Poëzie

Deze bundel bewijst dat je over poëzie helemaal niet ingewikkeld hoeft te doen

Beeld Maartje Geels

Het gebeurt niet vaak dat ik hardop moet lachen als ik poëzie lees. Maar afgelopen week schoot ik toch een paar keer flink in de lach toen ik zat te lezen in ‘Waar ik weg waai’, een bloemlezing met gedichten geschreven door mensen met een verstandelijke handicap.

Die 156 gedichten werden geschreven voor ‘Het Andere Gedicht’, een driejaarlijkse poëziewedstrijd. Een deskundige jury onder voorzitterschap van Dichter des Vaderlands Ester Naomi Perquin, viste al een paar mooie uit de stapel. Deze, van Kimberley Steenhuis, kreeg een tweede prijs:

In 1 keer kwam er paardengeur langs

Lekker, alsof er een paard was.

Ik wou de geur wel meenemen, in een plastic tas

Bewaren voor de anderen om in te ruiken

Het werkt sterk op de zintuigen, dit gedicht. Meteen trekt het je naar buiten en zet het je langs een wei of op een landweggetje. Zou dat komen omdat Steenhuis iets vluchtigs en ongrijpbaar als geur, in een handomdraai verandert in iets dat je vast zou kunnen pakken? In een tas zou kunnen doen? Het lijkt wel wat op wat Toon Tellegen in veel van zijn gedichten doet.

Vrolijk

Er staat nog meer in de bundel, het ene geslaagder dan het andere, maar genoeg om vrolijk van te worden. Ik veerde bijvoorbeeld op van de manier waarop Jean-Louis Assouad een kopje thee een menselijk gezicht gaf: “jouw thee staat hier al / een half uur op tafel / kou te lijden”.

Of van de relativerende toon van Martien Martens: “De wolken / en de zon er een beetje bij. / Hoe moet je dat zeggen / gewoon mooi weer.”

Ja, waarom ingewikkeld doen? Dat is misschien waardoor veel in deze bundel zo aanspreekt: er zit een zekere directheid in. De veelal spreektalige gedichten willen niet meer zijn dan de uitdrukking van dat ene moment, die ene dag of dat gewone tochtje in de file. Er gaat geen complexe theorie achter de regels schuil, zoals een strakke versbouw er vreemd aan is.

Dat zou je een bezwaar kunnen vinden, ware het niet dat die argeloze manier van kijken verrassende beelden oplevert: ‘“In de mist / woonde een woord.” Het zijn regels zonder opsmuk waar een oprecht soort verwondering uitspreekt, die evengoed iets nuchters heeft: “Ik ga naar de grote Hemel / Dat komt wel goed”, weet Hilbrant van de Bijl.

Het gedicht waaraan de bundel zijn titel ontleent, over fietsen in de storm, viel dan weliswaar buiten de prijzen, maar heeft wel deze ritmische regels, dit frisse herfstige beeld: “Waar ik weg waai / Waaien mensen met me mee”.

En bijzonder ook - alleen al vanwege het onverwachte slot - waren de nauwkeurige observaties van letters van Angelique Groen. “Letters maken wit papier / mooier”.

Die van haar zeker, ze kreeg er de eerste prijs voor.

Letters:

het zijn rondjes

vierkantjes

streepjes

met of zonder puntjes

dicht bij elkaar

of met veel wit ertussen

Letters maken wit papier

mooier

Ik kan niet lezen.

Waar ik weg waai. 156 gedichten van mensen met een verstandelijke handicap
Stichting Special Arts 
160 blz. € 14,95

Janita Monna schrijft wekelijks over poëzie voor Trouw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden