Deze wetenschappers leggen uit waarom ze onderzoek van anderen herhalen

Karin Hummel, Jelte Wicherts en Karin Tanja-Dijkstra.Beeld TROUW

Voor een jonge onderzoeker is het niet bepaald aantrekkelijk om andermans werk opnieuw uit te voeren. Hij verkrijgt geen nieuwe, baanbrekende resultaten, de grote vakbladen zullen om die reden weinig interesse hebben. En dat ondermijnt de kans op toekomstige subsidie, die sterk samenhangt met het aantal publicaties in die vakbladen.

Toch is herhalen noodzakelijk, schreef de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) maandag in een uitgebreid rapport. Zo moet duidelijk worden welk onderzoek deugt en welke resultaten gewoon toeval waren. Belangrijk om niet voort te borduren op schijnverbanden. Meer subsidie voor dit zogeheten replicatie-onderzoek zou al veel helpen, aldus de KNAW.

Drie Nederlandse onderzoekers leggen uit waarom ze tóch aan dit herhaalonderzoek zijn begonnen, gesteund door NWO met speciaal daarvoor vrijgemaakt geld.

Karin Tanja-Dijkstra, universitair docent (VU Amsterdam)

Herhaalt: invloedrijke studie die stelt dat de natuur meer onthaast dan de stad.

Karin Tanja-Dijkstra heeft van subsidieverstrekker NWO geld gekregen om het meest aangehaalde onderzoek in de omgevingspsychologie te herhalen. Om te onthaasten moet je de natuur opzoeken en niet de stad, bleek in 1991 onder 120 proefpersonen. Zij keken eerst naar een stressvolle speelfilm, om daarna tien minuten naar beelden van een stad of stuk natuur te kijken. Bij de ‘natuurgroep’ daalde de stress sneller. Dat resultaat heeft nog altijd een gigantische invloed, zegt Tanja-Dijkstra. Op de hoeveelheid groen in de stad bijvoorbeeld, of de kamerplanten in een ziekenhuiskamer.

Met die subsidie kan ze ruim duizend proefpersonen betalen die over laboratoria wereldwijd diezelfde films gaan kijken. Vanwege dat grote aantal komt het onderzoek vast in een mooi vakblad, denkt ze. “Er is meer momentum nu, wat maakt dat ik zelf ook wil meedoen. Als ik in mijn eentje iets aan het herhalen was, had het weinig kracht.”

Maar ook als ze geen subsidie had gekregen, wilde ze dit oude onderzoek herhalen. “Puur omdat het zo’n hoeksteen is in ons vakgebied. Het is te belangrijk om niet zeker te weten of het klopt.”

Karin Hummel, postdoc tabaksontmoediging (Universiteit Maastricht en RIVM)

Herhaalt: onderzoek uit 2015 waaruit blijkt dat 14-jarigen door e-sigaretgebruik sneller tabak gaan roken.

Ook wanneer je een studie herhaalt, kun je tot nieuwe inzichten komen. En dus kan dat best in mooie vakbladen gepresenteerd worden, vindt Karin Hummel. Zelf onderzoekt ze of het roken van e-sigaretten jongeren stimuleert om ook echt te gaan roken. Een studie onder duizenden 14-jarigen uit de Verenigde Staten gaf in 2015 aan van wel. Er kwam veel media-aandacht. Hummel doet het in Nederland opnieuw.

Wil je de claim kunnen maken dat e-sigaretten leiden tot tabaksgebruik, dan moet dat in alle culturen gelden, zegt Hummel. Niet alleen in Amerika. Daarnaast is de e-sigaret veranderd, je wilt weten of het effect nog steeds speelt. “Tegenwoordig ziet hij er minder uit als een echte sigaret.”

“Je kunt zeggen dat het herhalen van oud onderzoek niet interessant is – het zou geen nieuws opleveren en daarom slecht verkopen aan tijdschriften. Maar elk resultaat dat wij nu bij de herhaling krijgen, vind ik interessant. Bijvoorbeeld dat het niet zo zwart-wit is als de Amerikaanse studie uitwees. Of dat het gewoon wél helemaal klopt. Dat wil je ook weten bij zo’n belangrijk onderwerp als rokende jongeren.”

Jelte Wicherts, hoogleraar methodologie van de sociale wetenschappen (Tilburg)

Herhaalt: onderzoek uit 2005 naar de stress die stereotypering teweegbrengt.

Gelukkig is er een omslag in hoe de wetenschap over replicatie-onderzoek denkt, zegt Wicherts. “Vijf of tien jaar geleden kon je je carrière wel opgeven als het je als jonge onderzoeker niet lukte om dezelfde resultaten te vinden als je voorgangers. Die zeiden dan arrogant: blijkbaar kun jij het gewoon niet. Nu is de gedachte eerder: er is dus wat mis met het origineel.”

Wicherts herhaalt een studie uit 2005 waaruit bleek dat vrouwelijke studenten gebukt gaan onder de druk om net zo goed te scoren op wiskundeopgaven als mannelijke. Door die druk maken ze juist meer fouten. En iedereen die in een hokje wordt geplaatst, loopt dat risico.

Het leek een bewerkstelligd effect, maar de laatste jaren begon het scheurtjes te vertonen. “Studies met weinig proefpersonen vinden een groot effect, groot opgezette studies vinden een klein effect. Wij willen nu weten: als we heel erg veel mensen optrommelen, blijft er dan überhaupt wat van over?”

Omdat hij het met zijn subsidie zo groot kan opzetten, verwacht Wicherts wel in een vermaard vakblad te komen. “Wat dat betreft is dit geen typisch herhaalonderzoek.”

Lees ook ons stuk van afgelopen maandag over de noodzaak van herhaalonderzoek terug. Volgens de KNAW wordt nu te vaak voortgeborduurd op foute resultaten. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden