Desnoods spelen we het Irak-besluit na in het theater

Wie het regeerakkoord nauwkeurig leest, komt over een onderzoek naar de besluitvorming over de Nederlandse deelname aan de oorlog in Irak niets tegen. Duidelijk is dat de nieuwe coalitie daar niet aan wil. Dat gaf PvdA-leider Wouter Bos met zoveel woorden toe. De vraag is waarom Balkenende zo gekant is tegen een dergelijk onderzoek.

Terecht merkte oud-premier Van Agt (CDA) onlangs op dat het van tweeën een is; of er is iets te verbergen (lees: dat politiek explosief is) of er is niets te verbergen, maar waarom dan zo moeilijk doen?

Daar komt nog bij dat het raar is dat een nieuwe coalitie in het kader van een regeerakkoord over een toekomstige regeringsperiode afspraken maakt over de controlerende rol van het parlement over zaken die er in het verleden hebben plaatsgevonden.

We mogen hopen dat het parlement in ons dualistisch stelsel zijn eigen verantwoordelijkheid neemt. Zeker nu duidelijk lijkt dat bij de besluitvorming over de Nederlandse steun aan een toch niet onbenullige kwestie als de oorlog in Irak, misslagen zijn gemaakt, is het zaak de oorzaken daarvan te analyseren. Al was het maar om herhaling in de toekomst te voorkomen.

De verkiezingscampagne vorig jaar was al een voorbode van de halfslachtigheid in deze kwestie.

De Nederlandse politieke steun voor de inval in Irak door de coalitie onder leiding van de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, die in strijd was met de regels van het internationale recht, kan niet worden afgedaan als iets dat niet telt. Immers, die politieke steun was een signaal aan andere landen in de wereld dat Nederland vond dat het met de juridische basis voor die inval wel goed zat. Wanneer dan blijkt dat de inzichten daarover wereldwijd gekanteld zijn, is het niet meer dan normaal dat het parlement (wie anders) de zaken op een rijtje zet.

Vragen over het overtuigende bewijs voor de noodzaak van die inval, dat Balkenende bij zijn Engelse ambtgenoot heeft mogen inzien, horen daarbij aan de orde te komen.

Het zou interessant zijn eindelijk eens een inhoudelijke reactie te krijgen op de aan de vooravond van de invasie in het Nederlands Juristenblad ( 28 maart 2003) gepubliceerde adhesie van Nederlandse volkenrechtjuristen met de verklaring van vooraanstaande Engelse collega’s over het ontbreken van een basis voor een mogelijke oorlog in Irak.

In een breed gesteunde verklaring van aan Nederlandse universiteiten verbonden juristen internationaal recht werd in identieke bewoordingen gewaarschuwd tegen zo’n mogelijke invasie. Zij stelden dat „we op basis van de informatie die momenteel publiek beschikbaar is, geen rechtvaardiging zien naar internationaal recht voor het gebruik van militair geweld tegen Irak”.

Van de kant van de overheid is daarop nooit een reactie gekomen. Maar meer in het algemeen: wordt het na vier jaar onderhand niet eens tijd vragen te stellen over die voor het publiek ontoegankelijke (beschikbare) feiten, die de doorslag hebben gegeven voor de politieke steun aan de invasie in Irak.

Of moet de conclusie zijn dat er kamerbreed zoveel ’boter op het hoofd’ zit, gelet op de indertijd ruime steun in de Tweede Kamer voor de inval, dat geen onderzoek iedereen maar het beste uitkomt.

Wanneer de zaken zo blijken te liggen, zou het dan niet eens tijd worden voor de benadering van het Londense Tricycle Theater ? In een opmerkelijke samenwerking tussen dit theater en twee in het internationaal recht gespecialiseerde advocaten zullen getuigenverhoren die werkelijk hebben plaatsgevonden, worden nagespeeld door acteurs.

Het stuk heeft als titel ’De dagvaarding van Anthony Charles Lynton Blair voor het misdrijf van agressie tegen Irak – Een verhoor’.

De advocaten Julian Knowles en Philip Sands, betrokken bij de zaak tegen de Chileense oud-dictator Pinochet in Londen, zullen respectievelijk als verdediger en aanklager optreden. Zij onderwerpen een twintigtal experts –politici, diplomaten, inlichtingenspecialisten– aan een kruisverhoor over de vraag of er voldoende bewijs is om premier Blair van het misdrijf van agressie te beschuldigen. De verklaringen worden vervolgens ingekort tot een theaterstuk van twee uur, waarin acteurs de kruisverhoren naspelen. Het stuk zal van 19 april tot 19 mei (rond het 10-jarig jubileum van Blair) worden opgevoerd.

Nu de deur van ons parlement gesloten lijkt, misschien een voorbeeld dat navolging verdient. Wat te denken van een ’zaak’ met internationaal strafadvocaat Wladimiroff en oud-Kamerlid Bert Bakker (enquête-Srebrenica). Wellicht komen we er dan ook achter waarom zo’n parlementair onderzoek niet kan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden