Column

Deze tijd schreeuwt om beelden in het bos

Stijn Fens. Beeld Jorgen Caris

Achter op deze krant staat een rubriek die ik zelden oversla. Onder het kopje 'Naast het nieuws' is een foto te zien. Dat 'Naast' is vet gedrukt en krijgt zodoende enige nadruk. 'Naast' suggereert hier: je telt niet helemaal mee. Andere foto's waren beter dan jij.

Ik hou van de foto's in deze mooie buitenwijk van de krant. Vaak vertellen zij mij meer over leven, liefde en dood dan al die nieuwsfoto's op de bladzijden ervoor.

Afgelopen woensdag stond er weer zo'n mooie foto achterop. Je ziet een open plek in een bos, waar een aantal mensen op evenementenstoelen verzameld is rond een beeld dat zo te zien van de heilige Antonius van Padua is. De bruine franciscaner pij, een lelie (symbool van kuisheid) en een boek in zijn linkerhand waarop het Christuskind zit.

Er gebeurt heel veel op kerkelijk gebied in het Gahanese Kumasi. Deze gelovigen nemen deel aan een dienst in de openlucht, maar er zijn ook goed bezochte bijeenkomsten met zang en dans op straat en gebedssessies voor uitsluitend vrouwen, die de hele nacht voortduren. Niet alleen katholieken komen graag naar Kumasi, het is een stad voor alle gezindten. Beeld REUTERS

De gelovigen zitten gescheiden van elkaar. Voor in beeld zit een man (een vader?) met vier kinderen, je ziet hen op de rug. Het meest linkse kind kijkt om naar de fotograaf. Rechts zit een vrouw alleen. Dat zou de moeder van het gezin kunnen zijn. Ze heeft voor de gelegenheid een mooie oranjekleurige jurk aangetrokken. Waarom zijn zij naar deze open plek in het bos gekomen? Zijn ze iets kwijt? (Sint-Antonius is de patroon van de verloren voorwerpen.)

Meer dan genoeg

Het bijschrift vermeldt dat de foto is genomen in de Ghanese stad Kumasi. "Deze gelovigen nemen deel aan een dienst in de openlucht", staat er. We weten nu iets meer, maar niet veel meer. Toch is het meer dan genoeg.

Op internet lees ik dat Kumasi (anderhalf miljoen inwoners) de op een na grootste stad van Ghana is en een stedenband heeft met Almere. Ik moest aan een andere iconische plaats in ons land denken: Kaatsheuvel, of meer precies het Sprookjesbos van de Efteling.

Daar zag ik zo'n vijfenveertig jaar geleden voor het eerst het beeld van Roodkapje. Ze belde aan bij het huis waar de grote boze wolf in bed moest liggen, maar die kon ik aanvankelijk nog niet zien. Het gaf niets. Alleen Roodkapje maakte al veel in mij los: nieuwsgierigheid, angst.

Prikkelen van de verbeelding

Ik wil de heilige Antonius geenszins vergelijken met Roodkapje, maar toen ik die mensen in dat bos in Ghana verzameld zag, moest ik dus meteen aan dat brave meisje in het pretpark denken. Beide beelden prikkelen zoiets als de verbeelding. Bij de een is de ervaring religieus, bij de ander is het meer fantasie. Dat effect bereik je alleen maar als je je overgeeft en alle ratio terzijde legt, anders blijft een beeld in het bos een beeld in het bos.

Laatst noemde iemand mij in deze krant een 'sprookjesaanbidder'. Het was geloof ik niet bedoeld als compliment. Zowel bij het katholiek geloof als bij sprookjes - is dan de redenering - gaat het om mooi geschreven verhalen, met een vleugje magie, maar uiteindelijk is het allemaal nep.

Ik weet niet precies wat ik geloof, maar ik geloof heel erg in taal. Rijke taal, niet dichtgetimmerd, maar met kieren tussen de letters waardoor vergezichten en visioenen tevoorschijn kunnen komen.

Schade aan de verbeeldingskracht

Wie schrijft er tegenwoordig nog sprookjes? Wie denkt er nog weids? Wie neemt ons nog op sleeptouw met een verhaal? Met het langzaam verdwijnen van wat wel de 'grote verhalen' worden genoemd uit onze samenleving, lijkt ook onze verbeeldingskracht schade te hebben opgelopen.

Ik zag afgelopen zondag vijf stropdassen op televisie met elkaar in debat gaan. Er werden heel wat woorden achter elkaar geplakt. Zo maar, zonder dat iemand er wat aan deed. Vast en flex, voltooid en leven, vluchtelingen en instroom. Nergens een weids vergezicht, alles dichtgesmeerd met korte termijn-taal.

Deze tijd schreeuwt om beelden in het bos. Ik doe een voorstel: we halen massaal evenementenstoelen weg uit gokhallen, concertzalen en overheidsgebouwen en samen lopen we het bos in. Eenmaal aangekomen op de open plek staat het beeld ons al op te wachten. Eerst is het stil. Dan begint iemand te bidden, een ander zet een bijna vergeten lied in, een derde droomt hardop.

Na afloop zal iedereen zeggen iets anders ervaren te hebben, maar niemand beweert dat er in dat bos niks is gebeurd.

En daarom noem ik mij zelf sprookjesaanbidder.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden