Deurmat van glas

Het oudste park van Amsterdam is meer een groot plantsoen. Je kunt het bij betreden in vrijwel één oogopslag overzien. Een hoog hek scheidt het van de straat, de toegangspoort bestaat uit twee pijlers met erbovenop twee lantaarndragende gevleugelde sfinxen. Ze hebben ook nog borsten.

De twee dixi-toiletten die voor de zuilen staan zullen wel tijdelijk zijn.

Een rond gazon, omgeven door een pad. Langs het pad groene banken, in sommige rugleuningen de namen van bekende buurtbewoners. Gerard Reve, Adriaan Morriën, Henri Polak. Het gazon draagt de sporen van veel gebruik, het is hier en daar kaal en doorschijnend. Een jonge vrouw in lycra doet er rek- en strekoefeningen onder toezicht van een personal trainer, een donkere man in zwarte kleding. Op zijn hoofd een zwarte alpinopet. Af en toe doet hij, heel kort, een oefening voor.

Het Wertheimpark. Opgedragen is het aan een negentiende eeuwse bankier, in een tijd dat bankiers nog weldoeners waren. De dank van de burgerij is samengebracht in de fontein, die aan de rand van het gazon staat en die uit twee bassins bestaat. In de rand van het bovenste de dankregels gewijd aan Wertheim. 'Der armen help, der zwakken staf, der menschheid vriend, een wekstem tot leven, den kunstenaar tot steun, den tragen tot spoorslag, door stad en land betreurd' .

Vind ze nog maar, zulke bankiers.

Iets verderop langs dat gazon een machtige, monumentale boom, en slierten van bloesem. "Een vleugelnoot", zegt een man die met een grasmaaier in de weer is. Hij onderhoudt het park. De boom is 173 jaar oud, voegt hij eraan toe. "De stam is hol, maar hij zit nog goed in het blad. Ginds is er nog één."

Hij wijst op andere bomen, een tamme kastanje, een grote iep, drie acacia's, een jonge magnolia, en - aan de achterkant van het Auschwitzmonument - een driepoot van torenhoge populieren. "Ze lekken van binnen", zegt hij en laat de natte plek tussen de stammen zien.

Bloedende populieren.

Zou het grote namenmonument van Daniel Libeskind er komen dan zou het definitief met ze gedaan zijn. Een zigzag van muren ontwierp de wereldberoemde Amerikaanse architect, in opdracht van het Auschwitzcomité, met erin gegraveerd de namen van alle in de oorlog vermoorde Nederlandse Joden, meer dan honderdduizend.

Een groot namenmonument in een plantsoen. Erachter een tennisbaan. Ervoor de vleugelnoot en die zes platen van gebroken glas van Jan Wolkers, die nu nog aan drie zijden door sombere taxusbomen omsloten worden, maar straks blootliggen in een leeg veld.

Klein zal het werken dan.

Een deurmat van glas, voor een murencomplex. Wolkers' weduwe protesteerde. En ook de buurt. In spandoeken hangen de protesten nog tegen de hekken. 'Einde park' staat er, en 'Wij buren willen geen muren' en 'Geen bussen maar bomen'.

Kleinsteedse benauwenis. Maar het hielp. Het namenmonument komt er niet, vooralsnog. Al die namen, die moeten wachten, al zo lang.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden