Column

Deze jubel voor de grote speler Van Persie is beledigend

Beeld Maartje Geels

Robin van Persie vertelde ons in de dagen voor het EK 2008 een mooi verhaal. Hoe hij ergens in zijn eerste jaren bij Arsenal na een hersteltraining in de jacuzzi had kunnen kijken en was blijven kijken naar Dennis Bergkamp.

Bergkamp, op een trainingsveldje met twee junioren. “In drie kwartier tijd maakte hij geen enkele fout”, zei Van Persie. “Niemand keek, er was alleen een fitnesscoach bij. Hij en wat borden, een oefenvorm en twee jeugdspelers. Zo uniek dat je dat voor jezelf doet. Dat je gewoon voor jezelf geen fout wilt maken.”

Zo moest je als prof zijn, zo wilde Van Persie ook zijn: fouten uitsluiten door voortdurende concentratie, ook bij het simpelste, door eindeloze herhaling ook.

Seizoen voorbij

Een jaar of veertien later zit Robin van Persie op de bank bij Feyenoord, zichtbaar in gedachten verzonken – gewisseld, 3-0 achter tegen Ajax, seizoen voorbij, loopbaan voorbij. Hoe zal hij nu, denk ik, naar Steven Berghuis kijken? Hoe heeft die bij Feyenoord naar hem gekeken?

Van Berghuis werd gezegd dat Van Persie lekker met hem kon samenspelen en Berghuis zelf, zag je, geloofde dat maar al te graag. Hij ging er naar lopen, showy, als een kloon.

Groot verschil: Berghuis is er één van de ego-trap, één van het moderne voetbalexhibitionisme. De trap kan er mooi uitzien, maar is er één ter meerdere eer en glorie van alleen de trapper: wat de medespeler ermee kan doen, met zo’n draaiende bal uit de lucht, zoekt die zelf maar uit. De ego-trap sluit geen fouten uit, hij werkt ze in de hand.

In het peinzen van Van Persie las ik: nooit keek hij echt naar mij, zoals ik naar Bergkamp.

Nadagen

Maar dat kan hij niet zeggen. Hij kan veel niet zeggen, het meeste niet, nu het seizoen afloopt zoals dat (een topspeler in zijn nadagen, een matige ploeg) was te voorzien. Ik had het verstandig gevonden, schreef ik hier al vaker, als Van Persie na vorig seizoen zou zijn gestopt – als hij zich dit had bespaard.

Mij werd tegengeworpen dat het toch mooi is dat een sporter, een liefhebber, doorgaat met wat hij leuk vindt. Maar hoeveel plezier had hij nog echt kunnen hebben? Hoeveel plezier kan hij nu nog hebben?

Mij werd tegengeworpen dat het mooi kan zijn dat een sporter ook de neergang wil doormaken, de sport in al zijn facetten wil proeven. Dat kan een mooi beeld zijn, ja. Maar wie Van Persie bij Oranje volgde, wie van nabij zag en voelde hoeveel moeite hij ermee kon hebben in de schaduw van anderen te staan, die kon moeilijk geloven dat voor hem het doorleven van de neergang een drijfveer voor nog een seizoen zou kunnen zijn.

Behoorlijk nutteloze zege

Mij werd later nog tegengeworpen dat hij twee keer scoorde in de 6-2 tegen Ajax. Wie de voetballer Van Persie recht wil doen, herinnere hem vooral níet daarom, om wat doelpunten in een aantoonbaar incident, een behoorlijk nutteloze zege die straks alleen in het geheugen van Rotterdam gegrift zal blijken.

Hans Kraay vroeg Van Persie woensdag of hij niet toch had genoten van zijn pass op Larsson, die zo een vroege kans kreeg. Zo’n vraag, na veel meer dan een 3-0 nederlaag, aan zo’n voetballer: dát is – ik schreef er vorige week over – wat Willem van Hanegem een belediging vindt.

Zo zullen nog wat passjes (doodnormaal voor een goede voetballer) of een doelpunt beledigend worden bejubeld, in de resterende wedstrijdjes om niks.

Het pijnlijkst voor een grote voetballer is het dat bij zijn afscheid de werkelijkheid wordt verdraaid, of dat er op z’n minst mee wordt gespeeld. Dat zal bij Robin van Persie gebeuren.

Henk Hoijtink

Chef sport Henk Hoijtink bespreekt in zijn columns de voetbalwereld. U leest alle columns in zijn dossier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden