'Dichten is geen beslissing'

Bekende Nederlanders zijn dichters niet zo snel, maar in dichterskringen - en toch ook daarbuiten - is K. Michel een gewaardeerde kracht. Hij won bijna alle belangrijke poëzieprijzen, onlangs nog de Guido Gezelle prijs. Dat deed hij vooral met zijn ogen. 'Goed kijken is moeilijk. Een blik werpen is te weinig.'

Zijn etage in de Amsterdamse Dapperbuurt oogt nog niet doorleefd. Dat klopt ook wel; K. Michel (53) woont hier nog maar een paar maanden. Behalve tafels en stoelen, een stereoset plus cd's en een reusachtige houten moker - een kunstwerk - staat er nog niet veel opvallends in het appartement. Ja, een blinkend wit gasfornuis, dat valt op. "Net gekocht, samen met een koelkast, een wasmachien en een seizoenskaart voor het zwembad", zegt hij. "Met dank aan Guido Gezelle." De poëzietrofee van de gemeente Brugge (5000 euro, vernoemd naar de Vlaamse dichter) won hij met zijn laatste bundel 'Bij eb is je eiland groter'.

Toch leuk, zo'n prijs.
"Zeker als je net verhuisd bent. Iets praktisch kopen vind ik bovendien leuk, dan weet je ten minste waar het geld naartoe is gegaan."

Een prijs winnen betekent ook: aanzien, prestige. Is dat voor u belangrijk?
"Er zijn mensen die meer prijzen gewonnen hebben, hoor. Dit is de vijfde prijs voor in wezen maar drie bundels. Het is erkenning en dat is leuk, maar als je met status bezig wilt zijn dan kun je beter tuinkabouters gaan verzamelen, of zo. Maar goed, zo'n prijs betekent in ieder geval dat je het niet slecht doet. Althans, binnen dat poëziewereldje. Daarbuiten vinden ze dichten maar een rare bezigheid."

Hoe zou dat komen?
"Er zijn onvoorstelbaar veel mensen die in hun vrije tijd poëzie schrijven en ook aanpalende genres zoals rap en kinderversjes zijn populair. Dan heb je nog het stichtelijke werk en de levenswijsheden - de bundels van Toon Hermans waren niet aan te slepen. Dus in de breedte is het een groot genre. Aan de andere kant heeft poëzie de naam van een moeilijk genre. Al weet je het soms niet want de Poolse dichteres Szymborska maakte geen gemakkelijke gedichten en toch is ze ongelooflijk geliefd. Zeker toen ze de Nobelprijs had gewonnen. Mensen vertellen het aan elkaar door wanneer ze iets goed vinden."

En ze zien dichters optreden. Of doet u dat niet?
"Zeker, ik heb niet het gevoel dat ik in een ivoren toren zit. Ik vind het leuk om mijn werk voor te dragen en om zo mijn lezers te leren kennen. Ik kom net terug van Poetry International in Rotterdam. Je krijgt respons, je komt overal en je hoort van alles. Ik lees niet elk gedicht voor, lang niet alle gedichten zijn daarvoor geschikt, vind ik. Het moet geloofwaardig zijn en het moet bij mijn stemming passen. Als een gedicht een te lange spanningsboog heeft, dan werkt het niet met een publiek erbij."

'Bij eb is je eiland groter', heet uw jongste bundel. Vanwaar die titel?
"Het is meer een beeld dan een toon. Hij klinkt als een soort spreuk. Het is ook een mooie open deur, vond ik. En het is ironisch en humoristisch. Als je het leest presenteert het zich als een diepzinnige spreuk, terwijl er iets beweerd wordt wat helemaal zo spectaculair niet is. Er zit ook hoop in: wanhoop niet want bij laag water is je eiland groter."

Uw ogen vormen een groot deel van uw bron. Bent u voortdurend bezig met op een bepaalde manier kijken?
"Ik zit niet de hele dag schuin tegen de wereld aan te kijken. De gedichten komen voort uit een heel scala aan gedachtetjes, meninkjes, gevoelentjes of grappige dingen die mensen zeggen. Maar het heeft zeker ook met kijken te maken. Ik vind het niet vermoeiend om je best te doen om te kijken. Het is leuk. Goed kijken is moeilijk. Een blik werpen is te weinig, staat er ook in een gedicht in mijn vorige bundel. Soms valt me op dat ik al die tijd veel te suf heb gekeken. Neem mijn nieuwe gasfornuis. Kom maar eens mee naar de keuken. Valt je iets op als je er langer naar kijkt?"

Ik zie dat er een raar zwart dingetje op zit.
"Zag ik dus ook laatst pas. Dat soort dingen kun je voortdurend zien. Het is niet zo dat je gaat zitten en dan begint te dichten maar mijn blik valt soms gewoon ergens op en dan denk ik: hé, dat is grappig. Als je naar dat kinderstoeltje kijkt wat daar staat dan is het net een paard dat nog niet af is. Dat heb ik ook in een gedicht verwerkt. Ik zat een keer in een zaal te luisteren naar een spreker. Dat was nogal saai dus ik ging om me heen kijken. Naast die spreker stond een vingerplant en die bewoog een beetje, die stond te wuiven. Zo leek het net of die wuivende vingerplant de doventolk was van die spreker. Of wat gebeurt er eigenlijk als iemand huilt? Ook zoiets. Als je daarop let, zeker als je dat met een bepaalde afstand doet omdat je iemand niet kent, dan is dat voorstadium van het huilen iets heel aparts. De gezichtsuitdrukkingen, het verzet en dat schokkerige in de lichaamshouding. Meestal verwonder ik me of ben ik verbijsterd over iets wat ik zie. Al dicht ik ook uit nieuwsgierigheid en om contact te maken met de wereld om me heen."

U heeft het in uw werk nauwelijks over relaties tussen mensen. Houdt dat u niet bezig?
"Ik heb wel liefdesgedichten geschreven, maar het klopt: de liefde zit er weinig in. Ik heb de neiging om mezelf niet voorop te zetten. Mijn gedichten gaan meestal over een situatie waarin ik iets meemaak samen met anderen. Ik ben daarin dan niet het middelpunt, maar ik ben ook weer niet anoniem aanwezig. De sfeer is, vind ik, weemoedig soms, maar ook vrolijk. Ik kan het niet laten om er zo nu en dan een grapje in te stoppen."

In De Vlinderverhuizing (blz. 32), deelt u een bericht over klimaatverandering met de poes. Is dat een verkapte zorg, iets zwaars, dat u licht maakt via de kat?
"Ook. Maar er zit van alles in dat gedicht: beweging, het jachtinstinct van de poes, die het helemaal niks kan schelen wat er met die vlinders gebeurt, die juist jaagt op ze. Maar ook de bizarre werkelijkheid van een nieuwsbericht over vlinders die nota bene met de auto worden verplaatst om aan het milieuprobleem te ontkomen. Met de auto! Aan het eind leest de poes mij de les. Verderop in de bundel duikt de poes ook weer in een gedicht op. En ik heb niet eens een poes."

Waarom zou je eigenlijk dichten?
"Waarom niet? Het groeit vanzelf. Dichten is geen beslissing. Het begint op de middelbare school. Om interessant te doen voor de meisjes of om over te praten met vrienden. Voordat het serieus wordt ben je een paar jaar verder. Ik heb er plezier in. Ik vind het leuk om te spelen met woorden. En los van de kunst is het voor mij een manier om het leven te begrijpen of om het vorm te geven."

Bij eb is je eiland groter. K. Michel. Uitgeverij Augustus, Amsterdam. 55 bladzijden. ISBN 9789045704203.

Prijs € 17,90

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden