ReportageItalië

Deze migranten werden uitgebuit, nu runnen ze hun eigen coöperatie in Italië

Mobido Keita maakt kan schoon die hij gebruikte om yoghurt te prepareren.Beeld Giacomo Sini

Jarenlang werden ze als illegale immigranten uitgebuit in de Italiaanse landbouw. Nu hebben de Malinese Mobido Keita en Abu Sidibe hun eigen coöperatie. “Wij zijn hier zelf de baas. Er is niemand die ons commandeert.”

In de stalen bak is de gekookte melk aan het afkoelen wanneer Mobido Keita de driehonderd glazen potten klaarzet. De 33-jarige man uit Mali kijkt of alle potten brandschoon zijn en giet ze dan vol. “Over een paar uur is dit lekkere yoghurt, die we morgen op de markt in Rome verkopen”, zegt hij in steenkolenitaliaans en met een tevreden glimlach. 

Van het gebouwtje waar Keita zijn yoghurt maakt, loopt een pad de heuvel af, tot vlak bij de oever van het meer van Martignano. Daar staan twee collega’s voorover gebogen rode kolen te oogsten. Om hen heen staan rijen savooiekool, groene kool, Romeinse broccoli en knoflook. Ze horen alleen vogels en af en toe een vliegtuig overkomen. “Dit is hard werken, maar het is fijn werken. Want hier zijn wij zelf de baas. Er is niemand die ons commandeert”, zegt de Malinees Abu Sidibe.

Standhouden

Keita en Sidibe zijn twee van de zes Afrikaanse immigranten die hier, ten noorden van Rome, een opmerkelijk succesverhaal te vertellen hebben. Want zij runnen deze coöperatie als legale landarbeiders na jarenlang als illegale landarbeiders te zijn uitgebuit. Hun coöperatie hebben ze Barikamà genoemd. “Dat betekent ‘degenen die standhouden’ in het Malinees”, licht Keita toe.

De zes mannen hoorden tien jaar geleden nog bij de groep van honderdduizenden illegale immigranten die door Italië trekt. Die groep strijkt in het zuidelijke gewest Apulië neer voor de tomatenoogst en in Calabrië voor de sinaasappeloogst en in Sicilië voor de mandarijnenoogst. Hun werkomstandigheden zijn overal even slecht: ze slapen in zelfgebouwde krottenwijken en uitgewoonde huizen en verdienen een paar tientjes per dag. Politie en justitie lijken niet tegen deze wijdverbreide en hardnekkige uitbuiting te zijn opgewassen. Keita: “Het moeilijkste vond ik dat we geen vaste uren hadden. We moesten werken zolang het licht was, van zonsopgang tot zonsondergang.”

Een van de zes Afrikaanse immigranten die hier, ten noorden van Rome, een opmerkelijk succesverhaal te vertellen heeft: het verhaal van een eigen landbouwcoöperatie.Beeld Giacomo Sini

Nadat de zes in 2010 uit Calabrië waren gevlucht toen daar gewelddadige rellen tussen Afrikaanse migranten en de lokale bevolking uitbraken, belandden ze op het grote treinstation van Rome. Daar werden ze aangesproken door hulpverleners van een sociaal centrum die de migranten aan werk wilden helpen. Keita en z’n vrienden dachten aan yoghurt maken omdat sommigen van hen dat in hun geboorteland ook al deden. 

Hun Italiaanse helpers legden contact met de familie die deze boerderij annex kaasmakerij aan het meer van Martignano bezit. De zes immigranten kwamen met de familie overeen dat ze hier yoghurt konden maken en groenten konden verbouwen in ruil voor 35 cent van iedere euro die ze verdienen. De coöperatie werd een feit, en daarmee even later ook hun verblijfsvergunningen. Zodra je in Italië een arbeidscontract hebt, kun je in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning. Die laatste vervalt weer wanneer het contract is afgelopen. 

Deze Malinese immigrant in Italië verkoopt op een markt in Rome de groenten verbouwd in zijn eigen coöperatie Barikamà.Beeld Giacomo Sini

Dromen

De migranten verkopen hun groenten en yoghurt inmiddels op een vast aantal markten in Rome. Daarmee verdienen ze ongeveer zeshonderdvijftig euro per maand – wat ook in Italië erg weinig is. “Het gaat net”, meent Keita, die in Rome een klein huurappartement met een collega deelt. Waar de zes nu van dromen, is het oprichten van een eigen landbouwbedrijfje zodat ze aan niemand meer geld hoeven af te dragen. “We zouden graag land huren met kassen erop. Maar dat kost duizenden euro’s en die hebben we niet.”

Doodgewerkt voor een hongerloontje

Uitbuiting in de landbouw komt niet alleen onder immigranten zonder papieren voor. Er zijn naar schatting ook enkele tienduizenden Italianen die zich voor een hongerloontje kapot werken. Deze praktijken onder Italiaanse staatsburgers blijft goeddeels onderbelicht en komt alleen af en toe aan de oppervlakte wanneer het ergens helemaal mis is gegaan. Zoals toen Pasquale Fusco vorig jaar september overleed. Zijn hart begaf het terwijl hij in de buurt van Napels meloenen aan het oogsten was. Fusco was 55. Nadat zijn slagerij op de fles was gegaan, had hij geen ander werk kunnen vinden dan dat van zwartwerkende landarbeider.

In de zomer van 2015 meldden de media dat Paola Clemente – 49 jaar oud – aan een hartaanval was gestorven. Ze bezweek op een hete julidag terwijl ze in Apulië druiven sorteerde. De vrouw moest iedere dag om twee uur in de nacht opstaan om het busje te halen dat haar naar haar werk bracht – twee uur heen en twee uur terug. De aanklagers die haar dood onderzochten en een rechtszaak tegen haar werkgevers voerden, ontdekten dat ze vaak twaalf uur per dag in de wijngaard werkte en er 30 euro mee verdiende.

Lees ook: 

Gaat de Italiaanse wet om meer migranten terug te sturen echt werken?

Met een nieuwe wet wil Italië het aantal uitzettingen van migranten flink opvoeren. Maar tegenover de spierballentaal van Legaleider Matteo Salvini staan de verwachtingen van de wet in de praktijk: meer illegalen, minder integratie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden