vlaams wat al te dicht tegen de Duitse autoriteiten had aangeschuurd. Olyslaegers laat ermee zien dat Antwerpen en de Antwerpenaren een collaboratiegeschiedenis kennen die zich niet beperkt tot de jaren '40-'45.

Bij monde van Wilfried, die als hoogbejaarde zijn levensverhaal aan een niet bestaande achterkleinzoon vertelt, trekt Olyslaegers zelfs lijnen door naar de stad anno 2016 die wordt bestuurd door migratieopponent en Vlaams-nationalist Bart De Wever, de stad waar synagogen niet door de fascisten worden aangevallen maar door militairen tegen islamistische aanslagen worden beschermd, waar de onderbuikgevoelens niet langer worden afgereageerd op Joden maar op moslims.

Met al die dwarsverbanden en historische parallellen is 'Wil' een ambitieuze maar ook overladen roman, met het gevolg dat sommige verhaallijnen hooguit schetsmatig zijn aangezet. Dat geldt bijvoorbeeld voor de homo-erotiek in de verhouding tussen Wilfried en Lode, en voor het personage van Wilfrieds punkerige kleindochter Hilde, die het oorlogsverleden van haar grootvader zo slecht kan verkroppen dat ze zelfmoord pleegt.

Het stilistisch palet waarvan Olyslaegers zich bedient, bestaat voornamelijk uit de dikke verf die zich slecht leent voor psychologische subtiliteit. Dat is jammer, want de kwesties die deze roman aansnijdt zijn nog altijd actueel en het overdenken meer dan waard.

Jeroen Olyslaegers: Wil De Bezige Bij; 335 blz. euro 19,90

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden