Deze plaats ís al een monument

Vandaag moet in Duitsland een einde komen aan een debat dat ruim elf jaar heeft geduurd en dat vaak pijnlijk en zeer confronterend was. In de ochtenduren vergadert de Bondsdag over de vraag welk monument in het hart van Berlijn moet worden opgericht ter nagedachtenis aan de holocaust. Drie varianten staan ter discussie. En geen enkele lijkt overtuigend.

Dr. Günter Morsch, directeur van het museum in het voormalige concentratiekamp Sachsenhausen, hoopt dat er vandaag een einde komt aan de pijnlijke en moeizame discussie over de oprichting van een holocaust-monument in het centrum van Berlijn. Het zal tijd worden, vindt hij. ,,Ruim elf jaar praten is wel genoeg.''

Morsch zal er bij zijn als de Bondsdag vanochtend begint aan wat op voorhand al 'een historisch debat' heet over de vraag welk monument er moet komen te staan op de enorme vlakte tussen de Brandenburger Tor en de Potsdamer Platz.

Tijdens het interview gaat de telefoon: een bode van het parlement vraagt hoeveel stoelen Morsch en zijn collega-directeuren van andere concentratiekamp-musea op de publieke tribune willen hebben. Het antwoord klinkt raar in de oren: ,,Eens even kijken. Neuengamme komt, dat weet ik zeker, Dachau ook, de rest weet ik nog niet. Ik bel u vanmiddag nog terug.''

Morsch hoopt ook van ganser harte dat de Bondsdag een wijs besluit neemt en niet voor het ontwerp van de Oost-Duitse theoloog Richard Schröder stemt. ,,Hij verwisselt slachtoffer en dader'', is zijn korte commentaar.

Schröder stelt voor om op de vlakte een eenvoudige zuil te plaatsen met daarop de tekst: 'Gij zult niet moorden'. Aanvankelijk wilde hij deze opdracht slechts in het Hebreeuws vermelden. Dat lokte scherpe reacties uit. De opdracht niet te moorden kan tegen iedereen gericht zijn, maar het is wel ongelukkig als alleen de slachtoffers, de joden, de tekst kunnen lezen. Het ontwerp is inmiddels aangepast: er komen meerdere vertalingen.

De Bondsdag praat over drie voorstellen. Het tweede is het bekende, eveneens aangepaste, ontwerp van de Amerikaanse architect Peter Eisenman. Hij stelt een labyrint van 2700 palen van verschillende lengte voor. Günter Morsch: ,,Ik vind Eisenman ook niet echt overtuigend, maar je kunt er tenminste over praten. Dat kun je over het ontwerp van Schröder niet.''

In de oorspronkelijke opzet van de Amerikaanse architect waren maar liefst vierduizend palen voorzien, maar dat vond iedereen te gortig. Hij heeft er dertienhonderd af gehaald.

Het derde voorstel is een variant op het vorige ontwerp. Daarin zijn er nog minder palen. De vrijgekomen ruimte wordt gebruikt voor een museum en een bibliotheek. Deze optie heeft de sterke voorkeur van de minister van cultuur, de SPD'er Michael Naumann.

Maar Morsch moet er niets van weten. Ook hier dreigt weer een wisseling van slachtoffer en dader, vindt hij. ,,Het zou moeten gaan om de herdenking van de slachtoffers. In zo'n museum en bibliotheek komt vooral informatie over de wandaden van de nazi's. Maar dat zijn de daders.''

Bovendien, aldus Morsch, zijn er in Berlijn en omgeving al zoveel musea die de misdaden van het Hitler-regime belichten: ,,Op loopafstand van de plek waar het holocaust-monument komt, is Topografie des Terrors, een indrukwekkende tentoonstelling. Even buiten Berlijn is het huis van de Wannsee-conferentie, waar in januari 1942 de uitvoering van de Endlösung is geregeld. In dit museum in Sachsenhausen is te zien hoe gruwelijk de nazi's in de concentratiekampen opereerden. En hier even naar het noorden ligt Ravensbrück, met ook een museum. Als je de voorkeur van Naumann zou volgen, ga je de betekenis van al die bestaande musea verminderen.''

Günter Morsch heeft de discussie van de laatste twaalf jaar op de voet gevolgd, heeft er ook actief aan meegedaan, en is er niet vrolijker van geworden. Hij zag al dan niet verkapte pogingen om het debat te traineren met als kennelijk doel dat er helemaal geen monument zou komen. ,,Er zijn nu eenmaal mensen die een Schluss-strich onder het verleden willen zetten. Vroeger zaten die alleen in het rechtse kamp, maar tegenwoordig zijn ze ook in de linkse hoek te vinden. We moeten alert blijven.''

De discussie heeft daarom zo lang geduurd omdat de deelnemers sterk uiteenlopende visies op het nazi-tijdperk hadden en hebben. Morsch: ,,Het is nogal van belang hoe je er tegenaan kijkt. Ik heb gemerkt dat sommigen die twaalf jaar van 1933 tot 1945 als het ware uit de Duitse geschiedenis willen snijden, die periode willen isoleren. Wat er toen gebeurd is, de holocaust, zien ze als een bedrijfsongeval. Terwijl het dat in mijn ogen absoluut niet is. Die twaalf jaar maken een integraal deel uit van de Duitse historie, het is één lijn.''

De verwachting is dat het tweede voorstel (de lichte voorkeur van Morsch) het vandaag in de Bondsdag gaat halen. Of daarmee de discussie ten einde is, is nog niet zeker. De Berlijnse burgemeester Eberhard Diepgen is fel tegen deze Eisenman-variant gekant en heeft al aangekondigd dat hij alle juridische middelen zal gebruiken om te voorkomen dat dit ontwerp ook werkelijkheid wordt.

Parlementsvoorzitter Wolfgang Thierse krijgt vanochtend, vlak voor het debat, een paar boekwerken aangeboden met een totale dikte van twaalfhonderd pagina's. Ze zijn de weerslag van de lange discussie die gevoerd is in kranten, op symposia, en in het Berlijnse stadsparlement.

Het resultaat (als burgemeester Diepgen faalt) is een monument waarover vrijwel niemand echt enthousiast is. Morsch: ,,Nou is het ook moeilijk een gedenkteken te ontwerpen dat bij grote groepen indruk maakt en dat de tand des tijds kan doorstaan. In feite ken ik er op de hele wereld maar twee: dat bij Auschwitz en het Vietnam-memorial in Washington.''

Op de houten schutting die het gigantische terrein bij de Brandenburger Tor in Berlijn omzoomt, zijn vele hartekreten en suggesties geschreven. ,,Deze plaats ís al een monument'', staat er. Kunstenaars en intellectuelen hebben voorgesteld de kale vlakte maar leeg te laten.

Elk monument is omstreden en roept een tegenreactie op. Enkelen van hen zijn met het idee gekomen hier een groot bord neer te zetten met als tekst: 'Hier zou een holocaust-monument worden opgericht. De pogingen daartoe zijn mislukt.'

Want alles beter dan zo'n enorm palenveld van Eisenman, door de schrijver Martin Walser omscheven als 'een nachtmerrie ter grootte van een voetbalveld'.

Günter Morsch kan zulke alternatieve voorstellen waarderen, maar geeft toch de voorkeur aan een monument à la Eisenman: ,,We moeten in het centrum van de hoofdstad en het nieuwe regeringscentrum een gedenkteken hebben ter herinnering aan de zes miljoen vermoorde joden. Wat mij betreft mag het nog wel iets centraler komen te staan. Waarom niet recht tegenover de Rijksdag?''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden