Deugde die coninck van Hispanje?

Als koningin Beatrix in het toch al zo gedenkwaardige jaar 2000 bij de tombe van Karel V in het Escorial staat zal misschien menig onderdaan hierin een besmeuring zien van de gedachtenis van Jan de Bakker, Johannes Pistorius, ex-priester, verbrand door de inquisitie wegens lutherse en wycliffiaanse ketterijen te Den Haag in 1525, onder de zegenrijke heerschappij van Karel V; zijn landvoogdes Margaretha zat erbij en keek ernaar.

1500 Karel V te Gent geboren, zoon van Philips de Schone en Johanna de Waanzinnige. In de kinderen van de Majesteit en in die van haar zusters en in allen van die generatie en jonger heb ik weinig fiducie, maar zijzelf behoort zonder twijfel nog tot degenen bij wie de geschiedenisles het jaartal 1500/ Karel/ Gent voor eeuwig in het geheugen heeft gegrift.

Maar verder: wie was dat ook weer? En deugde hij? Kun je als fatsoenlijk burger wel champagne drinken bij zijn 500ste geboortedag? Is het gepast dezen 'coninck van Hispanje' te eren of zing ik in het Wilhelmus juist dat ik dat weliswaar altijd gedaan heb, maar dat de koning die eer heeft verspeeld, omdat hij niet erkende “dat ik God den Heere de hoogste Majesteit heb moeten obediëren in der gerechtigheid”?

Het was niet Karel V, maar diens zoon Philips II die - een halve eeuw na Jan de Bakker - de Acte van Verlatinge kreeg gepresenteerd. Vader Karel had het niet gemakkelijk als Heer der Nederlanden, dat broeinest van Reformatie; er was regelmatig oproer van het hongerlijdende gepeupel, maar zijn autoriteit of dat van de landvoogdes was nog niet in het geding. In de geschiedenisboekjes komt hij er beter af dan zijn fanatieke zoon.

Karel was geen genie; op sommige portretten lijkt hij met die weke, vooruitgestoken onderkaak, zo typerend voor de Habsburgers van toen, eerder een zwakbegaafd product van inteelt. Hij sprak voor zo'n wereldbestuurder veel te weinig talen, miste oratorische talenten en iedere culturele en literaire brille, maar hij was niet lui, hij voelde zich door God geroepen tot een hoogverheven taak om de eenheid van de wereld en het geloof te dienen - met uiteraard hemzelf en zijn familie in een hoofdrol.

Het had misschien heel goed kunnen uitpakken ware het niet dat hij al op zijn veertiende - na de dood van zijn grootvader keizer Maximiliaan - tot serieuze regeringstaken werd gedreven. Natuurlijk liep hij aanvankelijk aan de leiband van adviseurs, maar Karel was het duidelijke bewijs dat een goede koning niet als groentje op de troon moet komen; geestelijke, psychische en politieke rijping gaat beter langzaam in de schaduw.

In zijn persoon verenigde Karel de Duitse en Spaanse landen en de Nederlanden; zijn broer had Oostenrijk c.a., zussen waren koningin in Scandinavië, en een zus was met de Franse koning Frans I getrouwd. Zijn leermeester, de Nederlander Adriaan Boeyens werd tot paus gekozen: één Europa met Karel aan het hoofd en de paus voor de dogmatische kwesties leek binnen bereik. Als zwager Frans maar niet zo dwars lag en binnen Europa een geheel eigen hoofdrol voor zichzelf opeiste. Als die ketters er maar niet waren. Als de Turken (met Franse steun) maar niet zo dreigden in het Oosten.

Eenheid en rust in de tent, anders zou er nooit sprake kunnen zijn van één geloof, één wereld, één keizer, zo geloofde Karel. Maar hoe bereik je die voorwaarden? Karel V heeft nooit goed kunnen kiezen. Hij was voor compromissen met de lutheranen, voor kerkhervormingen die de protestanten de wind uit de zeilen zouden nemen. Zijn leermeester paus Adriaan VI zat ook op die lijn, maar stierf, van uitputting en tegenwerking. Maar het Spaanse bloed van de katholieke koningen Ferdinand en Isabella, stroomde door de aderen van hun kleinzoon Karel; zij hadden de moslims en de joden effectief uit Spanje verdreven en ze hadden het volk vermaak verschaft met autodafe's. Karel maakte geen eind aan geweld en onderdrukking, hij bleef geloven in het recht van vuur en zwaard als middel tot het heilig doel.

In het discours van de eerste helft van de zestiende eeuw was het idee van oecumene nog ver weg; weinigen konden zich een land of een stad voorstellen waar verschillende godsdiensten en levensovertuigingen naast elkaar zouden leven. Dat was bijvoorbeeld in Spanje weliswaar eeuwenlang zo geweest, maar daar was men nu net zo overzichtelijk vanaf; zelfs 's werelds grootste islam-bibliotheek in Granada was door de ijver van de inquisitie tot stof en as vergaan.

Karel kon zich niet verzoenen met de gedachte dat een onderdaan in zijn wereldrijk niet katholiek zou zijn. Het was hem op zichzelf onverschillig hoe dat nu precies zat met die drie sola's van Luther; hij wilde een concilie van verzoening, en daar had hij bij wijze van spreken menig dogma graag voor over. Het lukte allemaal niet; Europa brokkelde, Karels macht taande, ondanks de toevliedende rijkdommen uit de West, de ketters bleken goed- noch kwaadschiks uit te roeien. De bittere werkelijkheid van de godsdienstvrede van Augsburg (cuius regio eius religio - de vorst bepaalt de godsdienst van zijn onderdanen) moest hij accepteren als het faillissement van zijn levensdoel. Opgebrand en gedesillusioneerd trad hij af, 55 jaar oud.

Het idee dat Beatrix (namens ons) in 2000 bij Karels graf toast op diens brandstapels, zoals prof. Schutte van de VU leek te vrezen, is onzinnig. Dat Europa inmiddels verder is en beter weet dan de halfwas-keizer van weleer, is iets om bij wijze van bescheiden wens feestelijk op te drinken.

- Zie ook voorpagina: commentaar

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden