Deze kaak bewijst dat al ruim 160.000 jaar geleden mensen op de Tibetaanse hoogvlakte leefden

Reconstructie van de kaak van de mens van Xiahe.Beeld Jean-Jacques Hublin, MPI-EVA, Leipzig

Een kaak, gevonden in een grot op 3000 meter hoogte, vertelt welke mens de Tibetaanse hoogvlakte veroverde.

Overleven in de barre omstandigheden van de Tibetaanse hoogvlakte heeft de mens al geleerd lang voordat hij zijn moderne gedaante van Homo sapiens (‘de wijze’) aannam. Dat concludeert een internationale ploeg wetenschappers uit analyses van een stuk kaak dat in een grot in het Chinese Xiahe werd gevonden.

De vondst is niet van gisteren; de kaak werd al zo’n veertig jaar geleden in de grot gevonden. Maar nu pas is de wetenschap in staat te achterhalen aan wie hij toebehoorde, schrijven de onderzoekers in vakblad Nature.

DNA was in de kaak niet meer te vinden, dat maakte het een lastige klus. De onderzoekers, geleid door de Chinees Fahu Chen, vonden wel eiwitten, die al in de kaak moeten hebben gezet toen de eigenaar nog in leven was. Dat was zo’n 160.000 jaar geleden. En daarmee is deze mens van Xiahe verreweg het oudste spoor van de mens in Tibet.

De tot nu toe oudste bewijzen dat de mens op deze hoogvlakte rondliep waren 40.000 jaar oud. En dat moet een Homo sapiens zijn geweest, die toen inmiddels de heerschappij in handen had. Vandaar het idee dat pas de moderne mens heeft geleerd te overleven met die barre temperaturen, de voedselschaarste en het weinige zuurstof op de Tibetaanse hoogten.

Deze nieuwe vondst verandert het verhaal ingrijpend. De eigenaar van de kaak was zeker geen Homo sapiens, want die moest toen uit Afrika naar Azië komen. Analyse van de kaak wijst volgens de onderzoekers uit dat hij toebehoorde aan een Denisovamens.

Als die conclusie standhoudt dan is deze bijna veertig jaar oude vondst extra spectaculair. De Denisovamens dankt zijn naam aan de gelijknamige grot in Siberië, de enige plaats waar tot nu toe resten van deze oermens zijn gevonden. Xiahe is de eerste vindplaats buiten Siberië, en het eerste fossiele bewijs dat de Denisovamens zich over een groot gebied heeft verpreid.

De Denisovamens was een neef van de Neanderthaler. En beiden behoren tot een uitgestorven tak van de mens. Maar ze hebben wel hun sporen nagelaten. Het DNA van nu levende mensen bevat nog sporen van genetische eigenschappen van deze oertakken.

De Tibetanen van vandaag, en de sherpa’s die zware lasten naar boven brengen, danken hun vermogen om te leven en te werken op grote hoogten aan genetische eigenschappen die ze van de Denisovamens hebben geërfd.

Dat was al bekend. Maar de grote vraag was waarom de Denisovamens die eigenschappen in vredesnaam had. De enige plek waar zijn resten waren aangetroffen was die Siberische grot. En die ligt op nog geen 700 meter hoogte. De grot in Xiahe, waar deze kaak werd gevonden, ligt op meer dan 3000 meter hoogte. Dat verklaart het raadsel: de Denisovamens had de eigenschappen waaraan de sherpa’s nu hun kracht danken, omdat hij al vroeg in hun bergen leefde.

Lees ook

De Homo sapiens vertrok al veel eerder uit Afrika dan gedacht

Hoe kwam de Homo sapiens vanuit Afrika in Israël terecht? De vondst van een kaak werpt die vraag op.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden