Dibevo ziet het hondentrimvak weldra naar de knoppen gaan

Hondenbezitters staan al niet echt bekend om hun subtiele omgangsvormen. Maar nu schijnen ze zich ook nog aggressief te gedragen jegens trimmers, de kappers van hun eigen oogappeltjes. Uit een enquete van het Dibevo Vakblad blijkt dat veel 'hondentoiletteerbedrijven' de grootste moeite hebben veeleisende klanten tevreden te stellen.

“Klanten met dure rashonden verwachten veel te veel,” zegt een van de trimsters in de enquete. “Ze denken dat je van een 'wel aardige' Westie, een top show-model kunt maken.” Om die reden zal 'omgaan met lastige klanten' een belangrijk onderdeel zijn op de 'Nationale Trimdag', die maandag wordt gehouden voor beginnende en ervaren hondentrimmers.

“Toch moeten we die lastigheid ook weer niet overdrijven,” stelt Mevrouw Van Zanten, een van de organisatoren van de trimdag. “Mensen zijn gewoon assertiever dan vroeger. Ze schaffen ook niet meer zomaar een hondje aan. Ze kiezen bewust voor een bepaald ras, lopen tentoonstellingen af en laten zich uitgebreid informeren bij rasverenigingen, ook over het trimmen. Je krijgt dus mondige klanten, en je moet zorgen dat je hen van 'up to date' advies kunt dienen.”

Er heerst de laatste tijd enige beroering in de wereld van de hondentoiletteerbedrijven, zoals trimsalons zich tegenwoordig liever noemen. Er is zojuist een alternatieve bond opgericht, de ABHB, die opkomt voor de belangen van gediplomeerde trimmers en die een arbitragecommissie wil instellen voor gevallen van extreme onenigheid tussen klant en trimmer. Ook de Dibevo, de landelijke organisatie voor zelfstandigen die werkzaam zijn in de huisdieren-, hengelsport- en tuinbranche, organiseert opvallend veel cursussen en ontmoetingsdagen voor eigenaren van trimsalons. Bundeling van krachten lijkt noodzakelijk nu, met de uitvoering van het plan-Andriessen, niet alleen de vestigingseisen voor slagerijen en kapsalons aanzienlijk zullen worden verruimd, maar ook die van trimsalons. Tot nog toe had een beginnend trimmer een diploma vakbekwaamheid nodig, maar dat zal vanaf '96 niet meer nodig zijn. Beunhazerij, toch al geen onbekend begrip in de trimmersbranche, zal derhalve niet meer bestaan want het onderscheid tussen gediplomeerde en ongediplomeerde trimmers verdwijnt simpelweg. 'Ach wat maakt het uit', redeneert het plan-Andriessen, 'onbekwame trimmers zullen zich vanzelf uit de markt prijzen'.

Goof Ebert van Dibevo is minder optimistisch. “Wij zien het vak naar de knoppen gaan,” zegt hij. “Je hebt straks alleen nog wat bedrijfseconomische kennis nodig, maar verder kan iedereen zonder verstand van dieren straks honden gaan trimmen. Dan kun je wel hopen dat boosdoeners snel door de mand vallen, maar ondertussen is er wel al dierenleed geschied. En het scheelt bestaande, gediplomeerde trimmers toch in hun omzet.”

De subsidie van het Ministerie van Economische Zaken om een erkenningsregeling en een klachtencommissie in het leven te roepen, noemt Ebers somber 'een doekje voor het bloeden'.

Maar volgens Mevrouw Van Zanten, zelf ook eigenaar van een trimsalon, is dit een goede gelegenheid om de hele hondentrimmerij eindelijk eens wat zakelijker aan te pakken. Het is nog te vaak een bijverdienste in een achterafschuurtje, vindt ze. De situatie in de Verenigde Staten is voor haar het voorbeeld. Daar zijn trimsalons vergelijkbaar met grote kappersbedrijven, waar aan de lopende band honden worden gewassen, geplukt, geknipt en gefohnd. Amerikaanse honden worden ook vaker gebracht voor 'een grote beurt'. “Neem een Maltheser of Yorkshire terrier,” zegt Van Zanten. “Bij ons komen die eens in de twee maanden, terwijl hun Amerikaanse soortgenoten om de drie, vier weken worden gekapt en gedaan.”

Professionaliteit in de salons betekent volgens Van Zanten ook een gelijkschakeling van tarieven. Vroeger was er een hemelsbreed verschil tussen de prijzen in de provincie en de Randstad, tegenwoordig scheelt het hooguit een paar tientjes. Het Dibevo-vakblad meldt dat je op het ogenblik in een dure salon in Den Haag voor de behandeling van een bouvier f 125,- betaalt, terwijl je in het noorden gemiddeld f 90,- en in het zuiden gemiddeld f 100 neertelt.

Maar het belangrijkste van een beroepsmatige aanpak van het hondentrimmen is toch wel de routine die je opbouwt door het veel te doen, vindt mevrouw Van Zanten. “Met een of twee hondjes in de week knippen om wat bij te verdienen, beoefen je het vak niet serieus,” zegt ze. “Je krijgt op die manier geen ervaring in het omgaan met verschillende hondenkarakters. Dan weet je bijvoorbeeld niet hoe je een bang hondje moet aanpakken.” Mevrouw Van Zanten aarzelt niet om een lesje hondenpedagogie te geven: “Tegen een bange hond moet je geen zielige toon aanslaan en jammeren: 'ach, stumper kom maar hier'. Nee, je moet een bange hond juist flink toespreken: 'kom mee, en stel je niet aan'. Alleen dan help je het dier over zijn bangheid heen. Ja, het zijn wat dat betreft net kinderen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden