Dezelfde heuvels, twee Amerika’s

Een meisje staat in het schuurtje met kinderspeelgoed, de Kid Zone, in het recyclingcentrum van de stad. Beeld Ellen Kok

Amerika is diep verdeeld op weg naar de Congresverkiezingen van 6 november. Voor- en tegenstanders van Donald Trump begrijpen niet wat de andere kant bezielt. Een stadje in het linkse Massachusetts wil die kloof dichten en vond gehoor in het rechtse Kentucky. Hun project heet Hands Across the Hills. Deel 1 van een tweeluik.

De ochtend van 9 november 2016 voelde het in Leverett, Massachusetts, alsof er een natuurramp had plaatsgevonden. “Voor ons, en voor een progressief stadje als het onze, was de verkiezing van Donald Trump ...”, dichteres Sharon Dunn aarzelt, denkt, besluit dan: “Het is met geen enkele andere ervaring in mijn leven te vergelijken.”

Om bij haar huis te komen, rijd je Leverett binnen via Route 63, een stadje tussen in dit seizoen mooi geel en rood kleurende heuvels. Je slaat af en neemt een kronkelweg zo’n heuvel op. Na tien bochten, met evenzoveel huizen, kom je bij een uit de kluiten gewassen houten villa. Van buiten lijkt het huis een moderne blokkendoos, binnen is het stijlvol gemeubileerd en vol souvenirs van verre reizen.

En zo kun je elk bezoek beschrijven aan Leverett. Het heet een town, maar heeft geen dorpskern. Op een driesprong ongeveer in het midden staan het stadhuis, een kerk en de bibliotheek. Wonen doen de inwoners – van wie velen werken op een van de vijf universiteiten in West-Massachusetts – op zichzelf, met rondom een paar hectare bos die de buren op afstand houden.

Donald Trump bracht daar verandering in, herinnert Sharons echtgenoot, romanschrijver en emeritus hoogleraar Engelse letteren, John Clayton, zich: “We hebben toen veel meer mensen gesproken dan we tot dan toe kenden. Eerst rouwden we samen. En daarna richtten we commissies op om iets te doen, in actie te komen. En een daarvan was de commissie bruggenbouwen.”

Stacaravans

Ruim duizend kilometer naar het zuiden, in Kings Creek in Letcher County, Kentucky, had Nell Fields op de verkiezingsavond met evenveel verbazing naar de uitslagen zitten kijken. Haar huis ligt niet halverwege een heuvel, maar in een hollow, of zoals ze het in Kentucky uitspreken een ‘holler’: het smalle dal van een kreek, ingeklemd tussen steile hellingen. Letcher County heeft een hoofdplaats, Whitesburg, maar de meeste mensen wonen in hollers, de helft van hen weer in grote stacaravans. “Ik was niet van plan het te volgen, ik moest de volgende dag naar mijn werk, maar ik ben toch opgebleven. Elk moment konden de stemmen binnenkomen die de uitslag lieten omklappen, maar die kwamen niet. En het was schokkend. Hoe kon dit gebeuren?”

Naschoolse opvang in de bibliotheek van Whitesburg, Kentucky.Beeld Ellen Kok

Fields, die voor de universiteit van Kentucky het contact onderhoudt tussen onderzoekers en kleine gemeenschappen, was geen Trumpstemmer. Maar zo groot als in Leverett de meerderheid voor Hillary Clinton was, zo groot was die hier voor de huidige president. En ze wist precies wie die Trumpstemmers waren. “Mijn familie en vrienden. Het was moeilijk ze onder ogen te komen. In de tijd van George W. Bush zou ik tegen mijn broer gezegd hebben: goh Bill, hoe kun je voor hem stemmen? Maar over Trump kon ik het niet. Ik kon me niet eens voorstellen dat ik erover zou beginnen. Tot de brief kwam.”

Het was een e-mail uit Leverett, gericht aan de Appalshop, een culturele instelling in Whitesburg. Erin de vraag of het mogelijk was om een uitwisseling te beginnen tussen het district in Kentucky, waar 79,8 procent van de inwoners voor Trump had gestemd, en het dorpje in Massachusetts waar 84 procent Clinton wilde.

Leverett zocht het zo ver weg, omdat het dichtbij niet wilde lukken. “We zochten naar plaatselijke Republikeinen, Trumpstemmers, maar niemand wilde met ons praten”, vertelt Paula Green uit Leverett. “Ze hadden net een verkiezing gewonnen, ze zaten hoog te paard. En ik denk dat ze niet gekapitteld wilden worden door een zootje progressieven.”

Niet dat Green zulke mensen zomaar kon aanspreken. Ze kende niemand van de andere partij in Leverett er goed genoeg voor. “Kennissen, geen vrienden. We maakten weleens een praatje, maar dat ging nooit over politiek.”

Bruggehoofd

Green leidde de commissie bruggenbouwen, daar was ze als psycholoog en voormalig hoogleraar conflictbeheersing de logische keuze voor. Ze vroeg de dominee van de grote kerk in het centrum van Leverett om te praten met de collega van de kleinere, meer conservatieve kerk. Maar die wilde het idee niet eens aan zijn gemeenteleden voorleggen. “Toen zijn we op zoek gegaan in de omgeving, in oude fabrieksstadjes waar Trumpstemmers wel in de meerderheid waren. Maar zomaar op wat deuren kloppen werkt niet, het ligt te gevoelig.”

Wat ontbrak, was een menselijk bruggenhoofd: iemand die thuis is in beide culturen. En eind 2016, toen de groep de moed al haast had opgegeven, vond een van de leden op internet een artikel over het overbruggen van politieke meningsverschillen, geschreven door precies zo’n persoon: Ben Fink, projectleider bij de Appalshop in Whitesburg.

Green: “Ben is geen Kentuckiaan. Hij is opgegroeid in Hartford in Connecticut, gepromoveerd aan de universiteit van Minnesota, een hoogopgeleide New Englander dus. Maar hij was daar al een jaar of twee, en hij is erg charismatisch en genoot vertrouwen bij de Kentuckianen.”

Dat charisma zet Fink in voor zijn werk bij de Appalshop, die de cultuur van Appalachia, het berggebied waar Oost-Kentucky deel van uitmaakt, wil bewaren en stimuleren.

In Letcher County zag Nell Fields van dichtbij hoe Fink zich er als noorderling staande houdt. “Hij vroeg of ik een ontmoeting kon organiseren met de vrijwillige brandweer van Kings Creek die mijn broers hebben opgezet, en die haar subsidie zag wegvallen. Ik dacht : ‘O, Ben, lieve schat, je weet niet waar je in terechtkomt. Maar na een paar keiharde politieke grappen over en weer konden ze het prima vinden. Ben stelde zich voor als ‘die kleine Joodse communist uit het noordoosten’. Wat mijn broer zei, weet ik niet meer, maar het was iets met een rabbijn, een priester en een baptistendominee.”

Uitwisseling

Dankzij het vertrouwen dat Fink genoot, lukte het om twaalf inwoners van Letcher County te vinden, sommigen Trumpstemmers en sommigen niet, die bereid waren tot een uitwisseling met Leverett. In oktober 2017 klommen ze in een busje en maakten de vijftien uur lange rit naar Massachusetts.

Gwen Johnson uit Hemphill in Kentucky was verrast toen ze op die donderdagavond in oktober 2017 Leverett voor het eerst zag. “Het was heel pittoresk. We kwamen om half elf ’s avonds aan bij het stadhuis, een mooi, oud, houten gebouw, recht tegenover zo’n typische New Englandkerk. En meer stad leek er niet te zijn.”

Johnson werkt ook bij de universiteit van Kentucky, ze begeleidt docenten die les geven in speciale projecten voor kinderen uit arme gezinnen. Maar haar hartewerk, zoals ze het noemt, is bakker zijn in het buurtcentrum van Hemphill, in het gebouw van een gesloten lagere school. Daar zijn drie avonden per week pizza’s te krijgen, gebakken door mensen die net uit de gevangenis zijn. Op vrijdagavond is er banjomuziek. Sinds kort bakt Johnson er ook stokbroden, waarvoor ze deze maand op bakles is geweest in Frankrijk. “Ik heb altijd al eens naar het buitenland gewild. Dit was mijn eerste keer.”

Nell Fields uit Kings Creek had ook niet gedacht op het platteland van New England terecht te komen. “Wij voelen ons kennelijk zo tegenovergesteld aan de rest van het land, dat we verwachten dat alles op New York lijkt, of Boston. Maar we reden mijlen en mijlen zonder een stad te zien. Net als bij ons.”

In de drie dagen die volgden kregen de Kentuckianen ook genoeg verschillen te zien. Paula Green had een programma gemaakt waarin gezelligheid werd afgewisseld met rondetafelgesprekken, een techniek die ze ontwikkelde toen ze mensen nader tot elkaar probeerde te brengen in extreme conflictgebieden zoals Bosnië en Rwanda.

De vrijdagochtend begon met een kunstproject over afkomst: de groep maakte samen een wandtapijt van stukken papier waarop iedereen een tekst of tekening over zijn of haar voorouders zette. Dat maakte verhalen los over ieders familiegeschiedenis. En wat Green van tevoren had gedacht, dat er veel gemeenschappelijk zou zijn, bleek niet te kloppen.

Leverett, Massachusetts. Links het stadhuis, rechts de bibliotheek en de kerk.Beeld Ellen Kok

“Hier in Leverett zijn het allemaal immigratieverhalen. Iedereen hier stamt uit New York, New Jersey, Boston, niet uit Leverett, niemand is hier geboren. En omdat we mensen van de kust zijn, kom je twee of drie generaties terug al immigranten tegen. Van twee van ons hebben de ouders de Jodenvernietiging overleefd. We hebben Ieren, Polen, Zweden.

“Dat geldt niet voor Kentucky. Dat is geïsoleerd, afgesloten, mensen kwamen niet en gingen niet. Ze zijn van Schotse of Ierse komaf, maar dat is honderden jaren geleden. Ze noemen zich gewoon Amerikanen. Een van hen zei zelfs: ‘We zijn de native Americans. Ze besefte niet dat die term al bezet is, voor de echte oorspronkelijke bewoners van Amerika.”

Kolenmijnen

De verhalen uit Kentucky gingen in plaats daarvan over kolen, en dat ook weer op een manier die de mensen uit Leverett niet hadden verwacht. Het gehucht waar Gwen Johnson haar broden bakt, Hemphill, is van oorsprong een kolenkamp. De kleine huizen waren eigendom van de mijn, die ze verhuurde aan de mijnwerkers. Die kregen een deel van hun loon in de vorm van waardebonnen, die alleen in de kampwinkel iets waard waren. In de ogen van de mensen in Leverett staat de kolenwinning voor uitbuiting, milieuvervuiling en klimaatverandering.

Maar voor Johnson is dat niet het hele verhaal. “Mijn moeder, ze is nu 83, vertelt hoe toen ze tien jaar was, er mensen over de berg kwamen, naar wat ze zagen als het beloofde land. Honderd jaar lang heeft onze economie helemaal op kolen gedraaid. Mijn opa, mijn vader en mijn broer werkten allemaal in de mijnen. En ik ben nu niet meer gehuwd, maar ik trouwde ook met een mijnwerker. Mijn moeder had drie broers, alle drie zijn omgekomen in de mijn. En in 1990 verloor ik mijn enige broer. Dat is nu eenmaal onze manier van leven: je werkte in die sector, of je liep in de steun. Dat was ook niet alles.”

Kolen bepaalden uiteindelijk haar stem, net als die van veel mensen in Letcher County. “Ik wilde dat Bernie Sanders president zou worden. En toen hij uitviel, dacht ik dat ik voor Hillary Clinton zou stemmen. Maar Clinton ging naar West-Virginia en zei daar iets wat ik niet kon loslaten: ‘Ik wil dat mijnwerkers geen werk meer hebben’.

“Onze economie is kolen. Moet dat altijd zo blijven? Het milieu, de uitstoot, de as. We zijn hier niet anti-wetenschap, we kennen de onderzoeksresultaten. Maar we willen wel blijven werken en hier blijven wonen. Er zijn al zoveel voorzieningen dichtgegaan doordat er mijnen sloten en geen delfstofbelasting meer betaalden. Dus toen ze dat zei, ging dat over onze vuilnisophaal, onze parken, restaurants, er is geen sector bij ons waar dat geld niet terechtkwam. Ik wilde niet voor Trump stemmen en ik heb dat ook niet gedaan, maar hij zei dat de kolen terug zouden komen en dat klonk wel een stuk beter.”

Dat kregen de mensen uit Leverett in veelvoud te horen toen Paula Green het gevaarlijke onderwerp op de agenda zette. “Ik wist: het is tijd om het over Trump te hebben. Het was een heet hangijzer en we zouden ons eraan branden als we dit niet bespraken. Gwen Johnson zei: kolen zorgden voor eten in de buik van onze baby’s en schoenen aan hun voetjes. En ze praatten er trots over, hoe kolen de twee wereldoorlogen hielpen winnen. Dat hadden we nooit kunnen bedenken. Ze zeggen: kolen hebben altijd op- en neergang gekend, nu is het neergang, maar er komt weer een goede tijd en ze verwachten die tijd van Trump. We praatten ook over vuurwapens. Ik vroeg: wat maakt dat jullie je veilig voelen? Wij zeiden allemaal: dat niemand een vuurwapen heeft. En zij zeiden: dat iedereen een vuurwapen heeft.”

Ze praatten ook over abortus en over alle heikele onderwerpen waarvan de bezoekers uit Kentucky geloven dat het klopt wat Trump erover zegt. Dat de Afro-Amerikanen, de Latino’s, de moslims, de immigranten, de vluchtelingen allemaal voordringen, en dat ze zelf niet de kans krijgen om te floreren. Paula Green: “Er hangt hier bij ons een spandoek voor Black Lives Matter, dat vonden ze niet leuk om te zien. Ze willen dat hun leven ook telt. Maar een spandoek ‘Appalachian Lives Matter’, dat zie je nergens. We waren allemaal gespannen, want niet een persoon in onze groep geloofde ook maar een snippertje van wat zij geloven, over Trump of abortus of immigranten of wat dan ook. We konden er goed over praten omdat er in de dagen daarvoor zoveel goede wil was gekweekt.

“Maar als de genocide in Rwanda een 10 op de schaal van conflicten is en Bosnië is een 10, dan zijn wij een 5.

In de Senaat is het verschil klein

Op 6 november gaat Amerika naar de stembus. Het hele Huis van Afgevaardigden (de Amerikaanse Tweede Kamer) wordt herkozen. In de Senaat (de Amerikaanse Eerste Kamer) staan 35 van de 100 zetels op het spel bij deze verkiezingen.

De Republikeinse Partij van president Donald Trump heeft nu in beide huizen een meerderheid, waardoor Trump comfortabel kan regeren. In de Senaat is het verschil klein, 51 zetels voor de Republikeinen tegen 49 voor de Democraten. In het Huis van Afgevaardigden is het verschil veel groter. De Democraten moeten daar minimaal 25 zetels extra veroveren om er een meerderheid te krijgen. 

Lees ook:

Tot op het bot verdeeld Amerika moet op zoek naar consensus, anders valt het uit elkaar

De vraag is of de Republikeinen hadden moeten doorzetten. Als bijna 2500 hoogleraren recht ervoor pleiten een rechter niet te benoemen in het belangrijkste juridische orgaan van het land, had dat misschien tot heroverweging moeten leiden. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden