Diamanten licht maakt luchthavenhal ruim

SCHIPHOL - Vandaag opent minister-president Lubbers Terminal West, Schiphols nieuwe passagiersuitbreiding. Met een mooiere, ruimere en nog overzichtelijker aankomst- en vertrekhal, met bonte horecahoeken en beeldende kunst, hoopt de luchthaven 9 miljoen extra passagiers te lokken.

Na drie jaar bouwen is de eerste fase van de uitbreidingsplannen van het vliegveld afgerond. Voor een budget van 550 miljoen gulden bouwden architectenbureau Benthem-Crouwel, de NACO (Netherlandish Airport Consultancy, een bureau dat vliegvelden over de hele wereld ontwerpt) en interieurarchitectenbureau Kho Liang Ie Associates een langgerekte aankomst- en vertrekhal, met een 100 meter hoge kantoortoren.

Schiphol is hiermee vanaf 17 mei klaar voor een uitbreiding van 19 naar 27 miljoen passagiers. Wanneer in 1995 de volgende bouwfase beeindigd is - de sloop van het huidige NS-station en inlijving van een nieuw station binnen een doorlopende, overkapte hal met winkels - hoopt de luchthaven ook klaar te zijn voor herwinning van de titel 'beste vliegveld van de wereld', een eer die momenteel aan de nieuwe luchthaven van Singapore (eveneens een ontwerp van NACO) toevalt.

De 'oude' aankomst- en vertrekhal uit 1967 van architect Duintjer en (net als nu) Kho Liang Ie Associates en NACO, gold lange tijd internationaal als beste vanwege het oneterminal-concept. Alle publieksfuncties bevinden zich onder een dak, zodat overstappende passagiers niet van de ene naar de andere terminal hoeven te reizen. Schiphol wilde deze succesformule in de nieuwbouw per se handhaven. Ook in het nieuwe complex ligt de aankomsthal op de begane grond en de vertrekhal op de eerste verdieping, aansluitend op die in de 'oude' terminal, waarmee de nieuwe op elke verdieping door middel van brede wandelgangen verbonden is.

Een tweede uitgangspunt van de oudbouw, dat in het nieuwe gebouw moest terugkomen, was dat die neutraal, zakelijk en overzichtelijk moest zijn. Niet de architectuur of het interieur, maar de bewegwijzering en de passagiers moesten het gebouw kleur geven. Voor de vormgeving van deze eisen waren Benthem en Crouwel verder vrij.

Ze ontwierpen een gebouw dat aan de buitenkant een merkwaardige combinatie van massieve zwaarte en lichte luchtigheid is. Het bestaat uit drie modules van 50 meter breedte; in de toekomst zouden hier nog vier modulen kunnen worden bijgebouwd, zodat de terminal kan worden uitgebreid tot 350 meter lengte.

De kantoren voor de luchtvaartmaatschappijen vormen een zwartgrijs gestreept Bijlmer-achtig blok, dat van veraf zichtbaar is. Hieronder en hierachter strekt de aankomst- en vertrekhal zich uit, die door zijn licht welvende dak, de extreem dunne steunconstructie en de lichtheid van het gebruikte materiaal (dunne, matzilverkleurige metalen 'schrootjes') nog het meest op een grote tent lijkt. In tegenstelling tot de gesloten, lompe zwaarte van het kantoorgedeelte oogt de hal open, licht en dynamisch. Binnen is dat gevoel van dynamiek nog nadrukkelijker aanwezig. Jan Benthem wilde een maximum aan invallend daglicht en een minimum aan ruimtebeperkende zuilen en steunmuren in de vertrekhal. Om een zo hoog en breed mogelijke overspanning te kunnen maken, ontwierp hij een extreem lichte dakconstructie met diamantvormige daklichten, gesteund door dunne, schuinstaande en V-vormige kolommen. Doordat aan deze constructie niet meer dan 1200 kilo kan hangen, moesten geluids-, licht- en luchtsystemen in vloer en tussenwand worden verwerkt. Deze oplossing zorgt inderdaad voor een aangenaam gevoel van ruimte.

Een ander sterk punt van de nieuwe aankomst- en vertrekhal zijn de vele ramen, vides en doorgangen die natuurlijk voor daglicht zorgen, maar ook voor in- en uitzicht op alle kanten van het vliegveld en op het gebouw zelf. Behalve leuk (direct zicht op vliegtuigen, luchthavenactiviteiten en de infrastructuur van het gebouw) is dit handig voor de orientatie, bovendien doorbreken de soms verrassende doorkijkjes de zakelijke sfeer.

Voor de rest van de aankleding moesten kunst en design zorgen. Behalve een grote machine zou het gebouw volgens de directie ook een soort huiskamer moeten zijn. Het resultaat maakt er de hal als geheel niet echt gezelliger op, maar sommige plekken wel gek, mooi of op zijn minst opvallend. Benthem en Crouwel zelf ontwierpen de 'Byebye bar', een halfronde buis met wilde neonletters en een bar in de vorm van een goudkleurige bol. Het bureau Branson & Coates tekende voor restaurant 'La Foret' met golvende banken, als dadelpalm vermomde luchtregulatiezuilen en deltavliegers als lichtarmatuur, en een visbar met banken als rotsen en koraalriffen.

Daarnaast kregen zeven Nederlandse kunstenaars de opdracht om voor geselecteerde plekken een werk te ontwerpen. Een aantal van hen gaf de luchthaven iets meer mee dan lollige opsmuk (a la de metershoge klompen van Mark Brusse als meeting point). De 'Vliegende vis' van Carel Visser kan met

n 1150 kilo net aan de dakconstructie hangen en benadrukt de spanning en de lichtheid daarvan. Hugo Kaagman stipt tussen zijn in Delfts blauw gespoten Hollandse tulpenvelden en molenwieken en passant minder gezellige zaken aan als de militaire helikopters, die hier ook opstijgen. En naast de bloemen op de prachtige, tussen glas gesealde litho's van Stanislav Lewkowitz, die de douaneactiviteiten aan het oog van de afhalers onttrekken, liggen graven en de tekst 'ter herinnering aan alle plaatsen waar we niet naartoe gaan omdat ze niet gezellig zijn'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden