Interview

Deze paralympiër wil dat u weet: mensen met handicap zijn niet zielig

Kees-Jan van der Klooster: 'Als je je gedraagt als koning Rolstoel, kom je nooit verder.' Beeld Bram Petraeus

Voormalig zitskiër Kees-Jan van der Klooster denkt dat de vijver van paralympisch talent veel groter zou kunnen zijn.

In de hoek van de tuin staat een trampoline. Eigenlijk voor de kinderen, maar voormalig zitskiër Kees-Jan van der Klooster (40) heeft er ook wel eens voor een fotoshoot met zijn zitski op gesprongen. Dat gaat hij nu niet doen, zegt hij lachend.

De fotograaf zet hem dit keer voor de schutting neer waar versleten ski's tegenaan zijn gespijkerd. Het zijn herinneringen aan zijn sportcarrière. Van der Klooster kwam tweemaal in actie op de Paralympics, in Vancouver en Sotsji.

Deze week volgt hij de paralympische verrichtingen vanuit zijn huis in een bungalowpark in Tienhoven aan de Maarsseveenseplassen bij Utrecht. Daar woont hij met zijn vrouw en twee kinderen, een zoon van drie en dochter van acht maanden oud.

Voorbeeld voor een nieuwe generatie

Van der Klooster hielp de meeste zitskiërs die in Pyeongchang in actie komen op weg in de sport. Zelf was hij jarenlang de enige zitskiër die op hoog niveau in actie kwam in Nederland. Hij was een voorbeeld voor een nieuwe generatie.

Met meer medailles dan ooit, tot nu toe zeven stuks waarvan driemaal goud, en een grotere ploeg dan ooit met negen paralympische atleten is Van der Klooster trots op zijn opvolgers. Maar het kan nog veel beter, vindt hij.

"De vijver met paralympisch talent zou veel groter kunnen zijn", zegt hij na de fotosessie binnen aan de keukentafel. Tijdens de lessen rolstoelvaardigheidtraining die hij geeft op mytylscholen ziet hij regelmatig talent voorbij komen. Maar ze denken nog te vaak in beperkingen. "Een hele grote groep gaat pas naar de sportclub als je ze er letterlijk vijf of zes keer aan de hand mee naar toe neemt. Ik zie zoveel mensen voorbij komen die veel meer potentie hebben dan ze denken. Niet alleen in de sport, maar in het leven."

Hij maakte een dodemansval: 'geluk'

Zelf kwam Van der Klooster in 2001 op 23-jarige leeftijd in een rolstoel terecht bij een ongeluk met zijn snowboard. Hij stond in de sneeuw en moest zichzelf 2,5 meter naar beneden laten zakken. Hij viel voorover en maakte 'een soort dodemansval' waarbij hij zijn rug brak en een dwarslaesie opliep.

"Ik viel headfirst naar beneden. Gelukkig knikte ik mijn hoofd zodat ik doordraaide op mijn rug. Als ik op mijn hoofd was geland, waren de gevolgen nog veel erger. Ik zeg altijd maar: ik heb geluk gehad. Dat snapt niet iedereen. Maar het is wel zo."

Eén keer heeft hij erom gehuild. Dat was in het ziekenhuisbed. "Ik realiseerde me dat ik mijn vriendin nooit meer achterop de fiets thuis kon brengen. Van dat idee kreeg ik spontaan tranen in de ogen. Niet van de gedachte dat ik nooit meer kon lopen."

Dat moment ziet hij nu als een eyeopener. "Ik draai dingen graag om. Als ik van zoiets kleins droevig kon worden, kon ik vast ook gelukkig worden van hele kleine dingen. Je moet die momenten wel kunnen zien om ze te vangen en ervan te genieten. Die dwarslaesie is een waardevolle les geweest. Ik ontmoette mijn vriendin anderhalve maand voor mijn ongeluk en ben nu al 17 jaar gelukkig met haar. Ze is de moeder van mijn kinderen en ik heb een prachtig leven."

Meelevende hand

Van der Klooster heeft alles wat hij zich kan wensen. Toch krijgt hij nog wel eens een meelevende hand op zijn schouder van mensen die het zo erg vinden wat hem is overkomen. Hij reageert dan vaak laconiek. Zo van: 'Joh, het is 17 jaar geleden, ik weet er wel mee te leven'. Maar mensen blijven het 'zo verschrikkelijk' vinden.

Die houding is precies de reden waarom Van der Klooster voorlichting geeft op reguliere scholen. Hij is gefascineerd door het beeld dat de maatschappij volgens hem van mensen met een handicap heeft. Op scholen stelt hij in een klas als eerste de vraag waar kinderen aan denken bij een gehandicapte. "De eerste reactie is vaak syndroom van down, iets geestelijks. Ik weet niet hoe dat komt, maar dat idee zit zo diep in de maatschappij. Dit uit zich soms in de manier waarop mensen me aanspreken, alsof ik hier iets mankeer", terwijl hij op zijn voorhoofd tikt.

Van der Klooster - brede stoere vent met baseballpet op - trekt dat slecht. Net als de vaak terugkerende vraag of hij ergens hulp bij nodig heeft. Hoe vriendelijk ook bedoelt, het werkt regie over je eigen leven niet in de hand, vindt hij. Staat hij in de supermarkt voor het schap met toetjes, komt er weer zo'n hulpvraag. "Ik probeer er op een ludieke manier op te reageren. Dan zeg ik: zal ik hopjesvla of vanillevla nemen?"

Of hij staat voor een deur als mensen half in paniek naar hem toe rennen om de deur open te doen. "Ik heb twintig deuren thuis, ik weet hoe ze werken", zegt hij dan met een knipoog. Toen hij nog actief was als paralympisch atleet trainde hij vaak in de duinen. Als hij als intervaltraining de strandopgang op reed, kwamen mensen hem soms ongevraagd duwen. Vindt hij maar raar. "Je pakt toch ook geen jogger op om die naar boven te tillen."

Gehandicapten zijn niet zielig

Van der Klooster gaat steeds harder praten. Hij vergeet helemaal de thee in te schenken. Het onderwerp raakt hem. Mensen moeten eens stoppen met gehandicapten zielig te vinden, vindt hij. Ze zijn niet zielig. "Het gaat mij om de menselijke benadering."

Als voorbeeld noemt hij de deze week overleden natuurkundige Stephen Hawking, met wie mensen vanwege zijn bekendheid wel op een respectvolle manier omgingen. "Als je hem tegen zou komen op een congres, ga je hem toch ook niet over zijn bolletje aaien? Dat zou totaal respectloos zijn. De grootste frustratie van de gemiddelde spastische jongere die moeilijk uit zijn woorden komt is dat mensen denken dat ze vijf jaar oud zijn."

Het effect van die overbezorgdheid is volgens de voormalig zitskiër dat mensen hulp verwachten voor dingen die ze misschien zelf kunnen. Ooit vroeg een cursiste in zijn training waarom ze moest leren om een stoepdrempel op te kunnen, omdat er in Nederland overal op- en afritjes zijn en mensen die je helpen. "Als dat de mentaliteit is om door het leven te komen, doe je net alsof je koning Rolstoel bent. Dan ga je leven naar het verwachtingspatroon van de maatschappij. Dan kom je nooit verder."

Complimenten werken ondermijnend

Van der Klooster vindt het belangrijk dat mensen met een handicap meer uit het leven halen. Dat ze het zelfvertrouwen krijgen om hun eigen weg te gaan. Dat kan volgens hem alleen als de maatschappij stopt met het betuttelen van mensen die een beperking hebben. "Als je tien keer per dag een compliment krijgt omdat je zelf je veters hebt gestrikt, werkt dat eerder ondermijnend dan opbouwend."

Hij ziet daarin een directe link met de ontwikkeling van de paralympische sport, die wat hem betreft al veel verder had kunnen zijn. Waarom is er bijvoorbeeld geen paralympisch ijshockeyteam in Nederland, vraagt hij zich af. "Talent is er genoeg. Maar bondscoaches scouten vaak talenten die al ergens anders in een programma zitten. Ze zouden eens wat verder moeten kijken. De vijver met potentieel talent zou veel groter kunnen zijn. Is dat geen mooie kop voor je artikel?"

Dan is het kwart over vijf en tijd om af te sluiten. De vader moet zijn kinderen ophalen van de crèche. Het avondeten is al gekookt, hij moet alleen nog even een vegetarische gehaktbal halen, want het gezin probeert bewuster te eten. Van der Klooster rijdt door de tuin naar zijn auto. Hij heeft geen hulp nodig met instappen. Dat men het maar weet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden