Recensie

Deze Orpheus is een glinsterend slotgezang van regisseur Pierre Audi

De gemaskerde goden zingen halfgod Orpheus in zijn glitterpak toe.Beeld Ruth Walz

Met een moralistische barokopera zet Pierre Audi een punt achter zijn dertigjarige carrière als regisserende directeur van De Nationale Opera. Audi's stijl is weer in alles herkenbaar, en toch fonkelt het soms als nooit tevoren in deze onbekende 'Orfeo'.

De Nationale Opera
La morte d'Orfeo
★★★★★

Glorieuze godenzoon, in de sterverlichte hemel zul je heel gelukkig zijn', zingen de goden Orpheus toe. Net daarvóór hebben ze hem de zwarte outfit, die hij hevig treurend in de onderwereld droeg, van het lijf getrokken. En daar staat hij dan in een pak vol glinsterende spiegeltjes. Hij droeg het al stiekem onder al dat zwart. En als Orpheus, nog altijd mokkend, in de slotakkoorden rond zijn as tolt, fungeert dat glitterpak als een heuse discobal. Het felle licht erop wordt in glinsterende sterretjes en flitsjes de zaal in gekaatst.

Een prachtig en verrassend fonkelend einde aan Pierre Audi's enscenering van Stefano Landi's 'La morte d'Orfeo' uit 1619. Heel theatraal, kleurrijk en opzichtig, bijvoeglijke naamwoorden die helemaal niet zo evident zijn voor wie Audi's stijl van regisseren kent. En dat allemaal in het Muziekgebouw aan 't IJ, een concertzaal die eigenlijk niet geschikt is als operatheater. Want er zijn geen coulissen, er is amper plek voor een lichtplan en er is geen voordoek. Maar Audi en zijn team laten je dat vanaf de eerste noten vergeten.

Onder toeziend oog van prinses Beatrix zette Audi vrijdag met dit vergeten en moraliserende barokwerk een punt achter zijn 30-jarige carrière als regisserende operadirecteur van De Nationale Opera. In 1988 kreeg hij de leiding over het in zwaar weer verkerende gezelschap - er was morrend personeel, er waren grote financiële tekorten. Twee jaar later al regisseerde hij er zelf zijn eerste opera: Monteverdi's 'Il ritorno d'Ulisse in patria'. Die Audi-eersteling werd een groot succes en markeerde het begin van een regiestijl, waarin zand, water, vuur, steen, hout en aardse kleuren de overhand hadden. En in zijn ensceneringen liep, of liever: schreed men steevast op blote voeten, vaak een eenvoudige stok als staf in de hand. Contact met de vloer.

Herkenbaar

In 'La morte d'Orfeo' liep nu geen enkele van de tien zangers meer barrevoets, en was er geen zand, water, vuur, steen noch hout op de bühne te ontdekken. En toch was de Audi-stijl in alles herkenbaar. In de bewegingen van de zangers, in de lange tunieken (kostuums van Robby Duiveman), in de omgekeerd boven het gebeuren hangende bloesemboom (decor van Christof Hetzer), in de eenvoudige stokken voor de herders. Alles ademde Audi, tot aan die verrassende slotscène dan, waarin een soort fragmentatiebom van licht ontplofte. De zwartglimmende achterdoeken waren toen al langzaam omhooggetrokken, zicht gevend op een soort witte lichtscherven in een Escher-patroon. Effectvolle kitsch.

Opvallend ook dat Audi de halfgod Orpheus een soort doornenkroon op het hoofd had gezet en dat de goden hem, met maskers op, hoonden. Vertaling van de moraliserende teksten in de opera van Landi, geschreven voor het pauselijke Rome. Audi wilde de seksverslaafde verleider laten zien, die Orpheus in de mythe is vóór hij Euridice, de ware, tegenkomt. Niemand schreef ooit een opera over die episode uit het leven van Orpheus, en Audi hintte erop dat hij graag iemand een opdracht voor zo'n opera zou willen geven. Dan zou er met Monteverdi's 'Orfeo' en deze opera van Landi een chronologische Orpheus-trilogie ontstaan. Misschien iets voor het festival in Aix-en-Provence waar Audi vanaf september de scepter zwaait.

Aan het begin liet Audi heel kort, met donder en bliksem het fatale omkijk-moment zien waardoor Orpheus voorgoed zijn Euridice in de onderwereld verliest. Landi's opera begint na die gebeurtenissen, waarin Bacchus en zijn bacchanten wreed wraak nemen op ego-tripper Orpheus. Ze scheuren de mooie zanger in stukken. Terug in de onderwereld, nu echt dood, lacht Euridice hem uit, waarna Orpheus door zijn vader Apollo als ster aan de hemel geplaatst wordt.

Christophe Rousset, in die dertig Audi-jaren al veel vaker zijn muzikale partner, omlijstte het gebeuren fraai met Les Talens Lyriques, ditmaal bestaand uit slechts dertien musici. Er waren geen extra instrumenten toegevoegd, wat in dit soort opera's nogal eens gebeurd. Landi's muziek klonk compleet, aangevuld met twee ritornelli uit diens 'Il Sant' Alessio'.

Enthousiast onthaald

Met zijn tienen zongen de zangers alle 21 rollen en ze fungeerden tevens als het 'Griekse' koor waarmee de vijf aktes afsluiten. Juan Francisco Gatell voldeed met zijn extroverte geluid prima als Orfeo, maar het was Renato Dolcini die als Orfeo's broer Fileno met de vocale eer ging strijken. Landi gaf hem dan ook vijf fantastische strofen te zingen, waarin Fileno zijn moeder Calliope verhaalt van de dood van haar zoon. Een pendant van de muzikale crux in Monteverdi's opera als een boodschapster komt vertellen dat Euridice dood is. Audi maakte hier ook scenisch een hoogtepunt van, met Magdalena Pluta als aangrijpende Calliope.

De productie, onderdeel van het Opera Forward Festival, werd in een tjokvolle zaal na twee uur enthousiast onthaald. Ook met een 400 jaar oude opera kun je dus in het jonge en bruisende OFF succes scoren.

De voorstelling is vanavond nog één keer te zien.

Lees ook:

Het interview van Peter van der Lint met Pierre Audi: 'Mijn hart blijft hier, in Amsterdam.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden